Ga naar de inhoud

Werkwijze criminele uitbuiting

Laatst gewijzigd op: 02-07-2026

Criminele uitbuiting is vaak moeilijk te herkennen. Slachtoffers plegen strafbare feiten, maar doen dat niet vrijwillig. Zij kunnen onder druk staan, worden bedreigd of stap voor stap worden beïnvloed. Die druk is niet altijd direct zichtbaar. Soms gaat het om dreiging met geweld. In andere gevallen loopt de beïnvloeding subtieler, bijvoorbeeld via afhankelijkheid, manipulatie of geleidelijke escalatie.

illustratie mannetje opent container

Hierdoor raakt het slachtoffer steeds verder geïsoleerd en afhankelijk van de crimineel of criminele organisatie. Hulp zoeken wordt moeilijker. Ook neemt de kans toe dat het slachtoffer steeds dieper betrokken raakt bij de criminaliteit.

Barrièremodel over criminele uitbuiting

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) heeft een barrièremodel over criminele uitbuiting ontwikkeld om de werkwijze van de uitbuiter beter te begrijpen. Dit model kijkt vanuit het perspectief van de uitbuiter. Welke stappen kan een uitbuiter zetten? Waar ontstaan kansen voor professionals om in te grijpen in het proces? En welke signalen kunnen professionals zien?

Het model helpt partners om verder te kijken dan het strafbare feit zelf. Het maakt zichtbaar welke personen, plekken, middelen en omstandigheden criminele uitbuiting mogelijk maken. Zo kunnen gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, zorg, onderwijs en andere partners gerichter samenwerken.

Barrièremodel is geen vast stappenplan

Het barrièremodel is geen vast stappenplan dat altijd van begin tot eind wordt doorlopen. Criminele uitbuiting kent veel vormen. Soms bouwt een dader langzaam vertrouwen op. Soms wordt iemand direct onder druk gezet. En soms wordt een slachtoffer maar één keer ingezet.

Ook kunnen stappen door elkaar lopen of terugkomen. Een slachtoffer kan later bijvoorbeeld zelf worden ingezet om nieuwe slachtoffers te ronselen. Daardoor kunnen slachtofferschap en daderschap in elkaar overlopen.

De stappen hieronder helpen om patronen te herkennen en de werkwijze van daders beter te begrijpen. Per stap kan worden bekeken welke signalen zichtbaar zijn, welke omstandigheden uitbuiting mogelijk maken en welke barrières partners kunnen opwerpen.

Stappen criminele uitbuiting

In deze stap zoekt de uitbuiter naar personen die geschikt of kwetsbaar zijn om in te zetten voor criminele activiteiten. Dat kan gebeuren op fysieke plekken, zoals opvanglocaties, zorginstellingen, asielzoekerscentra, scholen, wijken met sociale problematiek of plekken waar jongeren samenkomen. Ook online zoeken daders naar mogelijke slachtoffers. Bijvoorbeeld via sociale media, gameplatforms, chatgroepen of versleutelde berichtendiensten.

Soms benadert een dader iemand heel gericht. In andere gevallen zet een dader breed een criminele ‘klus’ uit, bijvoorbeeld met de belofte van snel geld. Dit wordt ook wel ‘hengelen’ of ‘vissen’ naar uitvoerders genoemd.

Identificeren kan ook ‘toevallig’ ontstaan. Bijvoorbeeld wanneer iemand op een kwetsbaar moment in contact komt met een dader die daar misbruik van maakt. De volgorde van identificeren, binding en inzetbaarheid kan ook andersom plaatsvinden waarbij er eerst al een bestaande relatie is voordat iemand als geschikt wordt geacht voor inzetbaarheid.

In deze stap probeert de dader grip te krijgen op het potentiële slachtoffer. Dit gebeurt vaak door vertrouwen op te bouwen, bestaande relaties te misbruiken of in te spelen op kwetsbaarheden. De dader kan aandacht, bescherming, geld, spullen, status of een gevoel van verbondenheid bieden. Daardoor ontstaat afhankelijkheid.

