Sluiting woning na grote hoeveelheid harddrugs en geweldssituatie
Laatst gewijzigd op: 03-04-2026Raad van State 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:331
Raad van State 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:331
Na een melding van verdachte personen treft de politie in een woning onder meer het volgende aan:
- 11,8 kilo heroïne
- 2,6 kilo cocaïne
- 87,7 gram MDMA
- Versnijdingsmiddelen
- €96.200 contant geld
- Gasmaskers
- Sporen van geweld.
De burgemeester van Rotterdam sluit de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b Opiumwet.
De appellant betoogt dat geen sprake is van een ernstig geval en dat had moeten worden volstaan met een waarschuwing. Ook voert hij aan dat de sluiting onevenredig is, omdat hem geen verwijt treft en hij een woning nodig heeft voor contact met zijn kind.
De Afdeling oordeelt dat de burgemeester bevoegd was en dat de sluiting noodzakelijk is. Gelet op de zeer grote hoeveelheid harddrugs en de overige aangetroffen goederen mocht de burgemeester aannemen dat de woning een rol vervulde binnen de keten van drugshandel. De appellant is daarnaast verantwoordelijk voor wat zich in de woning afspeelt en heeft niet aannemelijk gemaakt dat hem geen verwijt treft. Dat hij een kind heeft en woonruimte nodig heeft, weegt niet op tegen het belang van het herstellen van de openbare orde en het voorkomen van herhaling. Het hoger beroep is ongegrond.