Ga naar de inhoud

Sluiting zonder aangetroffen drugs, wel structurele handel en overlast

Laatst gewijzigd op: 03-04-2026

Raad van State 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:477

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

Raad van State 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:477

In een woning vinden gedurende langere tijd meldingen plaats van drugsoverlast, waaronder:

  • Veelvuldige aanloop van bezoekers
  • Verklaringen van buurtbewoners
  • Observaties van de politie.

In de woning worden gebruikersartikelen en lachgasflessen aangetroffen en appellant ontvangt bezoekers die bekend zijn als harddrugsgebruikers. De burgemeester van Den Haag sluit de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b Opiumwet.

De appellant betoogt dat de burgemeester niet bevoegd was, omdat geen handelshoeveelheid drugs is aangetroffen en de meldingen onvoldoende concreet en betrouwbaar zijn. Volgens hem is slechts sprake van eigen gebruik en sociale contacten.

De Afdeling oordeelt dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. Ook zonder aangetroffen drugs kan bevoegdheid bestaan als op basis van andere feiten en omstandigheden aannemelijk is dat in de woning drugs worden verhandeld. In dit geval volgt uit meldingen, observaties, verklaringen en incidenten dat sprake is van structurele drugshandel en overlast. De burgemeester mocht daarbij ook anonieme meldingen betrekken, nu deze worden ondersteund door andere bevindingen. Het hoger beroep is ongegrond.