Ga naar de inhoud

Onderzoeksrapporten ondermijning

Laatst gewijzigd op: 20-02-2026

Op deze pagina vind je onderzoeksrapporten en achtergrondinformatie over georganiseerde criminaliteit en ondermijning

Overhandiging van geld. Foto in het dossier ondermijning van het CCV.

Zien de gemeentesecretarissen voor zichzelf een rol weggelegd in de gemeentelijke aanpak van ondermijning? Hoe vullen zij die rol in, welke factoren spelen een rol en hoe gaan ze hiermee om?

Dit werd onderzocht door BMC en Pro Facto. Opdrachtgevers waren het ministerie van BZK en de Vereniging van Gemeentesecretarissen.

In het onderzoek is gefocust op drie rollen van de gemeentesecretaris, te weten richting het college, richting het ambtelijk apparaat en richting de samenleving. Gemeentesecretarissen blijken bij de aanpak van ondermijning vooral een rol te vervullen als eindverantwoordelijke voor het ambtelijk apparaat.

Hun rol betreft voornamelijk het bevorderen van de integriteit, het faciliteren van de aanpak en het bevorderen van een veilige werkomgeving. In iets mindere mate vervullen gemeentesecretarissen een rol richting het college. Vaak is het de burgemeester die onderwerpen op het gebied van ondermijning voor bespreking in het college agendeert en niet de gemeentesecretaris. Richting de maatschappij is de rol beperkt.

Onder mijn ogen is een serious game voor docenten in het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs en praktijkonderwijs. Via het spel leren docenten signalen van criminele uitbuiting en ondermijning bij studenten te herkennen en te duiden.

De serious game is ontwikkeld op basis van signalen uit het onderwijs en met steun van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het CCV werkte mee aan de ontwikkeling, samen met Stichting School en Veiligheid, Politie, RIEC Oost-Nederland, RIEC Midden-Nederland, RIEC Noord-Holland, RIEC Zeeland-West-Brabant, Kennispact Zeeland West-Brabant en STRDR.

In opdracht van het CCV is tussen 2023 en 2025 onderzocht in hoeverre de doelen van Onder mijn ogen worden bereikt. De uitkomsten in het kort:

  • Meer gesprek met collega’s (kort na de training): deelnemers bespreken zorgen vaker in het team en worden ook vaker door collega’s benaderd.
  • Meer interne meldingen (kort na de training): deelnemers geven aan dat zij vaker intern melden. Tegelijk is er geen meetbare toename gevonden in meldingen bij zorg- en ondersteuningsteams.
  • Geen effect gevonden op herkennen en extern melden: het onderzoek laat geen toename zien in het herkennen van signalen of in externe meldingen.
  • Effect is tijdelijk: zes maanden na de training zijn de gemeten effecten verdwenen.
  • Zeer positieve waardering: 95 procent vond dat de training aan de verwachtingen voldeed en 98,6 procent zou deze aanbevelen.

Onder mijn ogen werkt vooral als aanjager: het brengt zorgen sneller op tafel en helpt om intern stappen te zetten. Voor blijvend effect is structurele borging belangrijk, bijvoorbeeld door vaste aandacht in overleggen, duidelijke afspraken over wat ‘melden’ is en waar gemeld wordt, en een vaste contactpersoon of rol die het thema bewaakt.

Download de eindrapportage van Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht (2026)

Het zesde rapport Georganiseerde criminaliteit in Nederland: cocaïnesmokkel en liquidaties in een reeks heeft als onderwerp cocaïnesmokkel en liquidaties.

In opdracht van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum) hebben onderzoekers deze twee vormen van georganiseerde criminaliteit onderzocht. Ze keken naar werkwijzen, samenwerking tussen daders, criminele loopbanen en naar hoe politie en justitie dit aanpakken. De monitor is bijzonder door de lange looptijd en de extra detailinformatie uit cryptocommunicatie (PGP).

De resultaten laten zien dat veel kenmerken van de daders en feiten hetzelfde blijven, maar dat werkwijzen en samenwerkingen wél verschuiven. Dat is belangrijk voor de praktijk, omdat de aanpak steeds moet meebewegen. Het rapport benadrukt ook dat er nog te weinig zicht is op de financiële kant van zaken, terwijl bijvoorbeeld cocaïnehandel juist sterk om geld draait. Het onderzoek biedt daarmee nieuwe bouwstenen om de aanpak verder te verbeteren.

