Ga naar de inhoud

Negen maanden sluiting gerechtvaardigd vanwege structurele drugshandel vanuit woning

Laatst gewijzigd op: 14-09-2026

ABRvS 15 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4123

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

ABRvS 15 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4123

In een huurwoning worden verschillende handelshoeveelheden hard- en softdrugs aangetroffen, een stroomstootwapen en contant geld. Uit de telefoon van de bewoner blijkt dat potentiële kopers veelvuldig contact met hem zochten en dat hij zijn woning meerdere keren als ophaaladres doorgaf. Ook bestaan er meldingen over verkoop van drugs aan jongeren. De burgemeester van Schiedam sluit de woning voor negen maanden.

De rechtbank overwoog dat de burgemeester op basis van zijn beleid de woning voor negen maanden mocht sluiten. De burgemeester heeft de situatie op grond van zijn beleid terecht aangemerkt als ernstig geval. Daarbij mocht de burgemeester meewegen dat in Schiedam drugshandel en drugsgebruik een hardnekkig probleem is. De Afdeling kan zich hierin vinden.

De bewoner betoogt onder meer dat negen maanden niet langer noodzakelijk was nadat de woningcorporatie de huur had ontbonden en de kantonrechter de ontruiming had toegewezen. Met zijn vertrek en een nieuwe huurder zou de rol van de woning in het drugscircuit al zijn beëindigd. Ook stelt hij dat de sluiting een punitief karakter heeft en dat onvoldoende rekening is gehouden met de huurrechtelijke gevolgen.

De Afdeling volgt de bewoner niet. De sluiting is een pandgerichte maatregel die erop gericht is de woning aan het drugscircuit te onttrekken en de openbare orde rond het pand te herstellen. Ontbinding van de huurovereenkomst neemt die noodzaak daarom niet weg. Gelet op de actieve handel vanuit de woning, de hoeveelheden drugs en het stroomstootwapen mocht de burgemeester negen maanden sluiten. De Afdeling bevestigt bovendien dat een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet een herstelsanctie is en geen punitieve sanctie of criminal charge in de zin van artikel 6 EVRM.