Interventies, handreikingen en onderzoeken
Laatst gewijzigd op: 26-08-2026Welke relevante interventies, handreikingen en onderzoeken zijn er met betrekking tot wapens en jongeren?
Interventies
Landelijk Kwaliteitskader Effectieve Jeugdinterventies voor Preventie van Jeugdcriminaliteit
De do’s en don’ts in het Landelijk kwaliteitskader zijn opgesteld om gemeenten en uitvoerders concrete handvatten te bieden bij de keuze en inzet van jeugdinterventies. Ze zijn gebaseerd op wetenschappelijke inzichten in wat wel en niet werkt, en bedoeld om het gebruik van ineffectieve of potentieel schadelijke interventies te voorkomen en publieke middelen doelmatig in te zetten.
Bekijk het complete Landelijk kwaliteitskader of lees hieronder de do’s en dont’s ervan.
- Investeer alleen in interventies die erkend zijn door het NJI, bij voorkeur beoordeeld door de deelcommissie Justitiële Interventies, en die onderzocht zijn of in de nabije toekomst onderzocht worden op hun effectiviteit en goed gemonitord blijven worden.
- Investeer alleen in nieuwe interventies wanneer sprake is van een leemte in het aanbod. Vaak is het mogelijk en wenselijker om bestaande interventies aan te vullen zodat deze ook geschikt zijn voor specifieke subgroepen. ‘Less is more’.
- Investeer in erkende en effectieve oudertrainingsprogramma’s voor kinderen jonger dan 12 jaar.
- Investeer in interventies die gericht zijn op het individu in plaats van groepen waarin jongeren elkaar onderling negatief kunnen beïnvloeden.
- Investeer in interventies voor algemene delinquentie, omdat deze voor een deel mogelijk ook effectief zijn bij specifieke vormen van delinquentie en verschillende doelgroepen.
- Investeer in selectieve interventies die weinig intensief en/of kortdurend zijn (‘less is more).
- Investeer bij geïndiceerde preventie in multimodale behandelingen die zich richten op het verminderen van verschillende risicofactoren (denk daarbij ook aan trauma gerelateerde klachten) en die gebruik maken van een systemische en individuele (cognitief)gedragstherapeutische aanpak.
- Betrek indien mogelijk het eigen sociale netwerk van de jongere bij de preventie, bijvoorbeeld door de inzet van een mentor als vertrouwenspersoon.
- Investeer alleen in geïndiceerde interventies wanneer deze gebaseerd zijn op een gedegen risicotaxatie.
- Laat geïndiceerde preventie bij voorkeur uitvoeren door een forensische zorginstelling, die gebruik maakt van een multidisciplinair team.
- Werk bij selectieve en geïndiceerde preventieve interventies met (ondersteuning van) gecertificeerde (BIG en/of SKJ geregistreerde) zorgprofessionals.
- Investeer in onderzoek naar het effect van preventieve interventies en koppel effectiviteitsonderzoek standaard aan de financiering van nieuwe en bestaande interventies.
- Zorg dat interventies in meerdere gemeentes worden uitgevoerd zodat effectiviteitsonderzoek makkelijker en sneller kan worden uitgevoerd. Investeren in effectieve interventies is kostenbesparend in vergelijking met de huidige situatie waarin vaak wordt geïnvesteerd in interventies waarvan de effecten onbekend zijn of die ineffectief blijken te zijn.
- Financier alleen proces- en effectiviteitsonderzoek dat wordt uitgevoerd volgens de hoogste wetenschappelijke standaarden en is goedgekeurd door een (medisch-) ethische commissie (van een erkende kennisinstelling), zodat de rechten van de onderzochte kinderen, gezinnen en zorg(medewerkers) goed beschermd zijn.
- Onkritisch staan tegenover reclame voor interventies. Reclame is namelijk geen bewijs voor effectiviteit.
- De beperkte financiële middelen verdelen over alle risicogroepen.
- Investeren in universele interventies, omdat de (positieve) effecten hiervan niet zijn aangetoond of juist negatief zijn.
- Investeren in interventies die zich slechts of vooral richten op één risicofactor. Jeugddelinquentie is namelijk multi causaal bepaald.
- Interventies breed implementeren zonder dat de (positieve) effecten daarvan bewezen zijn.
