Ga naar de inhoud

Handvatten wijk-GGD voor gemeenten

Laatst gewijzigd op: 01-04-2026

Met deze handvatten van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) kun je voortvarend aan de slag met de invoering van de werkwijze wijk-GGD in je gemeente.

Vrouw met paniekaanval op straat.

Handvat 1: Bestuurlijk commitment

Handvat 1 laat zien wat er nodig is om de inzet van een wijk-GGD’er goed te starten en stevig neer te zetten. Belangrijk is dat er vanaf het begin bestuurlijk draagvlak is, met duidelijke keuzes over taken, samenwerking, tijd, geld en communicatie. Stel ook een projectleider aan, vorm een projectgroep met de juiste partners en maak samen heldere afspraken. Zo ontstaat een sterke basis voor een goede uitvoering.

Handvat 2: Probleem analyseren en doelen stellen

Handvat 2 helpt gemeenten en partners om goed te starten met de inzet van een wijk-GGD’er. Breng eerst samen scherp in beeld wat het probleem is, hoe groot het is en waardoor het ontstaat. Daarna maak je duidelijke afspraken over wat je wilt bereiken, zowel in de aanpak als in de samenwerking. Zo werk je met elkaar doelgericht en kun je later ook beter volgen of de inzet echt effect heeft.

Handvat 3: Borgen door monitoren

Handvat 3 beschrijft hoe je de inzet van een wijk-GGD’er goed kunt volgen en onderbouwen. Samen bepaal je vooraf wat je wilt meten, welke resultaten daarbij horen en hoe je die informatie verzamelt. Door tussentijds en achteraf te meten en daar helder over te rapporteren, zie je beter wat werkt, wat beter kan en wat de wijk-GGD’er oplevert voor de gemeente.

Handvat 4: Profiel en werkwijze wijk-GGD’er

Handvat 4 schetst wat een wijk-GGD’er nodig heeft om goed te kunnen werken en welke stappen daarbij horen. De wijk-GGD’er moet snel kunnen handelen, goed samenwerken en creatief zoeken naar passende oplossingen voor mensen met onbegrepen gedrag. Ook laat de handreiking zien hoe het werk verloopt: van signalen oppakken en de situatie beoordelen tot acties inzetten, terugkoppelen, nazorg geven en de eigen aanpak blijven verbeteren.

Handvat 5: De wijk-GGD’er in positie

Handvat 5 laat zien wat nodig is om een wijk-GGD’er echt goed zijn werk te laten doen. Daarvoor zijn bestuurlijke steun, een onafhankelijke positie, korte lijnen met partners en duidelijke werkafspraken nodig. Ook is het belangrijk dat de wijk-GGD’er bekend is in het netwerk en ruimte krijgt om snel en flexibel te handelen. Zo kan hij mensen met onbegrepen gedrag sneller naar passende zorg of ondersteuning leiden.

Handvat 6: Van project naar structurele voorziening

Handvat 6 laat zien hoe je de inzet van een wijk-GGD’er na een pilot kunt omzetten in een vaste voorziening. Daarvoor is het belangrijk om resultaten, leerpunten en succesfactoren goed vast te leggen en ook cliënten en naasten te betrekken. Zo kun je onderbouwen wat de wijk-GGD’er oplevert, wat er nog nodig is en hoe je kunt zorgen voor blijvende steun, goede afspraken en structurele financiering.