Ga naar de inhoud

Gebiedsverbod overlastgevende dakloze: belediging en vernieling 

Laatst gewijzigd op: 29-06-2026

De burgemeester moet onderzoek doen naar de bestuurlijke rapportage als deze inhoudelijk wordt betwist. Er kan een tijdelijke ontheffing van een gebiedsverbod worden verleend om in het gebied te komen als er bijv. spullen dienen te worden opgehaald.

Weegschaal

Datum uitspraak

05-12-2025 

Kenmerken

Gemeente 
Wijk 
Bedreiging 
Vernieling 
Belediging 
Dakloosheid 
Gebiedsverbod 

Wat was de overtreding? 

Een dakloze meneer krijgt een gebiedsverbod opgelegd vanwege belediging van boa’s en vernieling aan het politiebureau. Zo heeft hij de buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) meermalen uitgescholden en hen beledigd. Bij aanhouding heeft hij zichzelf verdedigd en hete thee richting de boa’s gegooid. Ook zou hij wild om zich heen hebben geslagen, waarbij de boa’s op hun hoofd zouden zijn geraakt. Meneer zou met het K-woord hebben gescholden en gezegd hebben dat hij de boa’s “hun tanden uit hun bek” zou slaan. Van de vernieling aan het politiebureau is aangifte gedaan. Ook is een ander incident in de bestuurlijke rapportage opgenomen waarbij meneer zou hebben gescholden toen hij op een bankje op het busstation lag te slapen en wakker werd gemaakt.  

Welke maatregel werd opgelegd? 

De burgemeester legt een gebiedsverbod op voor de duur van drie maanden op grond van de Wet MBVEO (artikel 172a Gemeentewet), wegens vrees voor verdere verstoring van de openbare orde. In het politiesysteem zijn in de afgelopen 60 maanden vijf antecedenten geregistreerd en bij de afdeling handhaving en toezicht zijn 47 registraties bekend. Vrijwel alle registraties houden verband met overlastgevende incidenten in het centrum van Zaandam. De incidenten geven blijk van aversie richting de overheid en dan met name de politie en boa’s. 

Wat besloot de rechter? 

Meneer legt de zaak voor aan de voorzieningenrechter. Hij vraagt opschorting van het verbod omdat zijn bewegingsvrijheid wordt beperkt en het besluit niet goed is gemotiveerd. Ook zegt hij dat de feiten worden verdraaid en dat zijn kant van het verhaal niet is meegewogen. Ook geeft hij aan dat hij gestalkt en geïntimideerd wordt door de boa’s in Zaandam. Hij voelt zich als dakloze gediscrimineerd. Tot slot is het gebiedsverbod onredelijk bezwarend omdat hij in het centrum zijn opslag heeft en daar nu niet bij kan. 

De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van herhaaldelijke verstoring van de openbare orde. Ook zegt de rechter dat een bestuursorgaan in beginsel mag afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed opgemaakte en ondertekende bestuurlijke rapportage. In de enkele niet onderbouwde stelling van verzoeker dat de feiten verdraaid zijn, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding dat onderzocht moet worden of de bestuurlijke rapportage juist is. De rechter oordeelt dan ook dat de burgemeester bevoegd was om een gebiedsverbod op te leggen. Vervolgens beoordeelt de rechter evenredigheid. Dat doet de rechter door te kijken naar de geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid van het besluit. De rechter geeft aan dat het gebiedsverbod geschikt en noodzakelijk is om de openbare orde en veiligheid te herstellen en te beschermen. Zo wordt met het gebiedsverbod voorkomen dat meneer nogmaals soortgelijke gedragingen vertoont in het centrum van Zaandam.

Daarnaast hebben de eerdere verblijfsontzeggingen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) niet geholpen. Door dit gebiedsverbod wordt een duidelijk signaal afgegeven dat het gedrag onwenselijk en onacceptabel is. Gelet op de ernst van de verstoringen van de openbare orde en het herhaaldelijk karakter, is de duur van drie maanden proportioneel. Het argument dat meneer in het centrum moet zijn voor de opslag van zijn spullen (kleding, een paraplu, schoenen en een slaapzak) overweegt de rechter dat meneer kan verzoeken om een tijdelijk ontheffing van het gebiedsverbod. Dit is ter zitting besproken en meneer heeft aangegeven daar gebruik van te willen maken. De burgemeester heeft daarop aangegeven zo spoedig mogelijk op verzoekers aanvraag voor een tijdelijk ontheffing te zullen beslissen. De rechter zegt dat hij ervan uitgaat dat meneer op korte termijn bij zijn opslag kan om zijn noodzakelijke spullen op te kunnen halen. Hierdoor vindt de rechter het gebiedsverbod niet onevenredig. Het gebiedsverbod houdt stand. 

Wat kunnen we van deze uitspraak leren? 

De burgemeester moet onderzoek doen naar de bestuurlijke rapportage als deze inhoudelijk wordt betwist. Er kan een tijdelijke ontheffing van een gebiedsverbod worden verleend om in het gebied te komen als er bijv. spullen dienen te worden opgehaald. 

Meer informatie over deze zaak: ECLI:NL:RBNHO:2025:14649