Ga naar de inhoud

Wetten en regels voor wapenbezit

Laatst gewijzigd op: 08-09-2026

Welke regels en bevoegdheden zijn er bij de aanpak van illegaal wapenbezit? Bij de aanpak van illegaal wapenbezit hebben gemeenten en partners te maken met landelijke wetgeving en lokale bevoegdheden. Op deze pagina lees je welke regels gelden en welke instrumenten gemeenten kunnen inzetten.

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

Overzichtskaart van wapens

Overzichtskaart verboden wapens - illustratie in het dossier wapens en jongeren van het CCV.
Klik op de afbeelding voor een grote versie

Download de overzichtskaart van wapens:

In Nederland geldt de Wet wapens en munitie. Het primaire doel van de huidige Wet wapens en munitie is om de openbare orde en veiligheid te beschermen door wapens en munitie te verbieden voor alle burgers. Daarnaast biedt de wet een aantal mogelijkheden voor uitzonderingen op het wapenverbod waar een burger een beroep op kan doen. Welke regels precies gelden, hangt af van het type wapen. Sommige wapens zijn volledig verboden. Voor andere wapens gelden voorwaarden voor bezit, vervoer of gebruik. 

Voor professionals is het belangrijk om te weten dat niet alleen vuurwapens onder de wet vallen, maar ook bijvoorbeeld messen, slagwapens bepaalde toestellen voor beroepsdoeleinden en voorwerpen die op wapens lijken. 

De Wet Wapens en Munitie maakt duidelijk welke wapens verboden zijn, welke categorieën er zijn en welke straffen kunnen gelden bij verboden bezit of handel. Hieronder vind je een praktisch overzicht van de wet en veelgestelde vragen over verboden wapens.  

De wet onderscheidt verschillende soorten wapens en deelt die in categorieën in. Het gaat daarbij niet alleen om vuurwapens, maar ook om andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt of daarvoor zijn bedoeld. 

Voor professionals helpt deze indeling om sneller te begrijpen welke regels gelden en wanneer bezit of gebruik verboden is. 

De categorieën maken duidelijk hoe streng de regels zijn. Sommige wapens zijn volledig verboden. Voor andere categorieën gelden onder voorwaarden uitzonderingen of specifieke regels voor bezit en gebruik. 

Voor de praktijk is het belangrijk om te weten dat de categorie invloed heeft op wat wel en niet mag en op welke sancties kunnen volgen. 

Wapens en munitie zijn in de WWM ingedeeld in verschillende categorieën. Voor elke categorie is in de WWM aangegeven welke handelingen met betrekking tot de wapens en munitie uit die categorie verboden zijn. De verbodsbepalingen gelden ook voor onderdelen en hulpstukken van wapens. Voor bepaalde (beroeps)groepen (zoals defensie en politie) geldt een algemene uitzondering (art. 3a WWM).  Daarnaast kan de minister voor bepaalde wapen- en munitiecategorieën vrijstellingen (algemene uitzonderingen) verlenen (art. 4 WWM).     

Categorie I – verboden wapens: Deze wapens mag een particulier in principe niet bezitten, dragen, vervoeren of gebruiken. Het gaat bijvoorbeeld om een stiletto’s boksbeugels en ploertendoders. Een belangrijk punt: voorwerpen die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor be- of afdreiging geschikt zijn kunnen door de minister als verboden wapen worden aangewezen (dit betreffen vaak imitaties van echte vuurwapens).  

Categorie II – zeer zware/verboden wapens: Dit zijn vooral militaire of automatische vuurwapens of wapens die bestemd zijn om ontploffingen te veroorzaken (bommen en granaten) of die als wapen niet als zodanig zichtbaar zijn. Bezit door particulieren is vrijwel altijd verboden, behalve in uitzonderlijke situaties met een speciale ontheffing die door de minister van Justitie en Veiligheid wordt verleend.   

Categorie III – vergunningsplichtige wapens: Deze wapens zijn verboden, maar bezit mag alleen met een vergunning (zoals een wapenverlof). Dit geldt bijvoorbeeld voor een sportschutter of een jager.    

