Ga naar de inhoud

Gebiedsverbod vanwege intimiderend gedrag tegen politieagenten

Laatst gewijzigd op: 01-07-2026

Het niet voldoen aan een ambtelijk bevel alsook geweld tegen een ambtenaar in functie mag worden meegewogen bij het bepalen van de duur van een gebiedsontzegging op grond van de APV. 

Weegschaal

Datum uitspraak

24-12-2025 

Kenmerken 

Gemeente 
Openbaar Ministerie 
Rechterlijke macht 
Intimidatie 
Geweldpleging 
Samenscholing/groepsvorming 
Gebiedsverbod 

Wat was de overtreding? 

Betrokkene is langere tijd betrokken bij groepsvorming en groepshandelen tegen onder meer personen in de uitoefening van een publieke taak. Dit leidt tot onrust en onveiligheid. Betrokkene heeft zich bij meerdere bekeuringssituaties uitdagend en intimiderend tegenover politieagenten gedragen. Ook heeft hij zich verzet bij aanhouding en fysiek geweld gebruikt tegen een politieagent. Bij dit incident werden de agenten omcirkeld door een groep jongeren, waardoor zij zich hebben moeten terugtrekken. 

Welke maatregel werd opgelegd? 

Betrokkene krijgt een gebiedsontzegging voor de duur van 12 weken opgelegd voor de binnenstad van Vlissingen. De burgemeester vindt dit noodzakelijk gelet op het groepshandelen, de belangen van het uitgaanspubliek, de uitbaters, portiers en hulpverleners. Onder die laatste beroepsgroep vallen ook de politieambtenaren. 

Betrokkene is het niet eens met de maatregel. Hij betwist de juistheid van de bestuurlijke rapportage omdat deze door de politie niet objectief en onafhankelijk is opgesteld vanwege de verstoorde verhouding tussen hen. Ook zou de politie etnisch profileren. Betrokkene vindt dat alleen het incident waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld kan worden meegenomen. Daarnaast vindt hij dat de burgemeester eerst een waarschuwing had moeten geven en dat de onschuldpresumptie, dat wil zeggen dat hij voor onschuldig moet worden gehouden totdat het tegendeel is gebleken, is geschonden. 

Wat besloot de rechter? 

Deze uitspraak betreft een uitspraak in hoger beroep. De Afdeling oordeelt dat betrokkene dezelfde gronden aanvoert als bij de rechtbank, het is een herhaling van wat hij in eerste aanleg al heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan en betrokkene heeft niet aangevoerd waarom het oordeel van de rechtbank onjuist of onvolledig is. De Afdeling sluit zich dan ook aan bij het oordeel van de rechtbank. Dit houdt in dat de bestuurlijke rapportage gebruikt mocht worden en dat de burgemeester aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene de openbare orde heeft verstoord. De opeenstapeling van incidenten die in ernst toenemen, die veelal in groepsverband over een lange periode plaatsvonden en die tot sterke gevoelens van onveiligheid hebben geleid, maakt dat het noodzakelijk is om tegen het groepshandelen op te treden. Dat betrokkene niet voor alle feiten onherroepelijk is veroordeeld, is daarbij niet van belang. 

Verder heeft de burgemeester voldoende gemotiveerd waarom hij voor de duur van drie maanden een gebiedsontzegging kon opleggen. Zowel het niet voldoen aan een ambtelijk bevel als het plegen van geweld tegen een ambtenaar in functie mocht de burgemeester zwaar opnemen bij het bepalen van de duur van de gebiedsontzegging. Omdat het een herstelsanctie betreft, speelt de onschuldpresumptie geen rol. Het hoger beroep is ongegrond. 

Wat kunnen we van deze uitspraak leren? 

Het niet voldoen aan een ambtelijk bevel alsook geweld tegen een ambtenaar in functie mag worden meegewogen bij het bepalen van de duur van een gebiedsontzegging op grond van de APV. 

Meer informatie over deze zaak: ECLI:NL:RVS:2025:6383