Ga naar de inhoud

Gebiedsverbod voor ordeverstorend gedrag

Laatst gewijzigd op: 29-06-2026

In een strafrechtelijke procedure wegens het overtreden van een gebiedsverbod kan de gegrondheid van het opgelegde gebiedsverbod van belang zijn.

Weegschaal met hamer.

Datum uitspraak

02-10-2025 

Kenmerken

  • Gemeente 
  • Wijk 
  • Demonstreren 
  • Gebiedsverbod 

Wat was de overtreding? 

Meneer wil een betoging organiseren op een locatie in Arnhem en meldt dit bij de burgemeester. De burgemeester verbiedt de betoging. 

Welke maatregel werd opgelegd? 

Naast het verbieden van de betoging legt de burgemeester op grond van artikel 175 van de Gemeentewet de dag daarop een gebiedsverbod op voor de gehele gemeente Arnhem. Eiser maakt bezwaar en stelt gelijktijdig een voorlopige voorziening in. De voorzieningenrechter schorst het gebiedsverbod.

De burgemeester verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat meneer geen procesbelang meer heeft. De betoging heeft alsnog plaatsgevonden, maar op een ander tijdstip. Daarmee heeft meneer met zijn bezwaar bereikt wat hij beoogde. 

Meneer zegt dat hij nog steeds procesbelang heeft, omdat hij immateriële schade heeft opgelopen als gevolg van het gebiedsverbod. Hij is in zijn bewegingsvrijheid beperkt en zijn eer en goede naam zijn aangetast. Hij vreest dat hij voortaan ook bij toekomstige betogingen een gebiedsverbod krijgt opgelegd en dat zijn betogingen dan ook zullen worden verboden. Bovendien is hij ondertussen strafrechtelijk veroordeeld voor het overtreden van het gebiedsverbod. 

Wat besloot de rechter? 

De rechter geeft aan dat het vaste rechtspraak is dat iemand ten gevolge van een gebiedsverbod in zijn eer en goede naam kan worden aangetast. De burgemeester geeft aan dat deze vaste rechtspraak niet van toepassing is in deze zaak. Het gebiedsverbod is namelijk niet opgelegd vanwege ordeverstorend gedrag, maar vanwege een terroristische dreiging die tegen eiser gericht was.  

De rechtbank oordeelt dat het gebiedsverbod wel degelijk is opgelegd vanwege ordeverstorend gedrag. De besluitvorming hangt weliswaar samen met een concrete terroristische dreiging en die dreiging heeft ertoe geleid dat de burgemeester de demonstratie verbood. Maar pas nadat meneer op X aankondigde naar Arnhem te komen, heeft de burgemeester het gebiedsverbod opgelegd.

De overweging van de burgemeester om ook nog een gebiedsverbod op te leggen, kwam voort uit de mededeling van meneer dat hij een wettelijk gegeven verbod wilde negeren. Dit zou volgens de burgemeester naar verwachting een mobiliserend effect kunnen hebben op anderen en daarom bestond er ernstige vrees voor wanordelijkheden.  

Volgens de rechter zit in die formulering van de burgemeester een beoordeling van het handelen van meneer en daarom is het gebiedsverbod een publieke afwijzing van diens gedrag. Ook de strafrechtelijke veroordeling wegens het overtreden van het gebiedsverbod maakt dat meneer procesbelang heeft.

Meneer is op dit moment in afwachting van de hoger beroepsprocedure. Omdat de inhoudelijke beoordeling van het gebiedsverbod consequenties kan hebben voor het strafrechtelijk hoger beroep over de overtreding van het gebiedsverbod, heeft meneer om die reden ook procesbelang bij de beoordeling van het bezwaar. De rechter verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de burgemeester op om een nieuw besluit op bezwaar te nemen. 

Wat kunnen we van deze uitspraak leren? 

In een strafrechtelijke procedure wegens het overtreden van een gebiedsverbod kan de gegrondheid van het opgelegde gebiedsverbod van belang zijn.  

Meer informatie over deze zaak: ECLI:NL:RBGEL:2025:8208