Ga naar de inhoud

Werkwijze arbeidsuitbuiting

Laatst gewijzigd op: 02-07-2026

Het CCV heeft een barrièremodel over arbeidsuitbuiting ontwikkeld om de werkwijze van de uitbuiter beter te begrijpen. Het beschrijft welke stappen iemand moet zetten om arbeidsuitbuiting mogelijk te maken. Per stap worden gelegenheden, signalen, betrokken personen en partijen en bestaande en gewenste barrières genoemd.

header foto voor arbeidsuitbuiting

Arbeidsuitbuiting is niet alleen een strafrechtelijk vraagstuk. Bij uitbuiting spelen vaak ook het organiseren van werk, huisvesting, documenten en geldstromen een rol. Daarbij wordt regelmatig gebruik gemaakt van legale structuren, schijnconstructies of informele netwerken.

Zo kunnen meerdere partijen voordeel halen uit de uitbuitingssituatie, terwijl misstanden lange tijd buiten beeld blijven. Dat vraagt om een integrale benadering, waarbij niet alleen aandacht is voor signalen op de werkvloer, maar ook voor de onderliggende processen en verdienmodellen.

Barrièremodel over arbeidsuitbuiting

Om deze mechanismen beter te begrijpen, brengt het barrièremodel arbeidsuitbuiting het proces van uitbuiting in kaart vanuit het perspectief van de dader. Het model beschrijft de mogelijke stappen in een uitbuitingssituatie: van voorbereiding en werving tot de inzet van arbeid en het structureel behalen van voordeel. Door deze stappen te analyseren, wordt zichtbaar waar kansen voor uitbuiting ontstaan, welke signalen kunnen wijzen op misstanden en op welke momenten barrières kunnen worden opgeworpen.

Illustratief model

Het model is bedoeld als een voorbeeld: niet elke situatie doorloopt alle stappen en ook de volgorde kan verschillen. Juist door ruimte te laten voor deze variatie, biedt het barrièremodel handvatten om arbeidsuitbuiting eerder te herkennen, te verstoren en waar mogelijk te voorkomen.

Stappen arbeidsuitbuiting

In de voorbereidingsfase leggen daders de basis voor arbeidsuitbuiting. Deze stap heeft vooral betrekking op daders die bewust keuzes maken en aan de voorkant onderzoek doen met het doel om uitbuiting mogelijk te maken. In de praktijk gaat het echter ook vaak om opportunistische verdachten die gebruikmaken van een bestaande situatie die zij niet altijd zelf hebben gecreëerd.

De voorbereidingsfase verloopt daarom niet altijd lineair of centraal aangestuurd. Arbeidsuitbuiting kan ook ontstaan in meer organische gelegenheidsstructuren, waarin verschillende actoren elk een deel van het proces verzorgen en elkaar vinden via informele samenwerkingen of bestaande netwerken.

In deze stap wordt nagedacht over de inrichting van het uitbuitingsproces en over de middelen, contacten, structuren en verhalen die daarvoor nodig zijn. Het gaat om het:

  • Creëren van randvoorwaarden, zoals het verkennen van doelgroepen, het voorbereiden van wervings- en bedrijfsactiviteiten;
  • Inrichten van logistieke en financiële structuren;
  • Organiseren van ondersteunende netwerken.

Deze fase kan zichtbaar zijn, bijvoorbeeld bij formele bedrijfsregistraties, maar ook grotendeels buiten beeld blijven, bijvoorbeeld wanneer betrokkenen er bewust voor kiezen onder de radar te opereren.

In de wervingsfase richten uitbuiters zich op het aantrekken van personen die zij kunnen inzetten voor arbeid onder uitbuitende omstandigheden. Deze stap draait om het identificeren en benaderen van mensen die door hun omstandigheden, afhankelijkheden of beperkte alternatieven extra kwetsbaar zijn.

Werving kan plaatsvinden via formele structuren, zoals uitzendbureaus of erkende referenten, maar ook via informele netwerken, sociale media of tussenpersonen die actief op zoek gaan naar potentiële slachtoffers. Misleiding, valse beloften en het creëren of versterken van afhankelijkheidsrelaties spelen in deze fase vaak een centrale rol.

