Betrokken partijen aanpak drugsafval
Laatst gewijzigd op: 01-06-2026Na het ontdekken van een drugsproductielocatie of drugsafvaldumping spelen een aantal organisaties een rol.
Bij het ontdekken van een drugsafvaldumping of productieplaats moet er altijd melding gedaan worden bij de meldkamer van de politie. De meldkamer zorgt dat de juiste instanties geïnformeerd worden, zodat het werkproces kan worden opgestart.
De politie heeft taken als de plaats delict veiligstellen, de aanwezigheid van opsporingsaspecten beoordelen, onderzoek uit (laten) voeren en andere organisaties inlichten.
Er zijn verschillende onderdelen van de politie bij drugsafvaldumpingen/drugslabs betrokken:
- Het basisteam van de betreffende regionale eenheid is verantwoordelijk voor de eerste acties. Het basisteam beoordeelt de situatie ter plaatse op veiligheid (primair) en opsporingsaspecten (secundair).
- De officier van dienst (Ovd-P) is de aangewezen functionaris die de regie heeft.
- De politie kan de Landelijke Faciliteit Ondersteuning en Ontmantelen (LFO) inschakelen. De LFO is beschikbaar om bij het ontdekken van bijzondere drugsafvaldumpingen of bij het aantreffen van een drugslab of opslagplaats te ondersteunen bij de ontmanteling. De LFO geeft ook desgevraagd (op afstand) advies over de ontmantelingsfase. Het helpt om, naast de beschrijving van de omgevingssituatie, foto’s van de plaats delict mee te sturen. De LFO kan op aanvraag de aangetroffen stoffen bemonsteren.
- Aanwezigheid van Forensische Opsporing (FO) is van meerwaarde als er sporen aanwezig zijn met opsporingsindicatie. Bij het vermoeden hiervan dient altijd contact met FO opgenomen te worden. Als er voldoende aanleiding is, komt FO ter plaatse. Wanneer dat onverhoopt niet kan, kan FO ook op afstand adviseren op welke wijze de sporen veiliggesteld kunnen worden.
- De expertise van Team Milieu ter plaatste richt zich in beginsel op alle sporen en opsporingshandelingen. Men gebruikt deze voor eigen onderzoek, daar waar het milieuwetgeving betreft, en draagt deze over aan collega’s daar waar het commune delicten betreft. Team Milieu ondersteunt en coördineert de collega’s hierbij ter plaatse.
De brandweer beoordeelt de veiligheid op de locatie, vooral bij risico’s zoals explosiegevaar, giftige dampen of brand. Ze treffen zo nodig maatregelen om verdere gevaren te beperken, zoals ventilatie of het afschermen van het gebied. Ook zorgen zij voor stabilisatie van het afval. De brandweer werkt onder leiding van de Officier van Dienst Brandweer (ovd-b), vaak met ondersteuning van de Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS).
Het NFI is het laboratorium waar meestal in opdracht van de politie of het Openbaar Ministerie sporen bij een misdrijf of een vermoeden van een misdrijf worden onderworpen aan forensisch onderzoek. Het NFI analyseert de bemonsterde stoffen die door de politie of LFO zijn veiliggesteld. Op basis van deze forensische analyse kan worden vastgesteld welke drugs geproduceerd zijn, of welke chemicaliën zijn gedumpt. Deze informatie kan worden gebruikt als bewijsmateriaal in strafzaken.
De omgevingsdiensten (regionale uitvoeringsdiensten) zijn belast met uitvoeringstaken op het gebied van het omgevingsrecht. Ze voeren voor het bevoegde gezag (gemeente en provincie) deze taken uit. Ze verrichten als uitvoeringsorgaan van de gemeente controles bij inrichtingen (deze term komt uit de Wet milieubeheer, vrij vertaald: bedrijven die een milieubelastende taak verrichten) en houden toezicht in het buitengebied. Zij spelen een belangrijke rol bij het beoordelen van milieuschade, het opstellen van saneringsplannen en het controleren van de uitvoering daarvan.
De gemeente kan met de volgende twee zaken te maken hebben:
- De burgemeester heeft de wettelijke taak om de openbare ruimte en veiligheid te bewaken en in voorkomende gevallen in te grijpen. Om die reden is de burgemeester meestal het bevoegd gezag. De officier van dienst bevolkingszorg (ovd-bz) is in deze situaties het aanspreekpunt. Daarnaast is ook de toezichttaak bij het vermoeden of aantonen van een productieplaats voor synthetische drugs van belang. Deze taak komt voort uit het omgevingsrecht.
- De gemeente kan als eigenaar van onroerend goed te maken krijgen met drugsafvaldumpingen en met opslag- en productieplaatsen voor synthetische drugs.
