Verbeurde last houdt geen stand o.a. door gebrek concrete feiten
Laatst gewijzigd op: 01-07-2026Voor het vaststellen van drugshandel op straat zijn indicatoren, concrete feiten en omstandigheden van belang. Voor de vraag of iemand zich ophoudt maakt het uit of iemand in de auto aan het rijden is of met draaiende motor stilstaat op de weg.
Datum uitspraak
13-03-2026
Kenmerken
Gemeente
Verdovende middelen
Last onder dwangsom
Wat was de overtreding?
In verband met herhaalde dealeractiviteiten in het centrum van Heerlen legt de burgemeester een last onder dwangsom op. De last onder dwangsom is gekoppeld aan de APV-bepaling die handel op straat verbiedt. Per geconstateerde overtreding verbeurt de man een dwangsom van € 5.000. De politie overlegt een bestuurlijke rapportage waaruit blijkt dat toen zij de man in zijn auto zagen rijden, de man hebben staande gehouden en gecontroleerd. Tijdens die controle werden meerdere kentekenbewijzen en mobiele telefoons aangetroffen. Bij fouillering troffen ze iets hards aan ter hoogte van de broekband, waarna de man probeerde te vluchten. Nadat de man opnieuw werd staande gehouden, was het harde voorwerp bij zijn broekband verdwenen.
Welke maatregel werd opgelegd?
De burgemeester vordert een dwangsom van € 5.000, – wegens overtreding van de last onder dwangsom. De man is het hiermee niet eens en zegt dat het besluit tot invordering slechts berust op vermoedens en ervaringsfeiten. Hij zegt dat er geen concrete feiten en omstandigheden zijn waaruit de drugshandel blijkt. Er zijn geen transacties waargenomen of voorbijgangers aangesproken. De overtreding is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het ingevorderde bedrag is bovendien te hoog waardoor de last onevenredig zwaar is.
Wat besloot de rechter?
De rechter oordeelt dat de burgemeester niet bevoegd was om tot invordering van de dwangsom over te gaan, omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake was van drugshandel op straat. De rechter zegt dat er wel indicaties zijn die op drugshandel kunnen duiden, maar uit die indicaties kan niet worden afgeleid dat meneer het kennelijke doel had om drugs te verhandelen op een openbare plaats. De burgemeester verwijst naar een uitspraak waarin de Afdeling oordeelt dat het aantreffen van drugs in een auto niet noodzakelijk is om handel aan te nemen. De rechtbank volgt de burgemeester niet. In die uitspraak stond de auto namelijk lange tijd stil met draaiende motor, waardoor in combinatie met andere indicatoren kon worden aangenomen dat deze persoon zich op straat ophield met het doel drugs te verhandelen. Deze omstandigheden doen zich hier niet voor. De man reed immers in de auto. Het beroep is gegrond, de man verbeurt geen dwangsom.
Wat kunnen we van deze uitspraak leren?
Voor het vaststellen van drugshandel op straat zijn indicatoren, concrete feiten en omstandigheden van belang. Voor de vraag of iemand zich ophoudt maakt het uit of iemand in de auto aan het rijden is of met draaiende motor stilstaat op de weg.
Meer informatie over deze zaak: ECLI:NL:RBLIM:2026:2406