In deze stap richten uitbuiters zich op het organiseren van de formele documenten of schijnconstructies die nodig zijn om niet-EU-burgers naar Nederland te laten komen en hier te laten werken of verblijven. Het gaat om het gebruiken of misbruiken van regels voor verblijf en werk.

Bijvoorbeeld door vergunningen, een referent of een studie te gebruiken om iemand naar Nederland te halen of hier te laten werken. Ook kan er sprake zijn van schijnconstructies die een verblijfsrecht moeten rechtvaardigen.

Deze fase varieert van misleidend gebruik van officiële procedures tot het vervalsen van documenten, het inzetten van tussenpersonen of het helemaal niet regelen van documentatie.

Deze stap kan al tijdens de werving beginnen. In situaties waarin een niet-EU-burger zelfstandig naar Nederland komt, hoeft een dader met het oogmerk van uitbuiting hier bovendien niet altijd direct betrokken te zijn.

Deze fase gaat over het moment waarop personen vanuit het buitenland naar Nederland reizen om hier te werken en/of verblijven. In deze stap verschuift de uitbuitingsdynamiek van voorbereiding naar daadwerkelijke verplaatsing.

Het gaat vooral om de overgang van het land van herkomst naar Nederland en de manieren waarop uitbuiters dit proces begeleiden of benutten om hun invloed op de betrokkene te vergroten.

Iemand die een ander wil uitbuiten, hoeft daar zelf niet altijd bij betrokken te zijn. Het komt ook voor dat iemand op eigen gelegenheid naar Nederland reist en pas daarna in een uitbuitingssituatie terechtkomt.

In deze stap worden de formele voorwaarden ingericht die nodig zijn om iemand in Nederland aan het werk te kunnen zetten. Het gaat om het creëren van de administratieve basis die arbeid mogelijk maakt.

Deze fase vormt de brug tussen aankomst van het slachtoffer en daadwerkelijke inzet op de werkvloer. Hier worden identiteiten, registraties en contractuele afspraken vastgelegd of juist gemanipuleerd.

Wanneer arbeid informeel plaatsvindt, wordt deze stap overgeslagen.

Deze fase draait om het onderbrengen van personen op een manier die het werk mogelijk maakt en vaak ook de afhankelijkheid vergroot en/of het financieel voordeel voor de uitbuiter versterkt.

In deze stap ontstaat een duidelijke verwevenheid tussen wonen en werken: de plek waar iemand verblijft, bepaalt in belangrijke mate hoeveel vrijheid, privacy en bewegingsruimte diegene heeft. Huisvesting kan variëren van ogenschijnlijk reguliere situaties tot volledig onzichtbare of ongecontroleerde locaties. Dit heeft direct gevolgen voor de zichtbaarheid van misstanden.

In deze fase vindt de daadwerkelijke inzet van werknemers plaats. Hier komen de voorbereidende stappen samen en wordt zichtbaar hoe de arbeidsrelatie in de praktijk uitpakt voor een potentieel slachtoffer.

De werkomgeving, dagelijkse routines en het vervoer van en naar de werkplek maken allemaal onderdeel uit van deze stap, omdat juist daar afhankelijkheid, druk en misbruik duidelijk zichtbaar worden. Daarom gaat het bij de genoemde vervoersmomenten om het vervoer tussen de huisvesting en de werkplek, en niet om de reis naar Nederland.

In deze fase ligt de focus op het financieel en structureel profiteren van de uitbuitingssituatie. De uitbuiter, en mogelijk ook derden, vergroten hun voordeel terwijl de afhankelijkheid en beperkte keuzevrijheid van de werknemer in stand blijven.

Het gaat daarbij niet alleen om het direct innen van loon of andere betalingen, maar ook om het ondoorzichtig organiseren en voortzetten van de situatie, bijvoorbeeld via contante betalingen en schaduwboekhouding. Hiermee wordt de uitbuiting bestendigd en blijft het verdienmodel in stand.

Met de herziening van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht is ook het voordeel trekken als zelfstandig strafbaar feit opgenomen, inclusief een schuldvariant. Daardoor komt niet alleen de directe uitbuiter in beeld, maar ook anderen die financieel profiteren van de uitbuitingssituatie.