Ga naar de inhoud

Terugblik webinar over de toepassing, effecten en gevolgen van artikel 13b Opiumwet

Laatst gewijzigd op: 01-05-2026

Pand die op last van de burgemeester is gesloten.

Wat zijn de belangrijkste uitkomsten van twee WODC-onderzoeken naar artikel 13b Opiumwet? Dat presenteerden de onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en Pro Facto tijdens het webinar van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) op donderdag 16 april.

WODC-onderzoek 1: Toepassing van de bevoegdheid in artikel 13b Opiumwet

Het eerste deel ging over de toepassing van deze bevoegdheid door burgemeesters in de periode 2021 tot 2023. Daarbij is gekeken hoe vaak gemeenten panden sluiten, in welke gevallen zij kiezen voor een waarschuwing of last onder dwangsom, welke rechtsmiddelen daartegen worden ingezet en hoe rechters deze besluiten toetsen.

De onderzoekers lieten zien dat sluiting nog steeds de vaakst opgelegde sanctie is; waarschuwingen en lasten onder dwangsom worden minder vaak ingezet. Ook blijkt dat gemeenten verschillend omgaan met vergelijkbare situaties. Verder is de rechtspraak de afgelopen jaren strenger en gedetailleerder geworden, vooral als het gaat om de noodzakelijkheid en evenwichtigheid van sluitingen. Dit geldt met name ten aanzien van de verwijtbaarheid, de aanwezigheid van minderjarige kinderen, huurrechtelijke gevolgen en het gebrek aan vervangende woonruimte.

In de beleidsanalyse viel op dat verzwarende omstandigheden vaak wel zijn uitgewerkt in het Damoclesbeleid, maar verzachtende omstandigheden minder vaak of minder concreet. Ook wordt in het beleid nog niet altijd genoeg aandacht besteed aan de gevolgen van een sluiting, zoals de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst, de positie van kinderen en (dreigende) dakloosheid.

De onderzoekers adviseren daarom sluiting niet als automatisme in te zetten, vaker te kijken naar lichtere maatregelen, regionaal beleid op te stellenen te werken met een landelijk handelingskader. Ook moet er meer aandacht komen voor goede bestuurlijke rapportages en voor de gevolgen van sluiting voor bewoners.

Accepteer de statistieken, marketing cookies om deze content te bekijken.
Bekijk het eerste deel van het webinar over de toepassing van de bevoegdheid in artikel 13b Opiumwet met onderzoekers Michelle Bruijn en Els Schipaanboord

WODC-onderzoek 2: Effecten en gevolgen van de toepassing van artikel 13b Opiumwet

In het tweede deel van het onderzoek keken de onderzoekers naar twee vragen:

  • Bereikt de inzet van artikel 13b Opiumwet het beoogde effect?
  • Welke gevolgen heeft deze maatregel voor bewoners, omwonenden en verhuurders?

De onderzoekers zien dat gemeenten vaak aannemen dat een sluiting werkt, maar dit meestal niet actief onderzoeken. Vooral op de effecten op de buurt, veiligheid en het tegengaan van drugscriminaliteit is weinig concreet zicht. Ook blijkt dat minder zware maatregelen, zoals een waarschuwing of last onder dwangsom, in sommige gevallen ook effectief kunnen zijn.

Voor bewoners kunnen de gevolgen van een woningsluiting groot zijn. Zeker bij huurwoningen leidt een sluiting vaak tot beëindiging van het huurcontract door de verhuurder. In dat geval raken bewoners niet alleen tijdelijk, maar ook blijvend hun woning kwijt. Dat kan zorgen voor stress, financiële problemen, verstoring van hulpverlening en problemen binnen het gezin.

Voor omwonenden verschilt het beeld. Bij panden waar echt overlast werd ervaren, verdween die vaak na sluiting en ervaren omwonenden positieve gevolgen van de sluiting. Maar in veel andere gevallen wisten omwonenden niet eens dat er iets speelde of dat er een woning in de buurt gesloten was. Wel bleek dat direct omwonenden die wel op de hoogte waren van de sluiting behoefte hadden aan informatie over wat er gebeurd is, waarom de woning gesloten is en wat er na opheffing van de sluiting gaat gebeuren.

