Product toegevoegd aan winkelmand

Woninginbraak

Inzet last onder dwangsom

Steeds meer gemeenten zetten last onder dwangsom in om inbraak tegen te gaan. Met dit bestuurlijk instrument kunnen potentiële inbrekers een stevige dwangsom opgelegd krijgen wanneer zij inbrekerswerktuigen vervoeren. 

Het voorhanden hebben van inbrekerswerktuigen, werd tot 2014 alleen bestraft met een OM-afdoening. Deze - meestal kleine - geldboete had echter nauwelijks een afschrikkende werking, met hoge recidive als gevolg. Om inbrekers toch te ontmoedigen, legt een aantal gemeenten tegenwoordig een last onder dwangsom op, als aanvulling op het strafrecht. Het bedrag van zo’n dwangsom kan in sommige gevallen wel oplopen tot 10.000 euro.

Werkwijze

Om dit instrument in te kunnen zetten, dient het verbod op het voorhanden hebben van inbrekerswerktuigen in de APV te zijn opgenomen. Wanneer de politie dan iemand met inbrekerswerktuig aantreft, is er sprake van overtreding van de APV. Aangewezen politiemedewerkers maken in dat geval rapport op en stellen het gemeentebestuur op de hoogte van de overtreding. De gemeente zal de betreffende persoon vervolgens eerst schriftelijk waarschuwen en op de hoogte stellen van de dwangsom. Elke keer dat de overtreder hierna met inbrekerswerktuig(en) betrapt wordt, kan de dwangsom worden verbeurd.

Achtergrond

De toepassing van een last onder dwangsom als de politie iemand met inbrekerswerktuig in het openbaar tegenkomt, werd in 2014 voor het eerst toegepast door de gemeente Putten. Met groot succes. Personen die een dwangsom kregen opgelegd, traden slechts sporadisch in herhaling. 

De inzet van dit instrument om inbraak te voorkomen, heeft ook de juridische toets doorstaan. Eén overtreder ging in hoger beroep. Op 6 april 2016 verklaarde de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State dit hoger beroep ongegrond. Gezien de overtreding was het college bevoegd geweest om handhavend op te treden door middel van het opleggen van een last onder dwangsom. Na deze uitspraak nam de belangstelling van andere gemeenten voor de Puttense aanpak een hoge vlucht.

Meer informatie

Toolkit

Het basisteam Veluwe West van de politie (waar Putten onder valt) heeft inmiddels ruime ervaring opgedaan met de toepassing van last onder dwangsom voor het bezit van inbrekerswerktuigen. De werkwijze is in een toolkit beschreven, zodat politiecollega’s en gemeenten uit het hele land er hun voordeel mee kunnen doen. 

Interview

Interview met de Puttense burgemeester over de bestuurlijke dwangsom: 

Stappenplan

Gemeenten die last onder dwangsom willen inzetten tegen het voorhanden hebben van inbrekerswerktuig, dienen hiervoor een aantal zaken te organiseren. Dit stappenplan zet de belangrijkste randvoorwaarden en de procedure in tien stappen op een rij.

1. Onderzoek voor- en nadelen

Het is aan de gemeente en politie de keus om deze bestuursrechtelijk aanpak toe te passen in de gemeente. Het verdient de aanbeveling om allereerst alle voor- en nadelen op een rij te zetten. Bijvoorbeeld door te onderzoeken of de introductie van last onder dwangsom tegen het voorhanden hebben van inbrekerswerktuigen in uw gemeente effectief zal zijn. 

Een voorbeeld van zo’n onderzoek De bestuursrechtelijke aanpak: Doorbraak tegen inbraak? In dit onderzoek staan de toepassing van deze maatregel in Amsterdam en de gevolgen in de taken van de gemeente, de politie en het Openbaar Ministerie centraal.

2. Vermelding in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Om een last onder dwangsom uit te kunnen vaardigen voor het voorhanden hebben van inbrekerswerktuig, is vermelding in de APV noodzakelijk. In de model-APV van de VNG is dit als volgt omschreven: 

Artikel 2:44 Vervoer Inbrekerswerktuigen 

  1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
  2. Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatige sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

3. Politie als toezichthouder

Om namens het gemeentebestuur een dwangsom op te kunnen leggen, moeten politiemedewerkers worden aangewezen als toezichthouder binnen de APV. Dit kan op twee manieren. Zo kan de gemeente de toewijzing van politieambtenaren specifiek benoemen in de APV. De gemeenten kan ook kiezen voor een ‘Aanwijzingsbesluit’. Door middel van dit aparte besluit kunnen politieambtenaren werkzaam (bij een bepaald team) aangewezen worden als toezichthouder voor de APV.

