Appellant handelt verwijtbaar ondanks gedragsstoornis en laag IQ
Laatst gewijzigd op: 14-01-2026ABRvS 10 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5987
ABRvS 10 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5987
De burgemeester van Rotterdam sluit een woning voor de duur van drie maanden. In de woning is door de politie een handelshoeveelheid aan diverse soorten harddrugs aangetroffen. Daarnaast zijn ook attributen gevonden die gebruikt kunnen worden voor onder andere het verwerken en verkopen van drugs.
Appellant betoogt dat sluiting onevenredig is, omdat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid vanwege een gediagnostiseerde gedragsstoornis en een IQ van 61. Daarnaast betoogt appellant dat hij gedurende de sluiting ergens anders moest verblijven.
De Afdeling oordeelt echter dat er sprake is van een ernstig geval wat maakt dat er noodzaak is voor sluiting. In wat appellant voor het overige heeft aangevoerd bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het belang van de appellant zwaarder moet wegen dan het belang van de sluiting van de woning.