- Investeren in geïndiceerde preventieve interventies voor jongeren met een laag risico op delinquentie. Deze aanpak is immers te intensief met daardoor kansen op negatieve effecten, waaronder stigmatisering.
- Investeren in interventies waarvan niet op een valide en betrouwbare manier wordt vastgesteld of deze worden uitgevoerd zoals bedoeld.
- Kiezen voor een goedkope zorgaanbieder met onvoldoende expertise om meerdere risicofactoren effectief te kunnen aanpakken.
- Investeren in selectieve preventie zonder dat de doelgroep duidelijk omschreven is en wat de risico’s zijn op delinquentie.
- Investeren in preventieve gedragsinterventies die gebaseerd zijn op externe controle en dwang.
- Kiezen voor interventies die zich richten op de ‘eigen kracht’ van het sociale netwerk bij jeugdigen met een hoog risico op delinquentie, bij wie sprake is van een opeenstapeling van problemen op meerdere risicodomeinen.
- Jongerenwerk gelijkstellen aan gedragsinterventie ter voorkoming van delinquentie.
- Onderzoek uitvoeren naar interventies die onvoldoende theoretisch onderbouwd zijn en/of waarvan uit de wetenschappelijke literatuur bekend is dat zij niet werken of tot schadelijke effecten kunnen leiden.
Onderzoek Met wetenschap beter bewapend
In het NSCR‑onderzoeksrapport Met wetenschap beter bewapend zijn aanwijzingen gevonden voor de effectiviteit van interventies die betrekking hebben op wapenproblematiek onder jongeren.
De interventies waarvoor effectiviteitsaanwijzingen worden gerapporteerd, onderscheiden zich van andere programma’s door een aantal gemeenschappelijke kenmerken. In grote lijnen gaat het om vijf kernelementen, waarvan in elk effectief programma één of meerdere aanwezig zijn.
Lees het onderzoeksrapport en/of bekijk de vijf kernelementen hieronder.
Kernelementen uit het onderzoek Met wetenschap beter bewapend
+ De interventies zijn intensief, veelomvattend en langdurend. Educatieve programma’s die succesvol zijn omvatten vaak rond de tien sessies. Denk hierbij ook aan de inzet van oefeningen zoals rollenspelen en educatieve filmpjes. Nazorg voor slachtoffers kan een jaar worden gegeven, gemotiveerde risicojongeren of gangleden volgen een langdurig individueel traject. Educatieve programma’s bevatten meerdere sessies met een uitgebreide en gevarieerde inhoud, zorg en ondersteuning worden langdurig volgehouden en niet na enkele weken of maanden gestopt.
– Interventies die niet effectief worden bevonden, zijn vaak eenmalig of kortdurend, of worden na afloop van de activiteiten niet gecontinueerd.
+ De interventies richten zich op meerdere oorzakelijke factoren bij het bezit, dragen of gebruik van wapens, zoals slachtofferschap, middelengebruik, mentale gezondheid, schooluitval en de thuissituatie. De interventies richten zich dus niet op 1 risicofactor.
– Veel van de niet-effectieve interventies richten zich alleen op de gelegenheid om wapens te krijgen of te dragen, of richten zich alleen op bewustwording rond wapens zonder achterliggende factoren aan te pakken.
+ De interventies beogen een substantiële verandering in het leven van jongeren te bewerkstellingen door vaardigheden en ‘life skills’ aan te leren en/of hun sociale situatie te verbeteren. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het aanleren van sociale vaardigheden, hulp bij huisvesting en/of schuldhulpverlening
– Niet effectief bevonden interventies richten zich op controle, afschrikking, of bewustwording waarbij de nadruk wordt gelegd op het gevaar van wapens.
+ De interventies richten zich op het aanbieden van zorg en ondersteuning voor hoog risico jongeren of wetsovertreders. Dat gebeurt soms in combinatie met een meer repressieve of confronterende benadering.
– Bij niet-effectief beoordeelde interventies is er alleen sprake van repressie of afschrikking.
+ Er wordt vaak aandacht besteed aan een zorgvuldige en professionele ontwikkeling van de als effectief beoordeelde interventies. Veel van deze aanpakken zijn gebaseerd op wetenschappelijke theorieën of een meer algemeen interventiemodel en een deel wordt ondersteund met instrumenten zoals lesprogramma’s of een Intervention Toolkit.