Download het rapport Georganiseerde criminaliteit in Nederland: cocaïnesmokkel en liquidaties (WODC)

De factsheet Intergemeentelijke samenwerking Wet Bibob beschrijft wat juridisch mogelijk en praktisch kansrijk is intergemeentelijke samenwerking bij de toepassing van de Wet Bibob. De bevindingen zijn afkomstig van een verkennend onderzoek – door Bureau Broekhuizen uitgevoerd in het najaar van 2025. Het verzoek voor de uitvoer van dit onderzoek kwam van 10 gemeenten uit het District Leiden-Bollenstreek en RIEC Den Haag.

Download de factsheet Intergemeentelijke samenwerking Wet Bibob (Bureau Broekhuizen)

Het Onderzoek aanpassingen en gebruik van de Wet Bibob sinds 2020 in opdracht van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum) kijkt naar de wetswijzigingen van 2020 en 2022 in de Wet Bibob en naar hoe overheden die wijzigingen in de praktijk gebruiken. Daarbij gaat het om Bibob-toetsen bij onder andere vergunningen, subsidies, vastgoedtransacties en overheidsopdrachten.

De kern: overheden zijn positief over de verbeteringen. Vooral de versterking van het eigen onderzoek en de ruimere mogelijkheden om informatie te delen worden als winst gezien. Tegelijkertijd worden die extra mogelijkheden nog beperkt benut. De Wet Bibob wordt nog vooral ingezet bij vergunningen, en duidelijk minder bij subsidies, vastgoed en overheidsopdrachten.

Het onderzoek noemt ook knelpunten die het gebruik remmen: gebrek aan capaciteit en expertise met name bij kleinere gemeenten, lastige informatiedeling, een Bibob-formulier dat niet gebruiksvriendelijk genoeg is en lange doorlooptijden. Daarnaast is er onduidelijkheid over financieel onderzoek: wat is precies het doel en hoe ver mogen overheden en het Landelijk Bureau Bibob daarin gaan?

Download het Onderzoek aanpassingen en gebruik van de Wet Bibob sinds 2020 (WODC)

Uit de Rapportage aanpak georganiseerde, ondermijnende criminaliteit blijkt dat Limburgse gemeenten nu sterker kunnen optreden tegen georganiseerde criminaliteit. De belangrijkste succesfactor is nauwe samenwerking, lokaal én (inter)nationaal.

De aanpak is de afgelopen jaren breder en steviger geworden. Toezicht en opsporing zijn versterkt en wet- en regelgeving sluit beter aan. Overheden en bedrijven werken samen om criminelen tegen te houden.

Internationaal werkt Nederland ook intensief samen: in een Europese coalitie en met bron- en transitlanden van drugs. Ook zoekt Nederland samenwerking met landen als Marokko, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten om criminele verdienmodellen te verstoren.

Omdat criminaliteit vaak verborgen is en criminelen steeds van aanpak en sector wisselen (zoals richting zorg of milieu), moet de aanpak flexibel blijven. De gezamenlijke aanpak van zorgcriminaliteit laat dat zien: met hogere barrières, meer weerbaarheid en sterker toezicht, handhaving en opsporing.

Download de rapportage aanpak georganiseerde, ondermijnende criminaliteit (ministerie van Justitie en Veiligheid)

Het rapport Schone zaken – Verkenningen rond ondermijnende criminaliteit in de beautysector verkent ondermijnende criminaliteit in de beautysector: kappers, nagelstudio’s, tattoo- en piercingshops, massagesalons en zonnestudio’s. De onderzoekers zien wel kenmerken die ‘kwetsbaar’ kúnnen lijken (bijvoorbeeld veel contant geld, anonimiteit en makkelijke instroom), maar vinden weinig harde aanwijzingen dat criminelen deze bedrijven structureel misbruiken voor ondermijning.

Dat er toch vaak een beeld bestaat van ‘veel foute zaken’, heeft volgens het onderzoek vooral twee oorzaken: mensen gebruiken verschillende definities (bijvoorbeeld: zwart werken wordt soms ook onder ondermijning geschaard) en sommige bedrijfspraktijken kunnen door cultuurverschillen sneller argwaan oproepen.