De onderzoekers adviseren gemeenten om beter te kijken naar de werkelijke effecten van hun aanpak, vaker minder zware maatregelen te overwegen en meer oog te hebben voor de gevolgen van sluiting voor bewoners en hun omgeving.

Accepteer de statistieken, marketing cookies om deze content te bekijken.
Bekijk het tweede deel van het webinar over de effecten en gevolgen van de toepassing van artikel 13b Opiumwet met onderzoekers Mark Beukers en Christian Boxum

Hoofdlijn van beide onderzoeken

Samen laten de twee onderzoeken zien dat de toepassing van artikel 13b Opiumwet veel vraagt van gemeenten. Niet alleen juridisch, maar ook in de afweging van de gevolgen voor betrokkenen. De onderzoekers pleiten daarom voor meer maatwerk, betere onderbouwing van besluiten en meer zicht op wat maatregelen in de praktijk werkelijk opleveren.

Vragen en antwoorden

Tijdens het webinar hebben deelnemers verschillende vragen aan de onderzoekers gesteld.

Accepteer de statistieken, marketing cookies om deze content te bekijken.
Bekijk het panelgesprek over de toepassing, effecten en gevolgen van artikel 13b Opiumwet dat CCV-adviseur Jantine van der Hurk voerde met onderzoekers Michelle Bruijn, Els Schipaanboord, Mark Beukers en Christian Boxum

Hieronder staan de antwoorden op de vragen van de deelnemers. Voor de leesbaarheid zijn de antwoorden vereenvoudigd. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend; in concrete gevallen blijft altijd een casus-specifieke juridische beoordeling noodzakelijk.

Dat hangt af van de situatie. De burgemeester weegt steeds de noodzaak van sluiting af tegen de gevolgen van de maatregel. Is de noodzaak groot, bijvoorbeeld vanwege feitelijke drugshandel en overlast, dan kan sluiting toch gerechtvaardigd zijn. Dat een verhuurder geen verwijt treft, kan wel meewegen in die afweging.

Dat kan met getuigenverklaringen, gesprekken met medewerkers of bezoekers en andere feiten en omstandigheden. Zo kan aannemelijk worden gemaakt dat er een duidelijke relatie is tussen die persoon (een stamgast), het pand en de overtreding.

Tijdsverloop is op zichzelf niet bepalend voor het antwoord op de vraag of de burgemeester bevoegd is op grond van artikel 13b Opiumwet. De vraag is of sluiting op het moment van uitvoering nog  geschikt en noodzakelijk is om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen. Is de situatie al hersteld, dan kan sluiting haar doel voorbij gaan.

Niet drugsgerelateerde feiten kunnen de ernst van de situatie vergroten, zoals overlast, wapens of explosies. Maar als het niet gaat om de huidige overtreding, maar antecedenten die niet-drugsgerelateerd zijn dan is de kans klein dat dit (zwaar) meeweegt bij de beoordeling van de noodzaak. Drugsgerelateerde antecedenten kunnen worden meegewogen, omdat zij wat zeggen over de kans op herhaling van een Opiumwet-overtreding. Dat is niet of minder het geval als de antecedenten niet Opiumwet-gerelateerd zijn.

Ja. Zeker bij huurwoningen kunnen de gevolgen groot zijn, bijvoorbeeld als de huurovereenkomst buitengerechtelijk zal worden ontbonden door de verhuurder. De burgemeester moet die gevolgen meenemen in de belangenafweging.

Ja. Volgens de onderzoekers is dat juist verstandig. Als een woningcorporatie niet automatisch overgaat tot buitengerechtelijke ontbinding, kan dat de ongewenste gevolgen van een sluiting beperken.

Van een verhuurder wordt een serieuze inspanning verwacht om toezicht te houden op het gebruik van het pand. Het gaat om een inspanningsverplichting, niet om een resultaatsverplichting. Wat redelijkerwijs verwacht mag worden, hangt af van de omstandigheden.

De burgemeester heeft geen volledige zorgplicht, maar wel een vergewisplicht. Dat betekent dat de burgemeester moet nagaan of bewoners terecht kunnen in vervangende woonruimte. Alleen een telefoonnummer van een opvang meegeven is niet genoeg.

