Sluiting van zes maanden na aantreffen grootschalig crimineel samenwerkingsverband
Laatst gewijzigd op: 14-01-2026ABRvS 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6184
ABRvS 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6184
Bij een politieonderzoek in 2020 werden aanvankelijk geldbedragen, munitie en wapenonderdelen aangetroffen; een vermeende vondst van amfetamine bleek later een vals-positieve test, waardoor een voorgenomen sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet werd ingetrokken.
Een later toegestuurde bestuurlijke rapportage daterend van november 2019 concludeerde echter dat de schuur en woning tussen 2018 en 2019 structureel werden gebruikt door een crimineel samenwerkingsverband voor drugs- en wapenhandel. Op een aangrenzend gemeentelijk bosperceel werden ondergrondse opslagruimten ontdekt met honderden kilo’s hard- en softdrugs en vuurwapens.
Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester begin 2020 besloten het hele perceel, inclusief woonwagen en schuur, voor zes maanden te sluiten.
Appellanten betogen dat de burgemeester niet bevoegd was om de woning te sluiten, omdat er geen ruimtelijke en functionele samenhang bestaat tussen het bosperceel, de schuur en de woning. Daarnaast betogen appellanten dat de sluiting niet evenredig is. De burgemeester heeft onvoldoende rekening gehouden met het tijdsverloop.
De Afdeling oordeelt dat de functionele samenhang kan worden afgeleid uit de aangetroffen geldbedragen op verschillende plekken in de woning en dat appellanten ter zitting hebben erkend dat de bedragen toebehoren aan het criminele samenwerkingsverband waar zij deel van uitmaakten. De Afdeling oordeelt daarnaast dat het tijdsverloop niet dermate lang is dat sluiting van de woning redelijkerwijs niet meer kon bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. De burgemeester heeft er daarbij terecht op gewezen dat de overtreding is dit geval zeer ernstig was. Ten tijde van de sluiting was nog volop onderzoek gaande naar de omvang van de overtreding en de kring van betrokkenen daarbij. Duidelijk was wel dat de schuur een centrale rol diende in het criminele samenwerkingsverband. Niet uitgesloten kon worden dat het gebruik van de woning en schuur voor criminele activiteiten zou worden hervat, omdat het onderzoek nog niet was afgerond. De burgemeester heeft daarmee deugdelijk gemotiveerd dat ten tijde van het besluit van 29 april 2020 de sluiting een geschikt middel was.