Last onder dwangsom en gebiedsverbod vanwege feiten Opiumwet
Laatst gewijzigd op: 01-07-2026De voorwaardelijkheid van een last onder dwangsom maakt dat de spoedeisendheid minder snel wordt aangenomen, ondanks de forse inperkingen van de bewegingsvrijheid dat een gebiedsverbod met zich meebrengt. Wanneer iemand zich immers aan de last houdt, dan treden de gevolgen niet in.
Datum uitspraak
10-03-2026
Kenmerken
Gemeente
Wijk
Verdovende middelen
Gebiedsverbod
Last onder dwangsom
Wat was de overtreding?
Het betreft een korte uitspraak van de voorzieningenrechter waaruit niet duidelijk blijkt voor welke feiten en omstandigheden de maatregelen zijn opgelegd. De door de burgemeester opgelegde last bestaat er echter uit dat meneer geen middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 Opiumwet mag verhandelen. De last wordt in de uitspraak als gebiedsverbod aangemerkt. Gezien het voorkomen van herhaling die van een last onder dwangsom uitgaat, heeft meneer hoogstwaarschijnlijk eerder de Opiumwet overtreden.
Welke maatregel werd opgelegd?
Meneer krijgt het gebiedsverbod, in een last onder dwangsom opgelegd. Het gebiedsverbod geldt voor de gehele gemeente Bergen op Zoom. In de last is specifiek bepaald wanneer hij een dwangsom verbeurt, namelijk wanneer hij middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 Opiumwet verhandelt. Meneer is het niet eens met deze maatregelen en stelt een voorlopige voorziening in, omdat hij ernstig wordt beperkt in zijn bewegingsvrijheid. Hij vindt dat het besluit te lichtvaardig is genomen en dat de politie de situatie onjuist heeft beoordeeld.
Wat besloot de rechter?
Meneer wordt meermaals verzocht de spoedeisendheid te onderbouwen. De spoedeisendheid wordt door de burgemeester betwist. De voorzieningenrechter vindt ook dat de spoedeisendheid onvoldoende wordt onderbouwd. Daarnaast zegt de rechter dat het in de last opgenomen gebiedsverbod weliswaar voor de gehele gemeente Bergen op Zoom geldt, maar dat ook specifiek is bepaald welke handelingen meneer niet mag verrichten. Zolang hij deze handelingen niet verricht, heeft de opgelegde last onder dwangsom geen directe gevolgen voor zijn bewegingsvrijheid. Bovendien zegt de voorzieningenrechter dat wanneer een dwangsom zou worden opgelegd, meneer hiertegen een rechtsmiddel kan instellen. Zou hij in (grote) financiële problemen komen, dan kan hij op dat moment om een voorlopige voorziening verzoeken.
Wat kunnen we van deze uitspraak leren?
De voorwaardelijkheid van een last onder dwangsom maakt dat de spoedeisendheid minder snel wordt aangenomen, ondanks de forse inperkingen van de bewegingsvrijheid dat een gebiedsverbod met zich meebrengt. Wanneer iemand zich immers aan de last houdt, dan treden de gevolgen niet in.
Meer informatie over deze zaak: ECLI:NL:RBZWB:2026:1572