Geen bevoegdheid tot sluiting door geringe hoeveelheid en ondeugdelijke rapportage
Laatst gewijzigd op: 03-04-2026Raad van State 18 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:896
Raad van State 18 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:896
Na meldingen van drugshandel en observaties van aanloop treft de politie in een woning onder meer het volgende aan:
- 1,4 gram cocaïne
- Enkele pillen
- Twee weegschalen
- Gebruikersartikelen.
De burgemeester van Rotterdam besluit de woning voor drie maanden te sluiten.
De bewoner betoogt dat geen sprake is van handel, maar van eigen gebruik, en dat de bestuurlijke rapportage onvoldoende betrouwbaar en controleerbaar is.
De Afdeling oordeelt dat de burgemeester niet bevoegd was om de woning te sluiten. De aangetroffen hoeveelheid harddrugs is gering en de appellant heeft een consistent betoog over zijn eigen gebruik. Naast de grammenweegschaaltjes zijn geen andere attributen aangetroffen die wijzen op drugshandel. De burgemeester heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de aangetroffen drugs bestemd waren voor de handel. Daarbij is van belang dat de bestuurlijke rapportage niet controleerbaar is, omdat onderliggende processen-verbaal en andere stukken ontbreken. Onder deze omstandigheden kan niet van de rapportage worden uitgegaan. Volgens de Afdeling is niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 13b Opiumwet. De sluiting wordt herroepen en het hoger beroep is ongegrond.