Ga naar de inhoud

Interview met het Youth Cyber Team: “Jongeren zijn online even kwetsbaar als krachtig”

Laatst gewijzigd op: 16-12-2025

Persoon scrollt door mobiele telefoon. Ter illustratie van het CCV-dossier cybercrime.

Gesprek tussen Siènne Cullen (het CCV) en Abdellatif el Malki (Youth Cyber Team) over jongeren, cyberweerbaarheid en het versterken van digitale veerkracht

Het Youth Cyber Team is één van de projecten binnen de City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime, gericht op het vergroten van de cyberweerbaarheid van jongeren in Arnhemse wijken. Vanuit de overtuiging dat jongeren zélf een sleutelrol kunnen spelen in het vergroten van online bewustzijn, leidde het team jongeren op tot trainers die hun leeftijdsgenoten lesgeven over thema’s als fake news, easy money en online normen en waarden. Sienne Cullen, adviseur Cyber & Jeugd bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, sprak met Abdellatif el Malki, projectleider van het Youth Cyber Team, over de opzet van het project, de lessen uit de pilotfase en de kansen voor de toekomst.

Siènne: Wat was het doel van het Youth Cyber Team project?

Abdellatif:
“Het doel was destijds en is nog steeds om de cyberweerbaarheid van jongeren in Arnhemse wijken te vergroten. Zowel bewust als, zeg maar, van onbewust bekwaam naar bewust bekwaam. Omdat wij zagen dat er op het gebied van online veiligheid, maar ook online risico’s, dat die aan het toenemen zijn. Jongeren zijn steeds meer online te vinden, lopen tegen steeds meer uitdagingen. De online omgeving is hun als het ware aan het opvoeden.”

Siènne: Hoe hebben jullie de pilot opgezet?

Abdellatif:
“We bundelen de krachten samen met partnerorganisaties, zoals AM Support Team, Presikhaaf University en Bureau Beke. We werven jongeren uit de wijk die samen met professionals de trainingen geven.  De jongeren worden dus trainers. Want als je jongeren uit de wijk een podium geeft en ze leert om bijvoorbeeld voor de klas te staan, dan komt het veel beter binnen bij andere jongeren. Ze herkennen elkaar van de straat, de winkel of de voetbalclub. Dat zijn aanknopingspunten die op de lange termijn super positief kunnen zijn.”

Siènne: Hoe zag de doorontwikkeling van het project eruit?

Abdellatif:
“We hebben gezegd: we gaan de trainers in subgroepen plaatsen en ze worden als het ware een soort teamcaptain. Elke teamcaptain heeft 5 à 6 jongeren die met hem of haar een bepaald thema uitdiepen. Waarom kleinere groepen? Er is meer contact, je kan meer de diepte ingaan. We zagen dat dat helpt om nog meer over het onderwerp te leren dan bij een globale training.”

Siènne: Welke thema’s behandelen jullie in de trainingen?

Abdellatif:
“We hebben gefocust op vier thema’s: normen en waarden in de online leefwereld, fake news, easy money en exposen. Bijvoorbeeld bij easy money: we zien jongeren die op jonge leeftijd pakketjes rondbrengen, vaak zonder te weten wat erin zit. Ze zijn gevoelig voor beloningen als een fatbike. Daar schrikken ze wel van als ze horen wat de risico’s zijn.”

Siènne: Wat zijn de belangrijkste verbeteringen geweest in de aanpak?

Abdellatif:
“We hebben modules toegevoegd over presentatie- en pedagogische vaardigheden voor de jongeren die we opleiden als trainers. In de eerste pilot gooiden we ze gewoon in het diepe, maar nu oefenen we in kleine groepen. Je wilt ze ook de tools en handreikingen geven: hoe geef je zo’n training, waar moet je op letten? Dat oefenen we samen.”

Siènne: Hoe reageren de jongeren uit de klassen op de trainingen?

Abdellatif:
“Positief. De onderwerpen waar we het over hebben, daar weten ze vaak al veel van of ze hebben het zelf meegemaakt. Het is een onderwerp waar jongeren ook graag over willen vertellen. Je merkt dat ze veel voorbeelden uit hun eigen omgeving noemen. Waar wij bij fake news vaak denken aan een nepartikel of een gemanipuleerd nieuwsbericht, zien jongeren het veel breder. Voor hen is het ook fake news als iemand in een groepsapp of op Snapchat iets zegt wat niet waar is. Dus als iemand bijvoorbeeld iets over je zegt dat niet klopt, dan noemen zij dat ook fake news. En het is bijzonder om te zien dat ook kwetsbare jongeren hun verhaal durven te doen in de klas.”

Siènne: Wat zijn de verschillen tussen grote en kleine klassen, en tussen actieve en minder actieve docenten?

Abdellatif:
“In grote klassen is er vaak veel ruis. In kleine groepen is er meer aandacht en kun je de diepte in. Ook merkten we dat als een docent actief betrokken is, dat enorm helpt. Die kent de jongeren, ziet lichaamstaal, en kan situaties beter duiden. Een docent kan bijvoorbeeld signaleren als een leerling zich schaamt of ergens meezit, en daarop inspelen.”

Siènne: Hoe wordt het project ontvangen op speciaal onderwijs scholen?

Abdellatif:
“Ze omarmen het echt en willen graag expertise en kennis van buiten naar binnen halen. Ze delen het ook met ouders en zijn flexibeler in de samenwerking. De werkwijze en het materiaal zijn verder hetzelfde gebleven als op reguliere scholen.”

Siènne: Welke kansen zie je voor de toekomst van het Youth Cyber Team?

Abdellatif:
“Ik denk dat we nu goed bezig zijn om dit structureel in te bouwen in het jongerenwerk. Het is nu bewezen dat het werkt op basis van onderzoek, dus waarom zou je er niet mee doorgaan? We zien ook veel vraag vanuit middelbare scholen. We zijn aan het kijken hoe we jongerenwerkers die al op scholen werken, kunnen meenemen zodat zij de trainingen ook kunnen geven.”

Siènne: Wat is voor jou persoonlijk het meest waardevolle inzicht uit deze periode?

Abdellatif:
“Het mooiste vind ik dat jongeren die we via de trainingen leren kennen, nu ook bij onze reguliere programma’s komen. Bijvoorbeeld een meisje dat heel beïnvloedbaar is online, die nu bij ons terecht kan met haar vragen. Je ziet dat de training impact heeft, niet alleen in het klaslokaal, maar ook daarbuiten. We zijn eigenlijk opvoeders in de online wereld en proberen jongeren te beschermen tegen de uitdagingen die ze daar tegenkomen.”

In de Database Lokale Cyberprojecten lees je meer over de verschillende jeugd- en cyberprojecten die vanuit de City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime ontwikkeld zijn. Of neem contact op met CCV-adviseur Siènne Cullen.