– Veel niet duidelijk werkzame interventies zijn minder goed onderbouwd of ontwikkeld door de uitvoerders zelf die daar niet voor zijn opgeleid.
Uit: Weerman, F. M., et al. (2024). Met wetenschap beter bewapend. NSCR.
Handreikingen
Om excessief geweld te voorkomen, is het soms nodig om persoonsgegevens van jongeren te delen tussen organisaties. Deze handreiking biedt daarvoor een juridisch kader en praktische steun voor de uitvoering.
De MBO Raad heeft het initiatief genomen om een handreiking voor mbo-instellingen te ontwikkelen. In de praktijk blijkt dat medewerkers soms terughoudend zijn om persoonsgegevens te delen met externe partijen, omdat niet altijd duidelijk is wat wel en niet is toegestaan binnen de privacywetgeving. Deze handelingsverlegenheid kan ertoe leiden dat signalen van zorgwekkend gedrag onvoldoende worden gedeeld met partijen die een belangrijke rol spelen bij het bieden van ondersteuning of het voorkomen van verdere problemen
Handreiking delen signalen zorgwekkend gedrag MBO | MBO Raad
Voor meer informatie over gegevensdeling: Wegwijzer Jeugd en Veiligheid
Deze handreiking laat zien hoe de last onder dwangsom kan worden ingezet bij jeugdoverlast, met specifieke aandacht voor wapens en jongeren en drugsoverlast door jongeren.
Het barrièremodel brengt in acht stappen in kaart hoe jongeren in aanraking komen met wapens en waar ingrijpen mogelijk is. Zo helpt het model om signalen eerder te herkennen en het proces van wapenbezit en wapengebruik te verstoren.
De interventiematrix laat zien welke interventiemogelijkheden verschillende partijen hebben bij wapenbezit en wapengebruik onder jongeren van 12 tot 23 jaar in de praktijk. De situaties lopen van licht naar ernstig.
In de Interventiematrix worden wapengerelateerde praktijksituaties beschreven en uitgewerkt welke organisatie op welk moment aanzet is en met elkaar moeten samenwerken.
Voorbeeld van geschetste praktijksituaties in de Interventiematrix
- Op social media/ internet wordt een wapen getoond; dader onbekend.
- Onrust in de buurt na een (afgehandeld) incident met een wapen.
- Er is een wapen gebruikt om iemand te bedreigen.
- Wat zijn op dat moment de taken van de politie, de gemeente, OM, Halt, Jeugdbescherming/reclassering, RvdK, Veilig Thuis. Wie voert de regie? Dit staat allemaal uitgewerkt in de interventiematrix.
Het 7-stappenmodel helpt gemeenten en partners om problematische jeugdgroepen zorgvuldig in beeld te brengen en aan te pakken. Onder leiding van de procesregisseur Jeugd delen convenantpartners, zoals politie, jongerenwerk en OM, signalen over groepsgedrag. Daarna beoordelen zij samen wat er aan de hand is, maken zij een plan van aanpak en voeren zij dit uit.
Het model helpt om crimineel gedrag, overlast en negatieve groepsdynamiek te verminderen. Ook biedt het jongeren perspectief en helpt het om doorgroei naar criminele netwerken te voorkomen. De aanpak is dynamisch: stappen kunnen tegelijk lopen of opnieuw worden doorlopen als de situatie verandert.
Deze handreiking helpt projectleiders om preventieprojecten op een eenvoudige en bruikbare manier te evalueren.
Onderzoek
Dit literatuuronderzoek van Bureau Beke gaat over het dragen, bezitten en gebruiken van steekwapens door jongeren. Het onderzoek beschrijft onder meer risicofactoren, motieven, interventies en kansen voor beleid en aanpak.
Bekijk het onderzoek Een scherpe blik op steekwapenproblematiekk
Dit verdiepend literatuuronderzoek van NSCR gaat in op de achtergronden en aanpak van wapens en wapengeweld onder jongeren.
Dit onderzoek van de Erasmus Universiteit gaat over de achtergronden en mogelijke oorzaken van wapenbezit en wapengebruik onder jongeren in Rotterdam, met speciale aandacht voor de wisselwerking met online jeugdcultuur.
Bekijk het onderzoek Het is een probleem, maar niet voor mij