Ernst van de overtreding maakt dat de belangen van de sluiting zwaarder wegen
Laatst gewijzigd op: 14-01-2026ABRvS 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6158
ABRvS 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6158
De burgemeester van Rotterdam heeft de woning van appellant voor drie maanden gesloten na politieobservaties en een doorzoeking waarbij hard- en softdrugs, drugshandelattributen en wapens zijn aangetroffen.
Appellant betoogt dat de sluiting niet noodzakelijk en niet evenredig is, mede omdat zijn huur is ontbonden, hij geen woning meer heeft, zijn kinderen niet kan zien en zijn schulden toenemen.
De Afdeling volgt dit betoog niet. De burgemeester was bevoegd op grond van artikel 13b Opiumwet en mocht de sluiting noodzakelijk en evenwichtig achten. Het hoger beroep is ongegrond.