Ja. Net als feitelijke handel, overlast of andere risicovolle omstandigheden kan de aanwezigheid van munitie meewegen bij de beoordeling van de ernst van de situatie.

Dat is volgens de onderzoekers wel aan te raden. Zo wordt duidelijker welke omstandigheden een rol spelen bij de afweging. Dat vergroot de transparantie, eenduidigheid en rechtsgelijkheid.

Ja. Als iemand aanvoert dat er geen alternatief onderdak is, helpt het als dat met stukken of verklaringen wordt onderbouwd. Tegelijkertijd moet de burgemeester ook zelf nagaan of er passende opvang of vervangende woonruimte beschikbaar is.

Dat hangt af van de zaak, maar het subsidiariteitsbeginsel vereist dat een minder ingrijpende maatregel moet worden opgelegd als daar dezelfde doelen mee worden bereikt. Sluiting kan bijvoorbeeld wel in beeld blijven als een last onder dwangsom eerder is opgelegd maar niet heeft gewerkt, of als de ernst van de overtreding daar aanleiding toe geeft.

Nee. Een signaal naar buiten toe mag hooguit een neveneffect zijn. Als dat het enige doel is, krijgt de maatregel een schandpaalfunctie en dat mag niet.

Dat is een belangrijk aandachtspunt. Sluiting neemt de mogelijkheid weg om vanuit één pand de overtreding voort te zetten, maar lost niet altijd het achterliggende probleem op. Daarom kijken onderzoekers ook nadrukkelijk naar alternatieven zoals de last onder dwangsom.

Dat zou kunnen, maar dat moet steeds zorgvuldig worden afgewogen. De reikwijdte van zo’n maatregel moet proportioneel en subsidiair zijn. Soms is een kleiner gebied passender of is de dwangsom alleen van toepassing op het pand waarin de overtreding plaatsvond.

Nee, daar is geen algemene verplichting voor. Vaak kan dat ook niet zomaar, vanwege de Wet politiegegevens. Wel moet duidelijk zijn welke feiten en omstandigheden ten grondslag liggen aan het besluit.

Dan gaat sluiting te ver. Als bewoners door sluiting op straat komen te staan en er geen passende vervangende woonruimte is, mag er niet worden gesloten en ligt een minder zware maatregel voor de hand.

Gemeenten moeten daar zorgvuldig mee omgaan. Er kan behoefte zijn aan informatie in de buurt, maar wat gedeeld mag worden, moet per situatie worden bekeken. Betrek daar zo nodig de privacy officer of functionaris gegevensbescherming bij.

Ja, dat risico is er. Zeker in kleinere gemeenschappen kan een poster op een woning sterk stigmatiserend uitpakken voor bewoners en gezinsleden.

Veiligheidsbeleving is een voorbeeld van een doel dat gemeenten wel kunnen onderzoeken. Door bewoners voor en na een maatregel te bevragen, kan beter in beeld komen wat het effect is.

Volgens de onderzoekers is er niet één modelbeleid dat op alle punten uitblinkt. Wel zijn er gemeenten met onderdelen die als goed voorbeeld kunnen dienen, zoals aandacht voor kinderrechten of een duidelijke uitwerking van de last onder dwangsom in het sanctieregime. Deze voorbeelden vind je op de pagina over artikel 13b Opiumwet.

Niet per se. Functioneel daderschap wordt in het bestuursrecht ruim uitgelegd. Ook als een verhuurder te weinig doet om een overtreding te voorkomen, kan hij worden aangemerkt als functioneel dader.

De gevolgen van sluiting kunnen bij een huurwoning veel groter zijn, bijvoorbeeld als de bewoner de woning definitief verliest doordat de verhuurder de huurovereenkomst beëindigt als gevolg van de sluiting. Bij een koopwoning kan iemand na afloop van de sluiting soms terugkeren, hoewel ook daar het risico aanwezig is dat de hypotheeknemer, wegens het schenden van de hypotheekvoorwaarden, eist dat de hypothecaire schuld ineens wordt voldaan, wat kan resulteren in een executieverkoop als de eigenaar van de woning de hypothecaire schuld niet ineens kan aflossen. Dat verschil kan zwaar meewegen in de belangenafweging.