Ga naar de inhoud

Sluiting woning onevenredig door kwetsbaarheid en tijdsverloop

Laatst gewijzigd op: 03-04-2026

Raad van State 11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:755

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

Raad van State 11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:755

Na aanhouding van een bewoner wegens drugshandel, treft de politie in een woning onder meer het volgende aan:

  • 75 wikkels cocaïne
  • MDMA-pillen
  • Een weegschaal
  • 500 lege wikkels
  • €6.000 contant geld.

De burgemeester van Overbetuwe besluit de woning voor een maand te sluiten.

De bewoners betogen dat de sluiting onevenredig is, met name vanwege de ernstige psychische problematiek van één van hen, die lijdt aan PTSS en angstklachten en intensieve begeleiding ontvangt.

De Afdeling oordeelt dat de sluiting onevenwichtig is. De medische situatie van de bewoner is voldoende onderbouwd met verklaringen van de huisarts en eerdere behandelaars. Hieruit blijkt dat haar draagkracht om de gevolgen van een sluiting te dragen beperkt is. Daarnaast is sprake van aanzienlijk tijdsverloop tussen de constatering van de overtreding en de beoogde sluiting (negen maanden), waardoor de doelen van de sluiting beperkte betekenis toekomen. Het enkel willen afgeven van een signaal is onvoldoende.