Ga naar de inhoud

Vervolging buitenslaper in strijd met het verbod van willekeur 

Laatst gewijzigd op: 06-07-2026

Het vervolgen van strafbare buitenslapers als automatisme kan evident onevenredig zijn en de schaarse zittingsruimte belasten. In Utrecht moet bij overlastgevende buitenslapers worden nagegaan of iemand eerst kan worden gewaarschuwd of weggestuurd. Als alles al is geprobeerd en er toch tot vervolging wordt overgegaan, dan mag dat alleen als kapstok voor hulpverlening. Dit moet dan wel goed onderbouwd worden. 

Weegschaal met hamer.

Datum uitspraak

28-01-2026

Kenmerken  

  • Gemeente 
  • Openbaar Ministerie 
  • Rechterlijke macht 
  • Wijk 
  • Dakloosheid 
  • Bedelen 
  • Boete 

Wat was de overtreding? 

Een Roemeense man zonder vaste woon- of verblijfplaats wordt strafrechtelijk vervolgd omdat hij, in strijd met de APV van Utrecht buiten, onder de Nelson Mandelabrug, heeft geslapen. 

Wat eist de officier van justitie? 

De officier van justitie (OvJ) vervolgt de dakloze man. Hij wordt niet alleen vervolgd vanwege buitenslapen, er zijn nog tien zaken tegen hem aangebracht. Daarvan gaan drie zaken over het verstoren van de openbare orde door bij het station te bedelen, en zeven gaan over zwartrijden in de tram tussen Utrecht en Nieuwegein.

Voor deze zitting zijn er dan ook in totaal elf dagvaardingen opgesteld. Op verzoek licht de OvJ toe wat de reden is om de man te vervolgen: de verdachte heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en ook geen postadres, dus de man kon geen boetes worden opgelegd via strafbeschikkingen. De enige manier om te straffen is een korte hechtenis en daarvoor moet de verdachte man worden gedagvaard. 

Wat besloot de rechter? 

De rechter stelt vast dat de verdachte een Roemeense man is. Hij heeft het recht om, onder bepaalde voorwaarden, als burger van de Europese Unie in Nederland te verblijven. De man is in Nederland nooit ingeschreven in de Basisregistratie Personen en heeft geen strafblad. Verder is er niets over de man bekend. De elf zaken beslaan steeds niet meer dan een paar pagina’s. De OvJ heeft geen informatie over hoe het de man is vergaan sinds ruim een jaar geleden en of hij nog in Nederland verblijft. 

De kantonrechter komt tot een bewezenverklaring van de drie dagvaardingen voor bedelen en de zeven dagvaardingen voor zwartrijden in de tram. De kantonrechter verklaart de dakloze man schuldig zonder oplegging van straf of maatregel. In de ene zaak over buitenslapen ligt de situatie voor de rechter anders. De rechter beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het OM voor deze strafvervolging.

De rechter zegt dat het aan de gemeenteraad is om er al dan niet voor te kiezen een buitenslaapverbod in de APV op te nemen. De Utrechtse APV bevat zo’n verbod. De rechter legt uit dat iemand ook strafbaar is wanneer diegene op een mooie zomeravond even op een bankje in het park gaat liggen en daarna verder geen overlast veroorzaakt. Maar in die gevallen zal het meestal niet gewenst en proportioneel zijn om iemand daarvoor een boete op te leggen of strafrechtelijk te vervolgen.

De rechter zegt verder dat zo’n verbod nuttig kan zijn om te kunnen handhaven, zonder dat een overtreding aan de strafrechter moet worden voorgelegd. Zo kan een dergelijk verbod een reden zijn om overlastgevende buitenslapers weg te sturen, maar ook om overlastsituaties te registreren met het oog op een latere beslissing over het verblijfsrecht.

In Utrecht heeft de gemeenteraad aangegeven dat terughoudend moet worden omgegaan met de handhaving van het verbod. Handhaving mag alleen als alles al is geprobeerd en mag bovendien alleen als kapstok worden ingezet voor hulpverlening. 

De rechter zegt dat uit het dossier niet blijkt dat sprake was van overlast of een verstoring van de openbare orde. Ook blijkt niet of de politie de man eerst heeft gewaarschuwd of heeft weggestuurd. Ook vindt de rechter dat in dit geval geen sprake is van een strafvervolging als kapstok voor hulpverlening.

Het OM heeft zich immers al ruim een jaar niet meer met de verdachte bemoeid en is pas een jaar later overgegaan tot dagvaarding, terwijl de dakloze meneer niet meer in beeld is. Uit het dossier van de dakloze man valt weliswaar af te leiden dat het in de tweede helft van 2024 niet goed met hem ging, maar onbekend is of hij zijn leven nu weer op orde heeft of dat hij ondertussen uit Nederland is vertrokken. Een noodzaak tot hulpverlening ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten en overlast is niet gebleken. 

De rechter vindt dat de OvJ, gelet op het tijdsverloop, duidelijk had moeten maken welke afweging was gemaakt om alsnog tot strafvervolging over te gaan. Het systeem van het Parket lijkt dergelijke afwegingen over het nut en de noodzaak van strafvervolging niet te maken, maar ‘automatisch’ iedere buitenslaper zonder postadres op enig moment te vervolgen. 

 De rechter oordeelt dat dit voorbijgaat aan de bedoeling van de lokale regelgever en aan de maatschappelijke en bestuurlijke context. Bovendien belast het de schaarse zittingsruimte van de kantonrechter. De rechter oordeelt dat sprake is van evidente onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing, in strijd met het verbod van willekeur. Het OM had de man niet mogen dagvaarden. Vanwege het maatschappelijk belang zal de rechter deze uitspraak publiceren op Rechtspraak.nl 

Wat kunnen we van deze uitspraak leren? 

Het vervolgen van strafbare buitenslapers als automatisme kan evident onevenredig zijn en de schaarse zittingsruimte belasten. In Utrecht moet bij overlastgevende buitenslapers worden nagegaan of iemand eerst kan worden gewaarschuwd of weggestuurd. Als alles al is geprobeerd en er toch tot vervolging wordt overgegaan, dan mag dat alleen als kapstok voor hulpverlening. Dit moet dan wel goed onderbouwd worden. 

Meer informatie over deze zaak: ECLI:NL:RBMNE:2026:303