Ga naar de inhoud

Bouwstenen voor betere samenwerking bij mensenhandel

Laatst gewijzigd op: 15-05-2026

Mensenhandel blijft vaak verborgen. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het herkennen van signalen, het ondersteunen van slachtoffers en het organiseren van samenwerking. Acht bouwstenen helpen gemeenten en regio’s om hun aanpak duidelijker, steviger en beter uitvoerbaar te maken.

mensenhandel poppetjes

Mensenhandel is een ernstig probleem. Het kan in elke gemeente voorkomen, maar blijft vaak verborgen. Slachtoffers hebben recht op snelle, passende en goed georganiseerde hulp. Gemeenten spelen daarbij een belangrijke rol.

Sinds 2022 moeten gemeenten een lokale aanpak mensenhandel hebben. In de praktijk is die aanpak nog vaak versnipperd. Taken zijn niet altijd duidelijk belegd en samenwerking verschilt per regio. Daardoor kunnen signalen blijven liggen en krijgen slachtoffers niet altijd op tijd hulp.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Comensha en het CCV hebben met ondersteuning van de DSP-groep acht bouwstenen vastgesteld. Lokale aandachtsfunctionarissen mensenhandel, zorgcoördinatoren en ketenregisseurs dachten intensief mee. Deze bouwstenen helpen gemeenten en regio’s om signalen beter op te volgen, slachtoffers sneller te ondersteunen en samenwerking duidelijker te organiseren.

Acht bouwstenen

De bouwstenen vormen samen de basis voor een stevige aanpak van mensenhandel. Ze schrijven niet voor welke functie welke taak moet uitvoeren. Dat kan per regio verschillen. Belangrijk is dat de taken duidelijk zijn belegd en dat partners elkaar weten te vinden.

