Terugblik webinar over toepassing artikel 13b Opiumwet
Laatst gewijzigd op: 13-01-2026
Op 11 december organiseerde het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) een webinar over de toepassing van artikel 13b Opiumwet. Hoogleraar Michelle Bruijn (Rijksuniversiteit Groningen) verzorgde de presentatie. Zij besprak de laatste jurisprudentie, beleidsmatige toepassingen en praktische implicaties voor gemeenten.
Samenvatting
Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste punten van het webinar. Voor de leesbaarheid zijn voorbeelden vereenvoudigd. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend; in concrete gevallen blijft altijd een casus-specifieke juridische beoordeling noodzakelijk.
Bevoegdheid burgemeester en aard van maatregelen
- De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang bij aantreffen van handelshoeveelheden drugs in of bij woningen of lokalen, gericht op het beëindigen van overtredingen en het voorkomen van herhaling. Dit is een herstelmaatregel, geen straf.
- Er is een onderscheid te maken tussen waarschuwing, last onder dwangsom en sluiting. De waarschuwing is het lichtste middel in een getrapt sanctieregime, met de last onder dwangsom als een ‘waarschuwing met tanden’, omdat deze bij een tweede overtreding automatisch verbeurd kan worden zonder een nieuw besluit te hoeven nemen o.g.v. artikel 13b Opiumwet. Voorwaardelijke sluiting is weinig anders dan het geven van een waarschuwing, omdat het een nieuw besluit vereist bij herhaling.
- Gemeenten dienen in hun beleid de waarschuwing op te nemen als onderdeel van het “sanctieregime”. Het ontbreken van de waarschuwing in het beleid kan ertoe leiden dat de bestuursrechter het beleid onevenredig verklaart, zoals bijvoorbeeld gebeurde bij de gemeente Meierijstad in 2021.
Jurisprudentie over waarschuwingen
- Een waarschuwing is op zichzelf geen besluit in de zin van de Awb, omdat het niet wettelijk is voorgeschreven en geen direct rechtsgevolg heeft, maar kan wel gelijkgesteld worden aan een besluit als er nadelige gevolgen aan verbonden zijn, bijvoorbeeld als het beleid voorschrijft dat bij een tweede overtreding een zwaardere maatregel volgt, en als de waarschuwing langer dan twee jaar boven het hoofd van de belanghebbende hangt.
- Bij waarschuwingen die langer dan twee jaar gelden, ontstaat “bewijsnood” voor belanghebbenden en wordt de waarschuwing gelijkgesteld aan een appelabel besluit, mits de opgelegde waarschuwing nadelige gevolgen heeft voor de overtreder. Gemeenten wordt geadviseerd de geldigheidsduur van waarschuwingen op maximaal twee jaar te stellen.
Relatie met verhuurders en huurrechtelijke gevolgen
- Een waarschuwing of last onder dwangsom op grond van artikel 13b Opiumwet geeft geen grondslag voor buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst door verhuurders. Alleen een sluiting biedt die grondslag (artikel 7:231 lid 2 BW).
- Gemeenten wordt geadviseerd afspraken te maken met verhuurders om buitengerechtelijke ontbinding te vermijden, omdat dit de motiveringsplicht en evenredigheidstoets voor de burgemeester verzwaart.
Juridische criteria voor toepassing en uitzonderingen
- De burgemeester mag optreden bij aantreffen van een handelshoeveelheid drugs (meer dan 5 gram hennep, 5 hennepplanten, een halve gram harddrugs of één eenheid), of bij bewijs van actieve drugshandel zonder aanwezigheid van drugs, bijvoorbeeld gebaseerd op meldingen, getuigenverklaringen en/of politieobservaties.
- Uitzonderingen zijn mogelijk in geval bewezen eigen gebruik en bij gebrek aan een verband tussen de overtreding en het te sluiten pand.
