Sluiting woning gerechtvaardigd ondanks beroep op waarschuwing en eigen gebruik
Laatst gewijzigd op: 03-04-2026Raad van State 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:190
Raad van State 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:190
Na een tip en aanhouding wegens vuurwapenbezit treft de politie in een woning 1,5 kilo softdrugs, ruim 100 gram cocaïne, een steekwapen en een drugspers aan. De burgemeester sluit de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b Opiumwet.
De appellant betoogt dat de burgemeester had moeten volstaan met een waarschuwing. Volgens hem is er geen sprake van handel, maar van eigen gebruik en hennepafval. Ook wijst hij erop dat de antecedenten en eerdere incidenten geen verband houden met de Opiumwet. Daarnaast voert hij aan dat de sluiting onevenredig is, omdat zijn zoon de drugs had verstopt in een sok. Hem treft dus geen verwijt. Daarnaast zijn de gevolgen voor hem en zijn gezin groot.
De Afdeling oordeelt dat de burgemeester bevoegd was en dat de sluiting noodzakelijk is. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat gelet op de aangetroffen hoeveelheid drugs en de aanwezigheid van een drugspers sprake is van een situatie waarin tot sluiting kon worden overgegaan. De sluiting is ook niet onevenredig. De Afdeling ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank, die de aangevoerde persoonlijke omstandigheden en de gestelde afwezigheid van verwijtbaarheid heeft betrokken. Dat appellant niet strafrechtelijk is vervolgd en dat de gevolgen voor hem en zijn gezin ingrijpend zijn, maakt niet dat de burgemeester van sluiting had moeten afzien.