  • Zorgt dat er een regionale bestuurlijk portefeuillehouder met mandaat en budget op zorg én veiligheid is die het thema mensenhandel prioriteert.
  • Zorgt dat er een bestuurlijke tafel is waar besluiten genomen kunnen worden over de aanpak mensenhandel. Een focuspunt is onder andere het zorgen voor beschikbare opvangplekken (een basis aan opvangplekken én een mogelijkheid tot opschalen).
  • De bestuurlijke aanpak van mensenhandel actief stimuleert. Dit betekent enerzijds inspelen op bestaande prioriteiten binnen het thema en deze versterken, en anderzijds, waar het geen prioriteit heeft, het thema onder de aandacht brengen van regionale en lokale bestuurlijke trekkers om het op de agenda te krijgen.
  • Aansluit bij periodieke overleggen met de burgemeester die als portefeuillehouder Mensenhandel van de regio is aangesteld. Tijdens de overleggen wordt de stand van zaken rondom mensenhandel besproken waardoor het thema op de radar van de bestuurder blijft. In sommige regio’s heet dit de regionale tafel mensenhandel, waar de burgemeester als voorzitter optreedt.
  • Zorgt dat de portefeuillehouder mensenhandel het thema aan de orde blijft brengen bij bestuurders in de regio.
  • Zorgt voor bestuurlijke vertegenwoordiging vanuit de regio in het landelijk netwerk.
  • Zorgt voor rapportages over de stand van zaken van beleid in de regio.
  • Regie voert binnen de aanpak mensenhandel. Dit gaat niet (per se) over casuïstiek, maar over samenwerkingen tussen ketenpartners in zowel het veiligheids- en zorgdomein zoals de NLA, de politie, RIEC, ZVH en Veilig Thuis. Dit houdt in dat deze persoon: – het regionale aanspreekpunt is voor alle ketenpartners en ook zodanig gepositioneerd is.
    • Gericht is op ondersteuning van gemeenten in de regio als liaison tussen regionale partijen en gemeenten.
    • Ketenpartners bij elkaar brengt en zorgt dat iedereen elkaar weet te vinden. Deze persoon faciliteert overleggen tussen ketenpartners en (laagdrempelig) intercollegiaal overleg met als doel om handelingsverlegenheid tegen te gaan.
    • Zich bezighoudt met beleidsknelpunten die uit casuïstiek komen maar niet met de casuïstiek zelf en actief stuurt op het wegnemen van deze knelpunten.
    • Regionale overleggen met de ambtelijke portefeuillehouder en coördinator slachtofferschap voorzit, bijwoont en opzet.
  • Het schakelpunt is van kennis en expertise in de regio en ketenpartners scherp houdt over ontwikkelingen. Hiervoor worden beelden opgevraagd bij betrokken partijen uit de regio of bijvoorbeeld bij EMM.
  • Die gericht is op het effectief en doelmatig laten verlopen van de processen die noodzakelijk zijn bij signalering. Door middel van o.a. regievoeren op de samenwerking
  • Schakelt met andere regiehouders om landelijk op te schakelen.
  • Vroegtijdig nieuwe (inter)nationale, regionale en lokale trends en ontwikkelingen signaleert, verzamelt en deelt met ketenpartners
  • Verantwoordelijk is voor het verzamelen en samenbrengen van data en zorgt dat er structurele samenwerking en datalevering van onder andere politie, AVIM, CoMensha en zorgcoördinatoren is.
  • Aanspreekpunt is voor de ambtelijke portefeuillehouder bij de gemeentes.
  • Op regionaal niveau de ambtelijke portefeuillehouders faciliteert en regelmatig bij ze incheckt.
  • Zorgt dat de portefeuillehouder mensenhandel het thema aan de orde blijft brengen bij bestuurders in de regio.
  • Regionaal beleid opstelt en dit aanjaagt op regionaal niveau in samenwerking met gemeenten en ketenpartners, bijvoorbeeld in een regionaal actieprogramma.
  • Het regionale beleid evalueert en verder ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de ambtelijke portefeuillehouders. Daarnaast kan deze persoon ondersteuning bieden bij de beleidsontwikkeling door kennis en best practices te delen.
  • Bijdraagt bij aan het monitoren van beleidseffecten om vast te stellen of het beleid effectief is en voldoet aan de gestelde doelen.
  • Meldingen ontvangt van óf over slachtoffers mensenhandel. Dit houdt in dat deze persoon een aanspreekpunt is voor professionals en burgers die rondom een vindplaats wonen en/of werken om signalen van mensenhandel te zien). Dit houdt in dat wanneer een burger of een professional twijfelt of er ergens sprake is van mensenhandel, deze persoon gebeld kan worden om het te toetsen. Dit gaat dus over casuïstiek. Het is daarom te adviseren dat de persoon die dit doet een ‘stap’ is binnen het signalerings- en meldingsproces.
  • Een aanspreekpunt is voor slachtoffers mensenhandel. Dit gaat niet per se om directe hulpverlening, maar deze persoon helpt wel in het zorgen dat het slachtoffer de juiste hulpverlening krijgt.
  • De zorg en hulpverlening coördineert van een slachtoffer mensenhandel. De precieze invulling hiervan is maatwerk, maar in ieder geval: het zorgen voor een opvangplek5 en de passende zorgpartners koppelen aan het slachtoffer. De coördinator weet alle zorgpartners in de regio te vinden en weet hoe deze bereikt en ingezet kunnen worden.
  • De spil is tussen het strafrechtelijke systeem en het zorgdomein. Kennis over de rechten van het slachtoffer is nodig.
  • Slachtofferschap, maar ook daderschap signaleert en deze casuïstiek doorverwijst naar de juiste partners.
