Last onder dwangsom voor minderjarige die drugs dealt
Laatst gewijzigd op: 01-07-2026De burgemeester moet op basis van deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden, aannemelijk maken dat iemand de APV heeft overtreden. Ook aan minderjarigen kan een (hoge) last onder dwangsom worden opgelegd.
Datum uitspraak
05-03-2026
Kenmerken
Gemeente
Verdovende middelen
Last onder dwangsom
Wat was de overtreding?
Deze uitspraak gaat over een tweetal gebeurtenissen. Tijdens de eerste gebeurtenis wordt via een camerasysteem vastgesteld dat een minderjarige jongen op straat hennep verhandelt. Bij een controle door agenten die ter plaatse zijn gestuurd, worden meerdere gripzakjes aangetroffen, diverse verfrommelde geldcoupures met een totaalbedrag van € 270 en 12,8 gram hennep. Daarop legt de burgemeester een last onder dwangsom op.
De tweede gebeurtenis vindt anderhalve maand later plaats. Wederom staat de minderjarige jongen in een groep met andere jongeren. De jongeren worden door de politie gecontroleerd. Bij een van de jongeren worden drugs aangetroffen, waaronder hennep, XTC en heroïne. Bij de minderjarige jongen wordt een grotere gripzak aangetroffen met daarin vijf kleinere gripzakjes met 5,61 gram hasj en twee gripzakjes met 1,78 gram hennep. Daarop verbeurt de jongen een dwangsom van € 5.000.
Welke maatregel werd opgelegd?
Naar aanleiding van de eerste gebeurtenis krijgt de minderjarige jongen een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van de APV in verband met drugshandel. Vanwege de tweede gebeurtenis verbeurt de jongen een dwangsom van € 5.000 wegens overtreding van de last.
Wat besloot de rechter?
De minderjarige jongen is het met beide besluiten niet eens. Om te beginnen was de burgemeester volgens hem niet bevoegd tot het opleggen van de last onder dwangsom, omdat de drugs voor eigen gebruik zijn en hij het geld van tevoren had gepind. Hij geeft ook aan dit al verklaard te hebben bij de politie en de Raad voor de Kinderbescherming.
Verder zegt hij dat de last onevenredig is, omdat hij minderjarig is en weinig financiële middelen heeft. De burgemeester had moeten volstaan met een waarschuwing of in ieder geval de hoogte van de dwangsom moeten matigen. Daarnaast kon de burgemeester volgens de minderjarige jongen niet overgaan tot het invorderingsbesluit van € 5.000 omdat hij de drugs bij zich had voor eigen gebruik en uit de bestuurlijke rapportage niet blijkt van (herhaalde) overtreding van de APV.
De rechter toetst beide besluiten: zowel het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom als het invorderingsbesluit van € 5.000. Ten aanzien van het eerste besluit oordeelt de rechter dat de burgemeester aannemelijk heeft gemaakt dat de jongen de APV heeft overtreden. Bij de minderjarige jongen zijn geldcoupures aangetroffen en een handelshoeveelheid hennep die verdeeld was over meerdere gripzakjes. Bovendien kwamen die gripzakjes overeen met het gripzakje dat bij een van de andere jongeren werd aangetroffen. Dit wekt geen twijfel aan de betrouwbaarheid van de bestuurlijke rapportage, aldus de rechter. Ook het wissen van de berichtengeschiedenis met de andere jongeren en het blokkeren van hun telefoonnummers, leveren in onderlinge samenhang sterke aanwijzingen op dat de minderjarige jongen zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de APV.
De rechter vindt dat de burgemeester een deugdelijke afweging heeft gemaakt. De burgemeester mocht de argumenten dat de jongen minderjarig was, alsook het gegeven dat hij nog bij zijn ouders woonde en beperkte financiële middelen heeft, minder zwaarwegend vinden. Verder zegt de rechter dat de last als een waarschuwing fungeert: indien de minderjarige jongen niet opnieuw een overtreding begaat, dan verbeurt hij ook geen dwangsom. Daarnaast kan de jongen om ontheffing verzoeken wanneer de last een jaar lang van kracht is geweest zonder dat de jongen de last heeft overtreden.
Voor wat betreft het invorderingsbesluit oordeelt de rechter dat de burgemeester op grond van de bestuurlijke rapportage onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de minderjarige jongen (herhaaldelijk) de APV heeft overtreden. De jongen had slechts een kleine hoeveelheid softdrugs bij zich die bovendien volgens zijn verklaring voor eigen gebruik was. Dat de andere jongen XTC-pillen bij zich had, kan hem niet worden tegengeworpen. De overige omstandigheden zijn niet genoeg om aan te nemen dat de minderjarige jongen het kennelijke doel had om drugs te verhandelen.
Het eerste besluit tot oplegging van de last onder dwangsom houdt stand. Het tweede besluit, het invorderingsbesluit, houdt geen stand.
Wat kunnen we van deze uitspraak leren?
De burgemeester moet op basis van deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden, aannemelijk maken dat iemand de APV heeft overtreden. Ook aan minderjarigen kan een (hoge) last onder dwangsom worden opgelegd.
Meer informatie over deze zaak: ECLI:NL:RBLIM:2026:2153