- Ook kan het zijn dat de burgemeester slechts bevoegd is om een pand slechts gedeeltelijk te sluiten, bijvoorbeeld wanneer ruimtes functioneel en bouwkundig van elkaar kunnen worden onderscheiden. Ook wordt vaak gekeken naar de mate van verwijtbaarheid en de zelfstandige functie van de ruimtes. De bereikbaarheid en de toegang van de verschillende ruimtes zijn hierbij maatgevend. Bijvoorbeeld, een garage die alleen via een hotel bereikbaar is wordt als één geheel met het hotel gezien, terwijl een kelder met eigen ingang als zelfstandig kan worden beschouwd.
Geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van maatregelen
- De bestuursrechter toetst steeds strenger op geschiktheid (is de maatregel geschikt om overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen?), noodzakelijkheid (is de maatregel noodzakelijk of kan een lichtere maatregel volstaan?) en evenwichtigheid (afweging van belangen en de gevolgen).
- De tijd tussen de constatering van de overtreding en de maatregel kan de geschiktheid aantasten. Als de situatie is hersteld en er is geen aanleiding om aan te nemen dat er kans is op herhaling, dan is sluiting niet meer geschikt.
- Noodzakelijkheid wordt mede bepaald door de ernst en omvang van overtreding: soort drugs, recidive, feitelijke handel, bekendheid als drugspand, ligging van het pand, en openbare ordeverstoringen. Daarnaast kan ook het tijdsverloop de noodzakelijkheid aantasten.
- Evenwichtigheid vereist dat wordt gekeken naar de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbenden: de mate van verwijtbaarheid, aanwezigheid van minderjarige kinderen, de gezondheidssituatie van bewoners en de huurrechtelijke gevolgen van de maatregel.
- De soort maatregel weegt zwaar, evenals de hoogte of duur van de maatregel (de hoogte van de dwangsom en de duur van de sluiting). De veelgebruikte standaard van drie, zes of twaalf maanden sluiting is niet wettelijk voorgeschreven en kan worden gedifferentieerd.
Verwijtbaarheid
- Verwijtbaarheid van de belanghebbende speelt een centrale rol in de evenwichtigheidsafweging. Verminderde verwijtbaarheid kan gelden voor personen die psychisch kwetsbaar zijn, voor nietsvermoedende partners of huisgenoten, of voor belanghebbende die geconfronteerd worden met een sluiting door het handelen van een tijdelijke bezoeker/gast.
- Ouders worden in principe verantwoordelijk gehouden voor het handelen van hun minderjarige kinderen, tenzij zij aantonen dat hun geen verwijt treft, bijvoorbeeld bij afwezigheid tijdens vakantie en geen eerdere meldingen (ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3266 en ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2924).
- Verhuurders worden geacht regelmatig inspecties uit te voeren; bij herhaalde overtredingen wordt van hen een hogere mate van zorgvuldigheid verwacht.
Zorgplicht en gevolgen voor minderjarige kinderen
- Bij aanwezigheid van minderjarige kinderen in een woning moet hun belang zwaar worden meegewogen. Rechters moeten actief vragen naar kinderen en hun belangen toetsen conform het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVK).
- Sluiting kan leiden tot permanent woonverlies door buitengerechtelijke ontbinding door verhuurders, wat een zwaardere motiveringsplicht voor de burgemeester betekent.
- De burgemeester heeft een “vergewisplicht” om zich ervan te vergewissen dat bewoners een passende opvangplek hebben als gevolg van sluiting, vooral bij kwetsbare groepen zoals hoogzwangere vrouwen of mensen met zorgbehoeften.
- Deze vergewisplicht betekent niet dat de burgemeester altijd opvang moet bieden, maar wel dat moet worden nagegaan of een passende plek beschikbaar is en dat actie wordt ondernomen als die er niet is.
Praktische aanbevelingen voor gemeenten
- Gemeenten dienen sanctieregimes duidelijk te definiëren, inclusief waarschuwingen, last onder dwangsom en sluiting, met heldere termijnen en hoogte van dwangsommen.
- Afspraken met verhuurders over huurrechtelijke procedures zijn essentieel om onevenredige gevolgen voor bewoners te voorkomen.
- Differentiatie in duur en zwaarte van maatregelen is mogelijk en wenselijk om maatwerk te kunnen bieden.