  • Interventies opzet binnen de regio (samen met de ambtelijk portefeuillehouder) om de lokale thema’s rondom arbeidsuitbuiting, seksuele uitbuiting en criminele uitbuiting onder de aandacht te brengen bij zowel professionals als de lokale bevolking. Dit vergroot de zichtbaarheid van het thema en daardoor komen er meer meldingen naar boven.
  • Actief en outreachend zorgt voor bewustwordingsbijeenkomsten en meer bekendheid van de meldroute, in ieder geval binnen het zorgdomein en het veiligheidsdomein. Dit vergroot de bekendheid en toegankelijkheid rondom signalering bij ketenpartners, maar ook op andere locaties waar behoefte is aan kennis over mensenhandel (zoals middelbare scholen, zorginstanties).
  • Relaties onderhoudt met verschillende ketenpartners binnen het regionale zorgdomein, waaronder zorginstanties
  • De relatie en samenwerking onderhoud met CoMensha ten behoeve van de opvang van slachtoffers en het delen van relevante ontwikkelingen en signalen.
  • Zorgt voor afstemming van uniforme registratie en rapportage over de aard en omvang van slachtofferschap, zodat er meer zicht komt op het probleem en het daarmee bestuurlijk geagendeerd kan worden.
  • Monitort zachte signalen om het informatiebeeld van de aard en omvang te verrijken.
  • Levert structureel data aan aan CoMensha.
  • Zorgt voor monitoring van (doorplaatsing) van slachtoffers naar opvangvoorzieningen en in kaart brengt vanuit welke situaties of locaties zij instromen.
  • Zorgt voor monitoren en evalueren op effecten van interventies, voert evaluaties uit van interventies die gericht zijn op het verhogen van de zichtbaarheid van slachtoffers en het verbeteren van signalering.
  • Binnen elke gemeente het lokale aanspreekpunt is op het gebied van mensenhandel (gericht op daders én slachtoffers), t.a.v. samenwerking binnen het thema, het beleid maar ook t.a.v. de casuïstiek (wanneer dat niet op een andere plek belegd is). Deze persoon functioneert als het gezicht van de gemeentelijke aanpak MH intern maar ook extern. En zoekt daarin ten minste de samenwerking met de regiehouder en de coördinator slachtofferschap De persoon is onderdeel van de interne meldroute en heeft in ieder geval een signaleringstraining gevolgd.
  • Met de kennis van mensenhandel en af en toe meegaat met gemeentelijke controles, bijvoorbeeld bij arbeidsinspectie of prostitutiecontroles. Dit zal leiden tot hogere priortering van mensenhandel bij dit soort controles.
  • Overleggen met verschillende teams binnen de gemeentes rond het thema mensenhandel faciliteert en voorzit. Dit is een manier om het thema mensenhandel op de radar te houden binnen meerdere domeinen.
  • Meldingen over mensenhandel en slachtoffers hiervan verzamelt, filtert en doorzet naar de juiste partners. Het doorzetten kan naar de coördinator slachtofferschap en/of de politie, die de melding dan verder op zal pakken.
  • Verantwoordelijk is voor de borging en inrichting van interne processen voor signalering en meldroutes.
  • Binnen de gemeente die het thema mensenhandel actief op de agenda zet, zowel bij lokale bestuurders (met ondersteunen van de regiehouder) als binnen de uitvoerende afdelingen. Denk hierbij aan baliemedewerkers van gemeentelijke loketten (bijvoorbeeld de ambtenaren die BSN-nummers uitgeven) en daardoor veel signalen kunnen opvangen, of toezichthouders die betrokken zijn bij prostitutiecontroles. Een effectieve aanpak kan bijvoorbeeld bestaan uit interne bewustwordingscampagnes om medewerkers te informeren en alert te maken op mogelijke signalen van mensenhandel.
  • Samen met de communicatieadviseur van de gemeente zorgt voor bewustwording over mensenhandel bij de lokale inwoners, eventueel samen met de coördinator slachtofferschap. Hierbij wordt gebruik gemaakt van bestaande bewustwordingsinterventies
  • De uitkomsten van meldingen terugkoppelt, zodat burgers weten dat hun signaal serieus wordt genomen en wellicht nog een keer zullen melden.
  • Signaleringstrainingen voor werknemers (zoals toezichthouders) binnen de gemeente kan faciliteren. Dit houdt in ofwel een externe trainer inschakelen of zelf de training geven. Hierbij kan er goed samengewerkt worden met coördinator slachtofferschap of de regiehouder.
  • Standaardtrainingen aanvult met lokale informatie over wie gebeld moet worden en waar je terecht kunt om handelingsverlegenheid tegen te gaan. Dit gaat bijvoorbeeld om de trainingen en e-learnings.

Alle bouwstenen nog eens rustig nalezen? Download het document ‘Bouwstenen voor samenwerking aanpak mensenhandel’.

Monitoren en evalueren

Een effectieve aanpak van mensenhandel vraagt niet alleen om inzet in de uitvoering. Gemeenten en regio’s moeten ook weten wat werkt en waar verbetering nodig is. Daarom is naast de bouwstenen ook het document ‘Monitoren en evalueren binnen de aanpak mensenhandel’ ontwikkeld. Dit document helpt gemeenten en regio’s om beter zicht te krijgen op:

  • Het aantal signalen
  • Het aantal bereikte slachtoffers
  • De hulp die wordt ingezet
  • De samenwerking tussen partners
  • Knelpunten in de aanpak
  • Resultaten van beleid en interventies

Met deze informatie kunnen gemeenten en regio’s beter sturen, verbeteren en bestuurlijk verantwoording afleggen.

Meer verdiepen in deze ontwikkeling? Download het document ‘Monitoren en evalueren binnen de aanpak mensenhandel’.