Ga naar de inhoud

Sluiting woning gerechtvaardigd ondanks kwetsbaarheid en huurrechtelijke gevolgen

Laatst gewijzigd op: 07-04-2026

Raad van State 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:475

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

Raad van State 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:475

De politie treft in een woning grote hoeveelheden hard- en softdrugs aan, waaronder:

  • 410 gram cocaïne
  • 138 gram amfetamine
  • 329 gram MDMA
  • 679 gram hennep

Ook worden er diverse attributen voor drugshandel aangetroffen. Daarnaast zijn er meldingen en observaties van drugshandel gedaan. De burgemeester van Hillegom sluit de woning voor zes maanden, later verkort tot drie maanden.

De appellante betoogt dat de sluiting niet noodzakelijk is, omdat na de inval geen incidenten meer hebben plaatsgevonden en strafrechtelijke maatregelen al zijn getroffen. Ook voert zij aan dat had moeten worden volstaan met een waarschuwing of last onder dwangsom. Daarnaast stelt zij dat de sluiting onevenredig is vanwege haar kwetsbaarheid, de zorg voor haar kleinkind en de dreigende ontbinding van de huurovereenkomst.

De Afdeling oordeelt dat de sluiting geschikt en noodzakelijk is. Het tijdsverloop is beperkt en de burgemeester heeft mogen aannemen dat de woning een rol speelde in de drugshandel en dat sprake is van een ernstig geval. Dat strafrechtelijke maatregelen zijn getroffen en dat volgens appellante geen herhaling te verwachten is, maakt dit niet anders. De sluiting is ook niet onevenredig. De appellante kan een verwijt worden gemaakt en is verantwoordelijk voor wat zich in de woning afspeelt. De burgemeester heeft rekening gehouden met haar kwetsbaarheid en hulp aangeboden bij het vinden van vervangende woonruimte. De gevolgen, waaronder mogelijke ontbinding van de huurovereenkomst en de zorg voor haar kleinkind, maken niet dat de sluiting onevenwichtig is. Het hoger beroep is ongegrond.