Ga naar de inhoud

Afzien van sluiting wegens tijdsverloop betekent niet dat oorspronkelijk besluit onrechtmatig was

Laatst gewijzigd op: 13-08-2026

Raad van State 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3369

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

Raad van State 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3369

De politie treft in een huurwoning 1991 gram methamfetamine, vier jerrycans met amfetamine-olie, een wapen en munitie aan. In de woning zijn zeven personen aanwezig met antecedenten op het gebied van drugs en wapens.

De burgemeester van Rotterdam besluit de woning voor drie maanden te sluiten. De burgemeester voert de sluiting uiteindelijk niet uit vanwege het inmiddels verstreken tijdsverloop. De bewoonster betoogt daarom dat de burgemeester bij de beslissing op bezwaar feitelijk heeft erkend dat sluiting niet meer geschikt was en het oorspronkelijke sluitingsbesluit dus had moeten herroepen.

De Afdeling volgt haar daarin niet. Bij iedere fase van de besluitvorming moet worden beoordeeld of sluiting op dat moment nog geschikt en noodzakelijk is. Uit het afzien van de feitelijke sluiting leidt de Afdeling af dat de burgemeester bij de beslissing op bezwaar terecht heeft geconcludeerd dat sluiting door het tijdsverloop inmiddels niet meer geschikt was.

Dat betekent echter niet dat de sluiting ook al ten tijde van het oorspronkelijke besluit ongeschikt was. Het latere tijdsverloop maakt het eerdere besluit dus niet met terugwerkende kracht onrechtmatig en de burgemeester hoefde dit besluit niet te herroepen. Het hoger beroep is ongegrond.