Ga naar de inhoud

Sluiting coffeeshop na jaar niet meer geschikt door tijdsverloop

Laatst gewijzigd op: 03-04-2026

Raad van State 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:336

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

Raad van State 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:336

De politie treft bij een coffeeshop in totaal ruim 1,7 kilo softdrugs aan, verspreid over de verkoopruimte, een bigshopper, een garage en een bovenwoning die functioneel verbonden zijn met de coffeeshop. De burgemeester van Tiel besluit de coffeeshop voor anderhalve maand te sluiten wegens overschrijding van de toegestane handelsvoorraad.

De exploitant betoogt dat geen sprake is van een overtreding, omdat een deel van de drugs geen handelsvoorraad is en de bestuurlijke rapportage onbetrouwbaar is. Daarnaast voert zij aan dat de sluiting, gelet op het tijdsverloop van ruim een jaar, niet meer noodzakelijk en evenredig is.

De Afdeling oordeelt dat de aangetroffen drugs in de garage, woning en bigshopper tot de handelsvoorraad gerekend mogen worden, omdat deze bestemd waren voor verkoop in de coffeeshop en daarmee een directe relatie hebben met de exploitatie. De Afdeling oordeelt echter dat de sluiting niet geschikt is. De burgemeester heeft onvoldoende gemotiveerd dat sluiting meer dan een jaar na de constatering nog bijdraagt aan de beoogde doelen. Uit de summiere rapportage blijkt niet van concrete effecten op de omgeving en in de tussenliggende periode hebben zich geen relevante incidenten voorgedaan. Daardoor moet worden aangenomen dat de situatie al was hersteld. Alleen het afgeven van een signaal is onvoldoende om sluiting te rechtvaardigen.