Categorie IV – toegestaan bezit. Deze wapens mogen meerderjarigen bezitten, maar dragen in het openbaar is verboden. Denk hierbij aan zwaarden en sommige messen. Bijvoorbeeld een zwaard als verzamelobject thuis mag, maar de persoon mag er niet mee over straat lopen. Ook andere voorwerpen die niet als zodanig in de wet zijn benoemd, maar die gebruikt worden om aan personen letsel toe te brengen of mee te dreigen, kunnen onder deze categorie vallen. Te denk hierbij valt aan een honkbalknuppel die men bij zich heeft bij het naar een evenement gaan of naar de horeca.   

Verder kunnen voor bepaalde wapen- en munitiecategorieën en handelingen, die in beginsel dus verboden zijn, op individuele basis vergunningen worden aangevraagd. Afhankelijk van het doel waarvoor de vergunning wordt verleend, wordt deze vergunning aangeduid als ontheffing, verlof, erkenning en consent: 

  • Een ontheffing is een individuele uitzondering op een wettelijk verbod. De minister van Justitie en Veiligheid kan voor wapens of munitie, behorend tot een van de in art. 4 WWM genoemde groepen van wapens en munitie en de genoemde doeleinden dan wel voor één van de in art. 13 lid 2 WWM genoemde situaties, op daartoe strekkend verzoek, ontheffing verlenen van bij of krachtens de WWM vastgestelde voorschriften of verboden.  
  • Een verlof is een vergunning voor een bepaalde handeling (voorhanden hebben, dragen, vervoeren, verkrijgen) die verboden is. Een verlof is geldig voor een periode van maximaal één jaar. De persoon kan een aanvraag voor verlenging van een verlof indienen. Bij een aanvraag voor een verlenging dient de persoon aan te tonen dat hij of zij aan de vereisten voor de verlening van het verlof voldoet. De verlenging is telkens voor maximaal één jaar. 
  • Een erkenning is een vergunning voor vervaardigen of transformeren van wapens of het bedrijfsmatig hanteren van wapens (verkoop, verhuur, reparatie, enz.).    

Momenteel wordt dit stelsel herzien en komt er een nieuwe Wet wapens en munitie. Zie voor meer informatie: ‘Plannen kabinet bezit vuurwapens burgers | Rijksoverheid.nl 

Wie de wet overtreedt, kan te maken krijgen met strafrechtelijke gevolgen. Welke straf past, hangt af van het soort wapen, de omstandigheden en de ernst van de overtreding. 

Voor professionals is vooral van belang dat verboden wapenbezit serieus wordt genomen en dat de gevolgen groot kunnen zijn, ook voor jongeren.

Bij strafrechtelijk optreden tegen wapenbezit is de Wet Wapens en Munitie het belangrijkste wettelijke kader. Deze wet bepaalt welke wapens en munitie verboden zijn en welke regels gelden voor bezit, handel en gebruik. Bij wapengebruik, zoals een steekincident, ligt dat anders. Dan hangt het af van wat er precies is gebeurd. De vervolging kan bijvoorbeeld gaan over bedreiging, mishandeling, zware mishandeling, poging tot doodslag of doodslag. Het Openbaar Ministerie bepaalt op basis van het strafbare feit welk wetsartikel wordt gebruikt. 

Meer informatie 

Strafrecht

Jongeren van 12 tot 18 jaar die een strafbaar feit plegen, vallen meestal onder het jeugdstrafrecht. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. 

Het jeugdstrafrecht is gericht op straf én ontwikkeling. Het doel is dat jongeren leren van wat zij hebben gedaan en hulp krijgen om herhaling te voorkomen. 

Ook jongeren van 18 tot 23 jaar kunnen soms volgens het jeugdstrafrecht worden berecht. Dit kan als hun ontwikkelingsleeftijd daar aanleiding toe geeft. De rechter kijkt dan bijvoorbeeld naar de persoonlijke ontwikkeling van de jongere. 

