Ga naar de inhoud

Taakstraf en stadionverbod na geweldpleging

Laatst gewijzigd op: 29-06-2026

Rellen, geweld en voetbalvandalisme komen geregeld voor en zijn een groot en ernstig probleem volgens de rechtbank. Door voetbalgerelateerd wangedrag te vertonen kan een verdachte bijdragen aan gevoelens van onveiligheid. De rechtbank kan dat een verdachte zwaar aanrekenen.

Weegschaal met hamer.

Datum uitspraak

27-11-2025 

Kenmerken 

  • Openbaar ministerie 
  • Rechterlijke macht 
  • Wijk 
  • Stadion 
  • Geweldpleging 
  • Mishandeling 
  • Stadionverbod 

Wat was de overtreding? 

Betrokkene wordt ervan verdacht samen met anderen geweld te hebben gepleegd tegen personen. Het geweld zou hebben bestaan uit slaan tegen het hoofd, schoppen, duwen en het bij de keel pakken. Meerdere slachtoffers zouden hierbij een hersenschudding hebben opgelopen en bij een slachtoffer zouden zijn tanden gedeeltelijk zijn afgebroken. De aanleiding voor het geweld is het gooien van bier in het stadion.

De medeverdachten hebben daarop naar elkaar aangegeven dat ze, als er weer bier gegooid zou worden, omhoog zouden lopen om verhaal te halen. Dit is vervolgens gebeurd. De verdachte geeft aan dat hij naar boven is gelopen om de biergooier aan te spreken. De slachtoffers geven aan dat de mannen op de tribune omhoogklommen en erg opgefokt waren. 

Wat eist de officier van justitie? 

De officier eist een veroordeling voor openlijke geweldpleging. De verdachte beroept zich op noodweer, dan wel noodweerexces. 

Wat besloot de rechter? 

De rechter moet beoordelen of sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en of verdachte een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde geweld. De rechter overweegt dat uit de beelden blijkt dat de verdachte en zijn medeverdachten gezamenlijk als groep naar boven zijn gegaan op de tribune.

Uit de verklaringen van de medeverdachten blijkt ook dat zij hadden afgesproken om als groep verhaal te gaan halen. Vervolgens zijn er door meerdere personen uit deze groep geweldshandelingen gepleegd richting de aangever.  

De rechter vindt dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en dat zij allemaal een significante en wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het geweld. Ook kan worden aangenomen dat de groep met opzet het geweld heeft gepleegd. De verdachte voert aan dat hij eerst werd getrapt en daarom handelde uit noodweer (exces).

Uit de beelden blijkt echter dat de verdachte daarvoor al een duw had gegeven. Bovendien was de trap die hij kreeg niet zodanig hevig en zit er twintig seconden tussen de trap en het slaan, waardoor geen sprake is van noodweer (exces). De rechter veroordeelt verdachte voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. 

Bij het bepalen van de straf neemt de rechter mee dat er personen gewond zijn geraakt die niets te maken hadden met het gooien van bier. Ook tonen de beelden aan dat er kinderen in het publiek aanwezig waren. Verder zegt de rechter dat een stadion een plek is waar mensen komen voor hun plezier en ontspanning, en dat het een ruimte is waar je niet zomaar weg kunt. Dit draagt bij aan een gevoel van onveiligheid.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij met zijn gedrag een grote bijdrage heeft geleverd aan de onrust, angst en gevoelens van woede en verontwaardiging die voetbalvandalisme met zich meebrengt. Rellen, geweld en vandalisme komen geregeld voor en vormen een groot en ernstig probleem, aldus de rechtbank.  

Omdat de behandeling van de zaak lang heeft geduurd, matigt de rechter de straf. Een taakstraf van 180 uur is in een situatie als deze passend. Gelet op het verstrijken van de tijd waarbinnen de verdachte een stadionverbod heeft ondergaan en dat zich geen nieuwe incidenten hebben voorgedaan, vindt de rechter een taakstraf van 140 uur passend. De rechter matigt die tot 120 uur vanwege het overschrijden van de redelijke termijn.  

Wat kunnen we van deze uitspraak leren? 

Rellen, geweld en voetbalvandalisme komen geregeld voor en zijn een groot en ernstig probleem volgens de rechtbank. Door voetbalgerelateerd wangedrag te vertonen kan een verdachte bijdragen aan gevoelens van onveiligheid. De rechtbank kan dat een verdachte zwaar aanrekenen.  

Meer informatie over deze zaak: ECLI:NL:RBGEL:2025:11764. Zie ook: ECLI:NL:RBGEL:2025:11790 en ECLI:NL:RBGEL:2025:10988