Sluiting winkel gerechtvaardigd vanwege voorbereidingshandelingen
Laatst gewijzigd op: 19-10-2026Raad van State 14 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6065
Raad van State 14 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6065
In een bedrijfspand in Heerlen wordt een winkel in tuin- en bouwmarktproducten, bloemen en pakketdiensten geëxploiteerd. Bij een controle worden grote hoeveelheden goederen aangetroffen die kunnen worden gebruikt bij professionele hennepteelt, waaronder groeimiddelen, kweektenten, droognetten, weegschalen, sealbags en geldtelmachines. Aan elf van de twaalf professionaliteitsindicatoren uit de Aanwijzing Opiumwet wordt voldaan. De burgemeester sluit het pand voor zes maanden wegens voorbereidingshandelingen.
Archimede Holding betoogt onder meer dat het om een reguliere winkel gaat en dat de producten ook legaal kunnen worden gebruikt. Zij verwijst naar een eerdere strafrechtelijke vrijspraak en naar leveringen aan een legale teler binnen het wietexperiment. Ook stelt zij dat het Damoclesbeleid ten onrechte niet differentieert tussen een winkel die goederen verkoopt die gebruikt kunnen worden bij de grootschalige en bedrijfsmatige hennepteelt en een lokaal waar daadwerkelijk goederen gestald zijn om grootschalige en bedrijfsmatige hennepteelt ter plaatse mogelijk te maken. In haar winkel werd geen hennep geteeld of drugs geproduceerd, aldus Achimede Holding.
Ten eerste oordeelt de Afdeling dat de burgemeester bevoegd is om op te treden. De aard, combinatie en hoeveelheid goederen wijzen op beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt. De uitzondering voor het wietexperiment is niet van toepassing, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de goederen op het moment van de controle voor een deelnemer aan het experiment bestemd waren.
De Afdeling oordeelt ten tweede dat het Damoclesbeleid niet onevenredig is. Gelet op de door de burgemeester gewenste prioritering van beroeps- of bedrijfsmatige situaties is de gelijkstelling van situaties waarin daadwerkelijk hennepteelt is aangetroffen met situaties als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet ‘niet als zodanig onevenredig’.
De Afdeling oordeelt tevens dat de sluiting noodzakelijk is. Het ging om grote hoeveelheden goederen, het pand speelde een rol in de drugsketen, 80 tot 90 procent van de jaaromzet bestond uit contante inkomsten en in twee maanden was 77.000 euro contant gestort zonder plausibele verklaring. De drugsproblematiek in de omgeving mocht eveneens worden meegewogen.
Ten vierde oordeelt de Afdeling dat de sluiting evenwichtig is. Gelet op de voorgeschiedenis en eerdere contacten met politie en justitie mocht van Archimede worden verwacht dat zij besefte dat haar bedrijfsvoering verband hield met grootschalige hennepteelt. De financiële gevolgen en gevolgen voor de bloemisterij en het pakketpunt wegen niet zwaarder.