Per branche zien de onderzoekers vooral incidentele signalen. In massagesalons komen bijvoorbeeld vaker overtredingen rond arbeid naar voren, wat een mogelijke aanwijzing kan zijn voor mensenhandel, maar het aandeel slachtoffers dat aan deze sector is gekoppeld is klein (ongeveer 1% volgens CoMensha). Ook zien ze geen aanwijzingen voor grootschalig witwassen via beautybedrijven; meldingen over verdachte bestellingen van aceton (nagelstudio’s) zijn schaars en meestal kleine hoeveelheden.

Internationaal (waaronder België, Italië en het Verenigd Koninkrijk) herkennen onderzoekers vergelijkbare soorten signalen, maar ook daar blijft de omvang lastig vast te stellen. Het rapport sluit af met een waarschuwing: er wordt soms snel ‘ondermijning’ geroepen op basis van een delict (zoals drugs of witwassen), terwijl de noodzakelijke link met georganiseerde criminaliteit in deze sector zelden zichtbaar is.

Download het rapport Schone zaken – Verkenningen rond ondermijnende criminaliteit in de beautysector (WODC)

Het WODC-rapport (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum) Ondergronds bankieren in relatie tot georganiseerde criminaliteit in Nederland beschrijft ondergronds bankieren als een systeem waarmee geld buiten het reguliere banksysteem wordt verplaatst. Dat gebeurt via netwerken van ‘bankiers’ en tussenpersonen, die transacties regelen zonder dat geld fysiek de grens over hoeft.

De kern van dit systeem is vertrouwen en reputatie. Relaties in de sociale omgeving kunnen helpen om vertrouwen op te bouwen, maar in de samenwerking tussen klant en bankier is een gedeelde achtergrond niet altijd doorslaggevend. Conflicten komen wel voor, aan beide kanten.

Het rapport laat zien hoe transacties in de praktijk kunnen lopen: afspraken worden vaak gemaakt via (versleutelde) communicatie. Bij contante overdrachten wordt gewerkt met een ‘token’ (bijvoorbeeld een briefje van 5 euro) als herkenning en bewijs. De overdracht gebeurt snel, op openbare plekken, en geld wordt opgeslagen op ‘stash’-locaties.

De onderzoekers zien dat netwerken verschillen in grootte, professionaliteit en werkwijze. Nieuwe technologie maakt geldstromen sneller en complexer, waardoor opsporing lastiger wordt. Ook speelt het internationale karakter een grote rol: wie het geheel wil begrijpen, moet verder kijken dan Nederland. Het rapport benadrukt daarom het belang van een heldere, gedeelde definitie en een aanpak die rekening houdt met die grensoverschrijdende werkelijkheid.

Download het rapport Ondergronds bankieren in relatie tot georganiseerde criminaliteit in Nederland (WODC)

Voor Tintengroep onderzocht Pro Facto wat de rol van sociaal werkers bij de aanpak van ondermijning is en zou moeten zijn. Een belangrijke conclusie van het rapport ‘Onder de radar: over de belangrijke rol van de sociaal werker in de strijd tegen ondermijning’ is dat sociaal werkers een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de aanpak van ondermijning én dat hier nog veel in te winnen is.

De aanpak van ondermijning vraagt om voorkomen en straffen. Oppakken en vervolgen is alleen een taak van politie en justitie, maar in het voorkomen van ondermijning kan juist het sociaal werk een belangrijke rol spelen. Sociaal werkers kunnen – samen met andere organisaties – burgers ondersteunen, zodat de risico’s afnemen om in de criminaliteit af te glijden. Sociaal werk heeft geen rol in opsporing en vervolging, maar door het melden van signalen van deelname aan de georganiseerde misdaad, kan het wel bijdragen aan het oppakken van de crimineel door de politie.

Het mooie is dat het rapport heeft geleid tot een project dat gesubsidieerd wordt vanuit de Regiodeal Zuid- en Oost-Drenthe. Het project start in 2024 gemeenten, de politie, welzijnsorganisaties, onderwijsinstellingen, woningcorporaties en zorg- en maatschappelijke organisaties werken erin samen om de brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe en Hardenberg te verhogen. Dit gebeurt door ondermijning samen aan te pakken, waarbij sociaal werkers een centrale rol spelen in het voorkomen ervan, samenwerking en weerbaar maken van inwoners en gemeenschappen.

Pro Facto voerde het onderzoek uit in samenwerking met Avelien Haan-Kamminga en Joyce Kerstens van Thorbecke Academie.

