Ga naar de inhoud

Sluiting na zes maanden niet meer geschikt ondanks grote hoeveelheid harddrugs

Laatst gewijzigd op: 11-08-2026

Raad van State 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2281

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

Raad van State 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2281

De politie treft in een bij een woning behorende schuur 36 kilo amfetamine, 1531 XTC-pillen, twee kilo cocaïne en ruim 2,3 kilo ketamine aan, samen met een vacuümapparaat en vacuümzakken. De burgemeester van Breda besluit de woning voor een maand te sluiten. De bewoners betogen onder meer dat de burgemeester niet bevoegd is, omdat zij niet verantwoordelijk waren voor de aangetroffen drugs, maar de zoon. Daarnaast voeren zij aan dat de sluiting vanwege het tijdsverloop niet meer geschikt is.

De Afdeling oordeelt dat de burgemeester bevoegd is. De enorme hoeveelheid harddrugs in de bij de woning behorende schuur was evident bestemd voor de handel. Voor de bevoegdheid is niet relevant wie de overtreding heeft gepleegd of daarvoor verantwoordelijk is. De Afdeling verklaart het hoger beroep desondanks gegrond, omdat de sluiting niet meer geschikt is. Tussen het aantreffen van de drugs en de feitelijke sluiting zit bijna zes maanden. De overtreding is beëindigd door de inbeslagname van de drugs, de zoon die bij de drugs betrokken was woonde niet meer in de woning en er waren geen concrete aanwijzingen dat de woning structureel als handels- of opslaglocatie werd gebruikt. De ernst van de overtreding op zichzelf is niet doorslaggevend en alleen het afgeven van een signaal is onvoldoende; een herstelsanctie is niet bedoeld om als afschrikking te dienen.