In dat geval kan de rechter maatregelen en straffen uit het jeugdstrafrecht opleggen. Die sluiten vaak beter aan bij wat de jongere nodig heeft. 

Soms kunnen jongeren van 16 of 17 jaar volgens het volwassenenstrafrecht worden berecht. Dat kan gebeuren als: 

  • het delict zeer ernstig is;
  • de persoonlijkheid van de jongere daar aanleiding toe geeft;
  • de omstandigheden van het strafbare feit zwaar wegen. 

De rechter bepaalt uiteindelijk welk recht wordt toegepast. 

Alleen strafrechtelijk optreden is vaak niet voldoende om jeugdcriminaliteit terug te dringen. Zeker bij jongeren is het belangrijk om ook te kijken naar preventie, begeleiding en hulp. 

Het jeugdstrafrecht sluit aan bij het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind – Kinderrechten.nl Daarin staat dat bij kinderen en jongeren rekening moet worden gehouden met hun leeftijd, ontwikkeling en toekomst. 

Daarom is het belangrijk om het jeugdstrafrecht tijdig, zorgvuldig en passend in te zetten. Het strafproces kan een moment zijn waarop een jongere tot inzicht komt. Het doel is dat de jongere verantwoordelijkheid neemt, leert van fouten en een nieuwe kans krijgt.  

Meer lezen

Bestuursrecht

Gemeenten kunnen niet alleen via het strafrecht optreden tegen wapenbezit. Ook het bestuursrecht biedt mogelijkheden. Zo hebben sommige gemeenten in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een verbod opgenomen op het dragen van legale messen door minderjarigen.  

Daarnaast werken enkele gemeenten met een last onder dwangsom. Dit betekent dat een jongere een geldbedrag moet betalen als hij of zij opnieuw met een wapen op zak wordt aangehouden. 

Een andere maatregel is preventief fouilleren. Gemeenten kunnen dit inzetten in aangewezen veiligheidsrisicogebieden. 

Messengeweld onder jongeren is een actueel probleem. Veel gemeenten zoeken naar manieren om wapenbezit te voorkomen en sneller in te grijpen. Daarbij kijken zij naar regels in de APV, preventief fouilleren en andere lokale maatregelen.

Wet- en regelgeving algemeen

Voorkomen van wapenbezit en wapengebruik is beter dan daadwerkelijk via het strafrecht of bestuursrecht moeten ingrijpen. Risicosignalering en vroeg ingrijpen zijn dan ook van groot belang. Zicht krijgen op zorgwekkende jongeren en jeugdgroepen moet leiden tot vroegtijdig ingrijpen. Hiervoor kan uitwisseling van persoonsgegevens nodig zijn. Hierbij dient de privacy wel gewaarborgd te worden. Ook bij het vroegtijdig ingrijpen is juridisch instrumentarium aan de orde, bijvoorbeeld bij het aanspreken van ouders op zorgwekkend (delict)gedrag van hun kind.

Gegevensuitwisseling en privacy

Bij de aanpak van een problematische jeugdgroep zijn meerdere ketenpartners betrokken. Dit leidt regelmatig tot de vraag wanneer en hoe je informatie en gegevens mag delen met elkaar en hoe je de privacy bewaakt van betrokkenen. Wat mag wel en wat mag niet? Hiervoor kan het 7-stappenmodel aanpak problematische jeugdgroep en groepsgedrag worden gebruikt.

 

Bij het strafrechtelijk optreden tegen wapenbezit staat de Wet Wapens en Munitie centraal. Dat ligt anders bij het daadwerkelijk gebruik van wapens, bijvoorbeeld bij een steekincident. Het wetsartikel op basis waarvan strafrechtelijk vervolgd wordt, hangt af van het gepleegde feit. Bij jongeren wordt in beginsel het jeugdstrafrecht toegepast.

