Ga naar de inhoud

Waarschuwing van drie jaar is besluit en onvoldoende onderbouwd

Laatst gewijzigd op: 03-04-2026

Raad van State 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:219

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

Raad van State 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:219

De politie treft in een woning en op de oprit voorwerpen en stoffen aan die bedoeld zijn voor grootschalige hennepteelt. De burgemeester besluit de woning voor drie maanden te sluiten, maar herroept dit besluit in bezwaar en legt in plaats daarvan een waarschuwing op. De burgemeester betoogt dat de waarschuwing geen besluit is waartegen beroep openstaat.

De appellant betoogt onder meer dat de waarschuwing onvoldoende is onderbouwd en dat de rechtbank het eerdere besluit ten onrechte niet heeft vernietigd.

De Afdeling oordeelt dat de waarschuwing in dit geval met een besluit moet worden gelijkgesteld. De waarschuwing heeft een geldigheidsduur van drie jaar en overschrijdt daarmee de in de rechtspraak gehanteerde termijn van twee jaar. Daardoor wordt de mogelijkheid om effectief verweer te voeren aangetast en moet rechtsbescherming worden geboden. De Afdeling oordeelt verder dat de waarschuwing ondeugdelijk is gemotiveerd. De burgemeester heeft deze gebaseerd op politie-informatie die niet inzichtelijk is voor appellant en de rechtbank, waardoor niet kan worden getoetst waarop de waarschuwing berust. De rechtbank heeft de waarschuwing daarom terecht vernietigd. Ten slotte is de redelijke termijn met een jaar overschreden, wat leidt tot een schadevergoeding van €1.000 ten laste van de staat.