- Gemeenten dienen in het besluit te motiveren waarom de maatregel “anno nu” nog steeds geschikt en noodzakelijk is om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen. Dit kunnen gemeenten doen door de huidige situatie rondom het pand te beschrijven en de bekendheid en rol van het pand binnen het drugscircuit te motiveren.
Vragen en antwoorden
Tijdens het webinar hebben deelnemers verschillende vragen aan de spreker gesteld. Hieronder staan de antwoorden op deze vragen. Voor de leesbaarheid zijn de antwoorden vereenvoudigd. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend; in concrete gevallen blijft altijd een casus-specifieke juridische beoordeling noodzakelijk.
Een voorwaardelijke sluiting is juridisch niet direct uit de wet of jurisprudentie af te leiden. In de praktijk werkt een voorwaardelijke sluiting hetzelfde als een waarschuwing: bij een tweede overtreding mag een zwaardere maatregel worden opgelegd. Hiervoor moet wel een apart besluit voor worden genomen. Een last onder dwangsom is een waarschuwing ‘met tanden’, omdat bij een tweede overtreding automatisch de dwangsom wordt verbeurd, zonder dat een nieuw besluit nodig is.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt de parlementaire geschiedenis (de bedoeling van de wetgever) en ziet de waarschuwing als uitgangspunt. Het beleid moet expliciet ruimte bieden voor een waarschuwing, bijvoorbeeld via een matrix. Gemeenten die dit niet doen, kunnen door de Afdeling worden teruggefloten.
Een waarschuwing die gegeven is op grond van artikel 13b Opiumwet is geen besluit in de zin van de Awb, maar kan in sommige gevallen gelijkgesteld worden aan een appelabel besluit. Dit is het geval als de waarschuwing langer dan twee jaar geldt en nadelige gevolgen heeft voor de belanghebbende. Gemeenten wordt geadviseerd om de recidivetermijn van een waarschuwing maximaal twee jaar te laten duren.
Is het mogelijk in beleid op te nemen dat eerdere overtredingen en waarschuwingen worden meegenomen in de beoordeling, zonder dat direct een zwaardere maatregel volgt?
Als er geen directe en expliciete nadelige gevolgen aan een waarschuwing verbonden zijn, maar een waarschuwing ‘kan’ nadelige gevolgen hebben, dan wordt deze niet gelijkgesteld aan een appelabel besluit. Dit is tot nu toe alleen door rechtbanken bevestigd, niet door de Afdeling.
Een waarschuwing of last onder dwangsom ontsluit niet de mogelijkheid voor de verhuurder om buitengerechtelijk te ontbinden. Alleen een sluiting biedt die mogelijkheid. Een verhuurder kan vaak wel via de privaatrechter ontbinding en ontruiming vorderen.
Ouders zijn in principe verantwoordelijk voor het handelen van hun kinderen. Verminderde verwijtbaarheid wordt niet snel aangenomen, tenzij bijvoorbeeld de ouders op vakantie waren en geen antecedenten bekend waren bij het kind. Dit wordt meegewogen in het bepalen van de evenwichtigheid van de maatregel.
Een sluiting opleggen op grond van artikel 13b Opiumwet heeft te maken met het herstellen van de overtreding en het voorkomen van herhaling. Het ziet op de overtreding die plaatsvindt in of nabij het betreffende pand, het ziet dus niet op personen.
Voorbeelden zijn te vinden bij gemeenten als Almere en Voorst. Almere heeft in hun beleid een matrix opgenomen met de hoogte van de dwangsom afhankelijk van het aantal aangetroffen hennepplanten of grammen.
Als kan worden aangetoond dat de overtreding is beëindigd en herhaling is voorkomen (bijv. nieuwe huurder, woning gerenoveerd), zal het optreden op grond van artikel 13b Opiumwet niet geschikt zijn, in lijn met de nieuwste Afdelingsjurisprudentie
Dan zijn er geen huurrechtelijke gevolgen die te wijten zijn aan het besluit van de burgemeester.
Door afspraken te maken met verhuurders, zodat zij niet buitengerechtelijk ontbinden. Dit voorkomt dat de gevolgen van een sluiting permanent worden en de motiveringsplicht voor de burgemeester zwaarder wordt.