Jeugdstrafrecht

Jongeren tussen de 12 en 18 jaar die een strafbaar feit plegen, worden berecht en bestraft volgens het jeugdstrafrecht. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. Op grond van het strafrecht voor volwassenen is de toepassing van het jeugdstrafrecht verruimd. Jongeren van 18 tot 23 jaar kunnen hierdoor als hun ontwikkelingsleeftijd daar aanleiding toe geeft volgens de regels van het jeugdstrafrecht bestraft worden. Hierdoor kan het sanctiepakket uit het jeugdstrafrecht worden toegepast voor een passende sanctie.

Aan de andere kant kunnen 16- en 17-jarigen volgens de regels van het volwassenenstrafrecht worden bestraft als de ernst van het delict, hun persoonlijkheid of de omstandigheden waaronder het feit is begaan daar aanleiding voor geeft. De rechter bepaalt welk recht van toepassing is.

Alleen strafrechtelijk optreden is vaak niet voldoende

De noodzaak tot zo’n apart jeugdstraf(proces)recht vloeit voort uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989). Strafrechtelijk optreden alléén is vaak niet voldoende om jeugdcriminaliteit terug te dringen en daarom is voorkomen ervan en begeleiding van jongeren die delicten hebben gepleegd net zo belangrijk.

Dit vraagt om een evenwichtige, selectieve en tijdige toepassing van het jeugdstrafrecht. Het uitgangspunt hierbij is dat de jongere leert van zijn fouten en een nieuwe kans moet krijgen. Het strafproces wordt gezien als aangrijpingspunt om voor een keerpunt bij de jongeren te zorgen.

Verder lezen:

Strafrechtelijke afdoening

Het opvoedkundige karakter van het jeugdstrafrecht betekent dat beslissingen en handelingen richting de jeugdige verdachte erop gericht zijn de ontwikkeling van deze jongere te stimuleren, terug te laten keren in de maatschappij en te weerhouden van een verdere criminele carrière.

Dit geldt ook voor de toepassing van sancties en maatregelen. De ontwikkeling van het geweten is bij jeugdigen nog niet voltooid en zij zijn nog in sterke mate afhankelijk van de directe omgeving. Bij zorgen over de opvoeding van jongeren kunnen daarom ook civielrechtelijke maatregelen worden overwogen.

Gevolgen jeugdcriminaliteit

Tegelijkertijd geldt dat jeugdcriminaliteit ingrijpende gevolgen heeft voor de directe omgeving en de maatschappij. Grenzen stellen hoort bij het opvoeden en betekent ook gericht strafrechtelijk optreden indien nodig. Het is wenselijk om de jongere te laten inzien wat de gevolgen zijn van zijn strafbaar handelen.

Vergoeding van de door de benadeelde geleden schade is daarom een belangrijk onderdeel van de afdoening. Ook excuses maken aan het slachtoffer kan bijdragen aan het herstel van de gevolgen van het strafbare feit. Om dit te bewerkstelligen dient in iedere strafzaak met een jongere dit als aanpak in een zo vroeg mogelijk stadium te worden onderzocht.

Verder lezen:

Behalve via het Strafrecht kan ook via het Bestuursrecht opgetreden worden tegen wapenbezit. Zo heeft een aantal gemeenten een verbod op het dragen van legale messen voor minderjarigen opgenomen in de APV. Enkele gemeenten voorzien bovendien in een last onder dwangsom die in werking treedt als een jongere voor de 2e keer met een wapen op zak wordt aangehouden.

En ook kunnen gemeenten besluiten tot het invoeren van preventief fouilleren in veiligheidsrisicogebieden. Al deze maatregelen zijn erop gericht de aanwezigheid van wapens op straat en in het bijzonder bij jongeren zoveel mogelijk terug te dringen.

Messengeweld is een actueel probleem, veel gemeenten zoeken naar oplossingen. In dit radio-interview van 6 februari 2023 staat de vraag centraal of er een landelijk messenverbod moet komen en of dat zinvol is. Aan het woord komen een burgemeester die de wet aangepast zou willen zien, een advocaat die zegt dat wetgeving al voldoende handvaten geeft en iemand van Universiteit van de Straat die aangeeft wat je zou moeten doen om wapenbezit te voorkomen.

Ga naar meer informatie over: