Landelijk stadionverbod en boete voor faciliteren onherkenbaar maken hooligans
Laatst gewijzigd op: 01-07-2026Door het kopen van een seizoenkaart gaat iemand akkoord met de KNVB-Standaardvoorwaarden. Ook degene die het anderen mogelijk maakt verwijtbare gedragingen in een stadion te verrichten, kan daarvoor worden gestraft.
Datum uitspraak
11-03-2026
Kenmerken
- KNVB/BVO
- Stadion
- Voetbalgerelateerde overlast
- Intimidatie
- Vuurwerk
- Stadionverbod
- Boete
Door het kopen van een seizoenkaart gaat iemand akkoord met de KNVB-Standaardvoorwaarden. Ook degene die het anderen mogelijk maakt verwijtbare gedragingen in een stadion te verrichten, kan daarvoor worden gestraft.
Wat was de overtreding?
Tijdens een voetbalwedstrijd wordt een aanzienlijke hoeveelheid illegaal vuurwerk vanaf de tribune afgestoken. Voorafgaand aan het afsteken hebben de supporters zich onherkenbaar gemaakt door onder een spandoek van kleding te wisselen en bivakmutsen op te doen. Betrokkene wordt verweten dit gefaciliteerd te hebben.
Welke maatregel werd opgelegd?
Betrokkene krijgt een landelijk stadionverbod van 18 maanden opgelegd en een geldboete van € 450. Ook moet hij de explootkosten (maken officiële documenten en het bezorgen daarvan) betalen.
Betrokkene is het hiermee niet eens en spant een kort geding aan. Hij zegt dat hij de verweten gedraging niet heeft begaan. Ook vindt hij het landelijk stadionverbod disproportioneel. De procedure bij de Commissie Stadionverboden vindt hij niet met voldoende waarborgen omkleed.
Wat besloot de rechter?
Allereerst overweegt de voorzieningenrechter dat dit geschil moet worden getoetst aan het overeenkomstenrecht en niet aan het rechtspersonenrecht. In de jurisprudentie bestaat hierover onduidelijkheid, maar het rechtspersonenrecht is alleen van toepassing op degenen die volgens de wet en statuten van de KNVB bij de organisatie zijn betrokken, zoals de BVO’s en de spelers die lid zijn van de KNVB. Dit geschil moet getoetst worden aan het overeenkomstenrecht zoals ook de KNVB beaamt.
De KNVB baseert haar bevoegdheid op de KNVB-standaardvoorwaarden. Door het sluiten van een koopovereenkomst (het kopen van een seizoenkaart), is betrokkene gebonden aan deze standaardvoorwaarden. De standaardvoorwaarden verwijzen naar de ‘Richtlijn termijn stadionverbod’, die daarmee eveneens van toepassing is op het geschil. De rechter oordeelt dat de overeengekomen regels in beginsel moeten worden nagekomen, “afspraak is immers afspraak”.
Betrokkene doet een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. De rechter zegt dat niet te snel besloten mag worden dat sprake is van een beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, omdat dit inbreekt op wat tussen partijen is overeengekomen. In deze situatie moet de rechter beoordelen of er een grondslag is voor de opgelegde maatregel aan de hand van een volle toetsing.
Dat betekent dat meer nodig is dan het positief beantwoorden van de vraag of de KNVB in redelijkheid de maatregel heeft kunnen opleggen. Zij moet beoordelen of, gelet op de toepasselijke regels en de voorliggende feiten en omstandigheden, de KNVB dit had mogen doen. Het oordeel van de Commissie Stadionverboden is niet leidend, dit is slechts een door de KNVB in het leven geroepen procedure. Dat deze procedure met onvoldoende rechtswaarborgen is omkleed, kan om die reden in het midden blijven.
De rechter moet beoordelen of aannemelijk is dat betrokkene de verweten gedraging heeft begaan. Het verslag van het onderzoek, foto’s en camerabeelden worden daartoe bekeken. De raadsman zegt dat ‘faciliteren’ een actieve handeling impliceert. Faciliteren betekent mogelijk maken, zo overweegt de rechter.
De rechter vindt hierbij van belang dat betrokkene afwisselend wel en niet zich onder het spandoek bevond. Ook heeft hij het spandoek vastgehouden. Eenmaal heeft hij bovendien langere tijd onder het spandoek gestaan, met zijn rug naar het voetbalveld toe (richting het gebeuren onder het spandoek). Hij koos er daarbij zelf vrijwillig voor om onder het spandoek te verdwijnen of niet. De rechter beoordeelt dit handelen als actieve handelingen.
Betrokkene vindt de straf disproportioneel en zegt dat hij alleen maar wordt gestraft omdat ze de eigenlijke boosdoeners niet kunnen traceren. De KNVB zegt dat dit wangedrag in voetbalstadions alleen maar de kop in gedrukt kan worden als ook degenen die hulp bieden bij het onherkenbaar maken, worden gestraft.
De rechter vindt dit plausibel. De voorzieningenrechter vindt het niet aannemelijk dat het landelijk stadionverbod in de bodemprocedure zal worden teruggedraaid en vindt het aannemelijk dat de KNVB een landelijk stadionverbod van 18 maanden mocht opleggen. Dit maakt dat ook de geldboete van € 450 mocht worden opgelegd.
Wat kunnen we van deze uitspraak leren?
Door het kopen van een seizoenkaart gaat iemand akkoord met de KNVB-Standaardvoorwaarden. Ook degene die het anderen mogelijk maakt verwijtbare gedragingen in een stadion te verrichten, kan daarvoor worden gestraft.
Meer informatie over deze zaak: ECLI:NL:RBMNE:2026:1120