Binden gaat niet altijd over status of luxe. Soms gaat het om overleven. Iemand heeft bijvoorbeeld geld nodig, geen veilige plek om te verblijven of is afhankelijk van verdovende middelen. Daders kunnen die situatie gebruiken om iemand aan zich te binden.

Ook emotionele strategieën spelen een rol. Slachtoffers kunnen het gevoel krijgen dat ze ergens bij horen, dat iemand voor hen zorgt of dat zij eindelijk gezien worden. Daders kunnen inspelen op gevoelens van buitensluiting, onrecht of wantrouwen richting de samenleving. Criminaliteit wordt dan neergezet als logisch, nodig of zelfs rechtvaardig.

Binding is niet altijd een aparte stap. Soms bestaat de band al. Bijvoorbeeld via familie, vrienden of een ander sociaal netwerk. In andere slaat de dader deze stap over en gebruikt hij direct druk, chantage of bedreiging.

In deze stap wordt de drempel om strafbare feiten te plegen steeds lager. Dit kan komen door normalisering van criminaliteit, het wegvallen van positieve sociale contacten, groepsdruk en verschuivende loyaliteit richting de dader of groep.

De dader kan het slachtoffer kleine opdrachten laten uitvoeren. Daarmee test hij loyaliteit, beschikbaarheid of vaardigheden. Deze zogenoemde ‘proefklussen’ lijken soms onschuldig, maar brengen iemand stap voor stap dichter bij strafbaar gedrag.

Grensvervaging vindt niet altijd plaats als aparte stap. Soms wordt iemand direct ingezet voor een criminele ‘klus’ of onder druk gezet om een strafbaar feit te plegen.

In deze stap krijgt de dader meer controle over het slachtoffer. Er is sprake van insluiting, druk en dwang. Het slachtoffer verliest steeds meer eigen regie en kan of durft zich niet meer aan de situatie te onttrekken.

Controle kan verschillende vormen aannemen. Denk aan angst, geweld, chantage, schulden, verslaving, afhankelijkheid van verblijf, sociale druk of financiële afhankelijkheid.

Dwang is in de praktijk vaak subtiel. Daardoor is het moeilijk te herkennen en te bewijzen. Bij minderjarige slachtoffers hoeft dwang niet te worden aangetoond om te kunnen spreken van criminele uitbuiting. Bij minderjarigheid is er altijd sprake van mensenhandel.

In deze stap wordt het slachtoffer ingezet om strafbare feiten te plegen. De dader gebruikt de opgebouwde controle, druk of afhankelijkheid om het slachtoffer opdrachten te laten uitvoeren.

De strafbare feiten kunnen sterk verschillen. Vaak gaat het om delicten waarbij de uitvoerder veel risico loopt om gepakt te worden, terwijl de dader zelf buiten beeld blijft.

In deze stap profiteert de dader van de strafbare feiten die het slachtoffer heeft gepleegd. Vaak gaat het om financieel voordeel, maar voordeel kan ook bestaan uit status, macht, erkenning, intimidatie of het veroorzaken van maatschappelijke onrust.

In deze stap raakt het slachtoffer steeds dieper betrokken bij het criminele netwerk of de criminele leefwereld. Het slachtoffer functioneert dan steeds meer binnen die context en steeds minder binnen positieve sociale verbanden, zoals gezin, school, werk, zorg of een ander steunend netwerk.

Verankering vindt niet altijd plaats. Soms wordt iemand één keer ingezet voor een strafbaar feit. In deze situatie heeft de inzet een ‘wegwerpkarakter’: iemand wordt kort gebruikt en daarna vervangen.

Bij groepen met een sterke sociale identiteit kan verankering juist wel ontstaan. Iemand raakt dan steeds verder betrokken bij strafbare feiten, zonder dat dit altijd direct gekoppeld is aan één duidelijke groep.

In deze fase kunnen slachtofferschap en daderschap verder door elkaar gaan lopen. Het wordt dan steeds lastiger om scherp te zien waar slachtofferschap eindigt en actief daderschap begint..