Sluiting na elf maanden niet meer geschikt ondanks zeer grote drugsvondst
Laatst gewijzigd op: 11-08-2026Raad van State 29 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2414
Raad van State 29 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2414
De politie treft verspreid door een huurwoning onder meer zeven kilo cocaïne, 14 kilo MDMA, 125 XTC-pillen, vijf blokken hasj, een sealapparaat en 3.855 euro aan contant geld aan. De burgemeester van Breda sluit de woning voor drie maanden. De sluiting wordt pas ongeveer elf maanden na de vondst daadwerkelijk uitgevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom sluiting na dit aanzienlijke tijdsverloop nog noodzakelijk en evenwichtig was. Daarbij speelde ook mee dat de bewoner verminderd verwijtbaar was. De burgemeester gaat daartegen in hoger beroep en wijst met name op de zeer grote hoeveelheid drugs en de handelsattributen.
De Afdeling oordeelt dat de sluiting na elf maanden niet meer geschikt en noodzakelijk is. In de tussenliggende periode is niets relevants gebeurd. Daarom mocht worden aangenomen dat de situatie inmiddels was hersteld en de negatieve effecten van de overtreding en de rol van de woning in het drugscircuit waren verdwenen. Ook was geen sprake van recidive. De zeer grote hoeveelheid drugs maakt dit niet anders.