In de aanpak en preventie van ondermijnende criminaliteit is de burger een belangrijke partner. Als de zogenaamde ‘oren en ogen’ in de wijk beschikken burgers over belangrijke informatie maar alleen wanneer zij ook daadwerkelijk zaken signaleren én deze signalen ook delen met relevante partijen. Dat is niet altijd het geval en de redenen om dat niet te doen zijn divers. Om grip te krijgen op de variatie in beweegredenen van burgers en daar communicatie-interventies op maat op in te zetten, zouden segmentatiemodellen uitkomst kunnen bieden.

De uitkomsten van het onderzoek zijn relevant voor professionals die betrokken zijn bij de aanpak en preventie van ondermijnende criminaliteit. De uitkomsten bieden daarnaast inzicht in de drijfveren van burgers om al dan niet te helpen en het nut van verschillende communicatiestrategieën om hulp te bevorderen.

Het onderzoek is uitgevoerd door een onderzoeksteam van het Lectoraat Ondermijning. Het lectoraat maakt onderdeel uit van het Centre of Expertise (CoE) Veiligheid & Veerkracht van Avans Hogeschool te ‘s-Hertogenbosch.

Download het rapport ‘Aanpak en preventie van ondermijnende criminaliteit: De inzet van gedifferentieerde communicatie om burgerparticipatie te bevorderen’
(onderzoeksbureau Citisens).

Logistieke knooppunten zoals vliegvelden zijn kwetsbaar voor georganiseerde misdaad, omdat deze gelegenheidsstructuren bieden voor criminele activiteiten en stromen. De lokale driehoek-plus van Eindhoven wenste zicht te krijgen op de mogelijke aanwezigheid van ondermijnende criminaliteit op en rondom Eindhoven Airport. Bureau Beke heeft dit onderzoek uitgevoerd. De aard en omvang van geregistreerde criminaliteit, de relatie met lokale en (inter)nationale ondermijnende criminaliteit, kwetsbaarheden en de publiek-private aanpak stonden hierin centraal.

Uit het onderzoek is duidelijk geworden dat Eindhoven Airport gezien moet worden als een logistiek knooppunt. Een knooppunt waar nadrukkelijker oog moet zijn voor de verschillende verschijningsvormen van ondermijnende criminaliteit.

Uit het onderzoek blijkt dat bepaalde maatregelen voor alle logistieke knooppunten belangrijk zouden zijn en dat daarnaast een deel van de aanpak afhankelijk is van de lokale kenmerken van het vliegveld. De lokale karakteristieken beïnvloeden namelijk de aard en omvang, evenals de aanpak, van de (transit)criminaliteit. Daarom is er in kaart gebracht hoe Eindhoven Airport met haar specifieke kenmerken de specifieke vormen van (transit)criminaliteit – onbedoeld – kan faciliteren.

In het rapport worden aanbevelingen gedaan op het gebied van onder meer beveiligingsprocedures, corruptie, kennis over ondermijning en het tegengaan van specifieke fenomenen zoals drugssmokkel. Daarbij pleiten de onderzoekers voor het zoveel mogelijk concreet benoemen van vormen van (zware) criminaliteit en de invloed op de samenleving.

In 2019 concludeerde Bureau Beke in het onderzoek ‘Criminelen achter het stuur’ dat criminelen calculerend en systematisch gebruik maken van huurmotorvoertuigen voor uiteenlopende, ernstige en ondermijnende vormen van criminaliteit.

Binnen de autoverhuurbranche bestaat een onwenselijke verwevenheid tussen onder- en bovenwereld, waardoor zij kwetsbaar is voor misbruik door criminelen. Het bureau concludeerde dat een landelijke aanpak voor gebruik van huurauto’s voor criminele doeleinden gewenst is.

Mede naar aanleiding van dit onderzoek uit 2019 is het ministerie van Justitie en Veiligheid bezig om de aanpak van het gebruik van huurmotorvoertuigen voor criminele doeleinden te versterken. In het kader van deze aanpak is aan Bureau Beke gevraagd te onderzoeken hoe andere EU-lidstaten omgaan met deze problematiek en op te tekenen welke oplossingsrichtingen interessant zijn voor de Nederlandse aanpak.

De publicatie Huurvoertuigen over de grens – Europese lessen met betrekking tot de aanpak van het gebruik van huurmotorvoertuigen voor criminele doeleinden (Bureau Beke) is hier het eindproduct van.

In de inleiding van het inspiratieboek Ondermijning in de wijk – 10 inspirerende aanpakken staat dat ondermijning in wijken vaker voorkomt. Het gaat om misdaad waarbij de ‘onderwereld’ en ‘bovenwereld’ door elkaar lopen.