De eigenaar van de grond of het pand waarin drugsafval is gedumpt of een drugsproductielocatie is aangetroffen, heeft een verantwoordelijkheid om grond en omgeving veilig en schoon te houden. De eigenaar moet meewerken aan de opruiming en kan aansprakelijk worden gesteld voor de situatie, zelfs als hij niet direct betrokken was. Ook wordt verwacht dat de eigenaar aangifte doet. Jurisprudentie wijst echter uit dat de eigenaar niet altijd verantwoordelijk gehouden kan worden om de opruimkosten van het drugsafval te betalen.
Er vindt overleg plaats tussen de gemeente en de eigenaar van de grond (met opstal(len)). De gemeente adviseert over en/of bevordert dat de taken uitgevoerd kunnen worden en vertrouwt op medewerking van de eigenaar.
Een belangrijk aspect is het opruimen en afvoeren van het drugsafval en het doen van aangifte. Na het afronden van het incident bij de plaats delict, inclusief het doen van aangifte, draagt de gemeente zorg voor de coördinatie van het vervolg, waaronder terugmelding richting eigenaar van de verdere afhandeling.
De provincie kan als eigenaar van het terrein of de openbare weg waar de afvalstoffen zijn aangetroffen betrokken zijn. Bij bodemverontreiniging is de provincie verplicht om op te treden en maatregelen te treffen. Zij werkt daarbij vaak samen met de omgevingsdienst. Ook kan de provincie subsidies of fondsen inzetten voor opruimkosten.
Wanneer drugsafval in of nabij oppervlaktewater wordt aangetroffen, ligt het bevoegd gezag bij de waterbeheerder.
- Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor rijkswateren, vaarwegenbeheer, hoofdwaterwegen en de grote rivieren.
- Het waterschap is verantwoordelijk voor het regionale waterbeheer, veilige dijken (waterkeringenzorg), waterkwantiteitsbeheer (voldoende water), waterkwaliteitsbeheer (schoon water). Lozingen op de riolering kunnen de werking van de rioolwaterzuiveringsinstallaties verstoren en hiermee de taak van het waterschap ondermijnen.
De waterbeheerders moeten effectief optreden bij een calamiteit om de schade voor volksgezondheid en het milieu te beperken. Naast de gebruikelijke inspecteurs van de waterbeheerders die kunnen optreden met bestuursrechtelijke procedures (aanschrijvingen last onder bestuursdwang/dwangsom etc.), kunnen ook buitengewoon opsporingsambtenaren zijn aangewezen en in dat kader zijn opgeleid en gecertificeerd (strafrechtelijk).
Staatsbosbeheer kan als eigenaar van het terrein waar drugsafval is aangetroffen, betrokken zijn. Wanneer boa’s van Staatsbosbeheer zelf een dumpplek aantreffen, zetten zij het gebied af met waarschuwingslinten. Met als doel om ongelukken te voorkomen en om mensen niet met schadelijke stoffen in aanraking te laten komen. Ook wordt de politie gealarmeerd. Na het onderzoek schakelt Staatsbosbeheer een specialistisch bedrijf in om het drugsafval op te ruimen dan wel bomen te rooien en de grond te saneren.
Het OM bepaalt of strafrechtelijke vervolging wordt ingezet.
- Bij ‘normale’ drugsafvaldumping gaat men ervanuit dat de gebruikelijke afspraken met de politie worden uitgevoerd en gerespecteerd.
- Bij bijzondere omstandigheden zoals een extreme dumping van vaten, het aantreffen van productieplaatsen voor synthetische drugs of van opslag van halffabricaten synthetische drugs en/of grondstoffenopslag, moet er contact worden opgenomen met het Openbaar Ministerie, bijvoorbeeld met de piketofficier van justitie. De (hulp)officier van justitie bepaalt of de OM-inzet per ommegaande of later opgeschaald wordt.
Voor het daadwerkelijk opruimen, afvoeren en verwerken van drugsafval worden gespecialiseerde bedrijven ingeschakeld door gemeenten, provincies, waterbeheerders of eigenaren. Deze bedrijven zijn gecertificeerd om te werken met gevaarlijke stoffen en moeten voldoen aan strenge veiligheids- en milieuregels.
Het gespecialiseerde bedrijf kan belast worden met:
- Opslag (in depot): een selectie van de aangetroffen stoffen is afgezonderd en moet afgevoerd worden naar een specifieke locatie voor bemonstering.
- Verwerken: als er geen sporen zijn aangetroffen die veiliggesteld of onderzocht moeten worden, moet het aangetroffen drugsafval afgevoerd, verwerkt en/of vernietigd worden.