Product toegevoegd aan winkelmand
Nieuwsoverzicht
Terug naar nieuwsoverzicht
Nieuwsoverzicht

Concurrentievervalsing belangrijkste reden om misstanden te melden

Concurrentievervalsing is de belangrijkste reden om misstanden bij een onderneming te melden bij handhavingsinstanties. Dit blijkt uit onderzoek van Van Erp en Loyens, verbonden aan de Universiteit Utrecht. In dit nieuwe onderzoek dat Handhaving en Gedrag uitbrengt, is meldgedrag van overtredingen door externe omstanders voor het eerst wetenschappelijk onderzocht.

Concurrenten, leveranciers of ketenpartners zijn vaak op de hoogte van misstanden in organisaties waarmee zij een professionele relatie hebben. Wat zijn hun beweegredenen om een misstand te melden bij handhavingsinstanties en wat zijn hun ervaringen? In het nieuwe onderzoek dat Handhaving en Gedrag uitbrengt, worden deze vragen voor het eerst wetenschappelijk beantwoord.

Horen, zien en spreken

Uit het onderzoek 'Horen, zien en spreken: een onderzoek naar meldgedrag van misstanden door externe omstanders' van Van Erp en Loyens blijkt dat concurrentievervalsing vaak de belangrijkste beweegreden is. Het gaat dan vooral om situaties waarin een concurrent goedkoper diensten kan aanbieden en waarbij vermoedens bestaan dat bespaard wordt op veiligheid, of het verkrijgen van vergunningen/toelatingen. Soms is rechtvaardigheidsgevoel een secundaire reden.

De publicatie is interessant voor beleidsmakers in het toezicht én relevant voor wetenschappers op het grensoverschrijdende gebied van criminologie, bestuurskunde, organisatiekunde en rechten. De publicatie is zowel digitaal als gedrukt verkrijgbaar via het CCV en BOOM uitgevers.

Handhaving en gedrag

Deze publicatie is een nieuwe uitgave in de reeks 'Handhaving & Gedrag'. Dit is een interdepartementaal samenwerkingsprogramma, tevens opdrachtgever voor gedragswetenschappelijk onderzoek relevant voor handhaving en naleving van regelgeving.

Het programma bouwt aan wetenschappelijke kennis over mechanismen die ten grondslag liggen aan naleving of overtreding van regelgeving en de wijze waarop de overheid dit gedrag kan beïnvloeden. De centrale vraag is hoe het nalevingsgedrag van burgers, bedrijven en instellingen kan worden verklaard vanuit de kenmerken en motieven van de doelgroep en de omgevingsfactoren, waaronder de handhaving. Daarmee draagt het programma bij aan de kwaliteit van de handhaving.