Kwetsbare wijken zijn extra gevoelig, omdat armoede en achterstand mensen makkelijker in een rol als dader of slachtoffer kunnen duwen. Voorbeelden zijn drugscriminaliteit in woonwijken, jongeren die klusjes doen voor criminelen, opslag van drugs(afval) in garageboxen en witwassen via winkels of schijnbedrijven.

Veel gemeenten zien dat alleen hard optreden niet genoeg is. Er is een brede wijkaanpak nodig waarin het veiligheidsdomein en het sociale domein samen optrekken. Dit inspiratieboek laat daarom tien wijkgerichte aanpakken uit heel Nederland zien.

De voorbeelden zijn gekozen omdat gemeenten vaak initiatiefnemer zijn, en omdat preventie en repressie worden gecombineerd. De informatie komt uit interviews en aangeleverde documenten.

De makers noemen ook een paar duidelijke overeenkomsten tussen de aanpakken:

  • Ze starten meestal met goed kijken en luisteren: praten met partners, bewoners en ondernemers en signalen ophalen.
  • Ze leunen sterk op bevlogen mensen met een netwerk en doorzettingsvermogen. Dat maakt een aanpak tegelijk ook kwetsbaar als zo iemand wegvalt.
  • Veel aanpakken zijn preventief, maar kunnen opschalen als dat nodig is.
  • De toekomst is soms onzeker, omdat het vaak pilots zijn. Daarom helpt het om vanaf de start afspraken te maken over hoe je de aanpak vastlegt in afspraken.

Download het inspiratieboek Ondermijning in de wijk – 10 inspirerende aanpakken (het CCV en Platform 31)

De afgelopen jaren werd de sluier rondom criminele inmenging af en toe opgelicht, ook in de amateursport. Criminele inmenging in de amateursport kent verschillende vormen. De meest voorkomende signalen waar verenigingsbestuurders mee te maken krijgen, zijn:

  • Verdachte personen met (vermoedelijk) criminele connecties die rondhangen op de vereniging, maar geen lid zijn.
  • Bedreigingen richting het bestuur, vrijwilligers of leden.
  • Een sponsor of donateur die anoniem wil blijven (en mogelijk afhaakt als dat niet kan).
  • Een sponsor of donateur die alleen contant wil betalen (en mogelijk afhaakt als dat niet kan).
  • Roddels dat een sponsor of donateur geld verdient met criminele activiteiten.

De analyse in Rode dradenanalyse criminele inmenging in de amateursport laat zien dat criminele inmenging overal in Nederland voorkomt. Het is dus niet iets dat alleen speelt in grote steden of in hotspots voor ondermijnende criminaliteit, zoals Zuid-Nederland. Verschillende studies laten bovendien zien dat signalen niet alleen bij het amateurvoetbal voorkomen, maar ook bij andere sporten. Dat moeten we serieus nemen.

Sportverenigingen zijn extra kwetsbaar als zij in een buurt liggen met relatief veel drugs- en wapendelicten, sterk competitief (in plaats van recreatief) zijn ingesteld, veel wisselingen in het bestuur hebben, een eigen kantine of sportaccommodatie hebben en/of een businessclub(klimaat) kennen.

De meldingsbereidheid van verenigingen die worstelen met criminele inmenging is laag. Dat komt vooral door angst om de controle te verliezen of imagoschade te lijden.

In deze studie worden ruim 50 verschillende maatregelen onderscheiden die sportverenigingen – en partijen buiten de vereniging – kunnen nemen om criminele inmenging te voorkomen of tegen te gaan.

Veel partijen voeren nog geen actief beleid. De meeste maatregelen richten zich op het afschrikken van criminele ‘weldoeners’ en op controles om te kijken of financiën transparant worden verantwoord.

Daarnaast investeren partijen zoals NOC*NSF, gemeenten en sportbonden in het informeren van bestuurders over de keerzijde van criminele inmenging. Ook proberen zij drempels op te werpen om het gesprek hierover een vast onderdeel te maken van de dialoog binnen amateursportverenigingen.

De effectiviteit van individuele maatregelen is lastig te bepalen, omdat elke casus maatwerk vraagt en omdat er nog te weinig monitoring is van wat maatregelen op de langere termijn opleveren.

Download het rapport Rode dradenanalyse criminele inmenging in de amateursport (het CCV en Mulier instituut)