Ga naar de inhoud

Brandgevaar en herhaalde hennepvondsten maken woningsluiting noodzakelijk

Laatst gewijzigd op: 11-08-2026

Raad van State 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3187

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

Raad van State 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3187

De politie treft in de aanbouw van een koopwoning een hennepkwekerij met 58 hennepplanten en/of -stekken aan. De burgemeester van Waadhoeke sluit de gehele woning voor drie maanden. Een eerder besluit hield bij de Afdeling geen stand, omdat de burgemeester de noodzaak van sluiting en met name het gestelde brandgevaar onvoldoende had onderbouwd. In een nieuw besluit legt de burgemeester onder meer een aanvullende rapportage van de netbeheerder aan de sluiting ten grondslag.

De appellant betoogt dat het brandgevaar nog steeds onvoldoende is onderbouwd, dat een oude veroordeling voor hennepteelt niet mag worden meegewogen en dat alleen de aanbouw had mogen worden gesloten.

De Afdeling oordeelt dat de gehele woning mocht worden gesloten. De aanbouw en woning zijn met elkaar verbonden en de hennepkwekerij werd van elektriciteit voorzien vanuit de meterkast in de woning. Verder heeft de burgemeester de noodzaak van de sluiting nu wel voldoende onderbouwd. Er waren aanwijzingen voor eerdere oogsten, na de eerdere sluiting zijn opnieuw hennep en aanwijzingen voor een kwekerij aangetroffen en uit de aanvullende rapportage blijkt concreet van oververhitting, losse bedrading en brandgevaar. Gelet op deze omstandigheden en de antecedenten van de bewoner mocht de burgemeester aannemen dat de woning een rol vervulde in de drugsketen en dat niet met een minder ingrijpend middel kon worden volstaan.