Aangewezen politiemedewerkers verkeren in de bijzondere positie dat zij, naast opsporingsambtenaar, dus ook toezichthouder zijn. De bevoegdheden van een toezichthouder verschillen wezenlijk van de bevoegdheden van een opsporingsambtenaar. Als de politiemedewerker optreedt als toezichthouder, moet hij dit ook kenbaar maken aan degene die gecontroleerd wordt. De bevoegdheden als toezichthouder mogen niet worden gebruikt om strafrechtelijk bewijs te vergaren. 

4. Constateren van een overtreding van de APV

Wanneer de aangewezen politiemedewerker iemand met inbrekerswerktuig aantreft  (in strijd met de APV), maakt hij hiervan rapport op. Hierin wordt genoteerd:

  • de gegevens van de verdachte;
  • alle relevante gegevens ten aanzien van de geconstateerde overtreding;
  • alle ingezette bevoegdheden en dwangmiddelen;
  • de eventuele zienswijze van de verdachte met betrekking tot het voornemen opleggen last onder dwangsom;
  • ook is het van groot belang om te vermelden waarom de controle werd ingezet. Onvoldoende beschrijving kan leiden tot vrijspraak.  

5. Informeren gemeentebestuur

De politie geeft de overtreding door aan de afdeling Handhaving van het gemeentebestuur. Dit gebeurt:

a. rechtstreeks door de betreffende opsporingsambtenaar als (bestuursrechtelijk) toezichthouder. In dit geval wordt er alleen gerapporteerd over dat wat hij als toezichthouder heeft waargenomen. Informatie waarover hij als opsporingsambtenaar beschikt, mag niet worden doorgegeven. De informatie kan worden gestuurd naar de ambtenaren van de gemeente die zich met de betreffende handhaving bezig houden.

of

b. vanuit de politieorganisatie in de vorm van een bestuurlijke rapportage. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt welke strafbare gedragingen uit het APV-artikel zijn waargenomen c.q. vastgesteld en op welke wijze dit gebeurd is. De rapporteur beschrijft de waarnemingen van de betrokken politieambtenaren. Foto’s en waarnemingen van getuigen (zonder daarbij de namen te noemen) kunnen de rapportage ondersteunen. Er worden geen gegevens verstrekt die het opsporingsonderzoek kunnen schaden. 

De politie verstrekt de bestuurlijke rapportage aan de burgemeester. De wettelijke grondslag voor het overdragen van deze bestuurlijke rapportages aan de gemeente staat beschreven in artikel 16 van de Wet Politiegegevens (WPG) : verstrekking aan opsporingsambtenaren en gezagsdragers.

6. Schriftelijke waarschuwing

Als het voldoende duidelijk is dat iemand het APV artikel heeft overtreden, ontvangt hij van de burgemeester een waarschuwing. Het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben hiervoor een modelbrief opgesteld die gemeenten kunnen gebruiken.

Voordat er een besluit over de dwangsom wordt genomen, krijgt de overtreder de gelegenheid zijn zienswijze in te brengen. De overtreder heeft de keus of hij dit mondeling of schriftelijk wil doen. De termijn hiervoor dient vastgesteld te worden door de gemeente. Na het inbrengen van de zienswijze, besluit het college van B&W of de last onder dwangsom wordt opgelegd. De overtreder (of belanghebbenden) kan binnen zes weken na verzending van het besluit in bezwaar gaan. In de meeste gevallen wordt het bezwaarschrift voorgelegd aan een onafhankelijke externe commissie. Het advies van deze commissie wordt door het college van B&W meegenomen in haar besluit, maar is niet bindend.

7. Het opleggen van een dwangsom

Wanneer het college van B&W besluit de dwangsom op te leggen, wordt een dwangsombeschikking (aangetekend) verstuurd. De beschikking is geparafeerd, geregistreerd en gearchiveerd.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een modelbrief Besluit dwangsom inbrekerswerktuigen opgesteld die gemeenten kunnen gebruiken.

8. Het inwinnen van een dwangsom 

Als een persoon met een dwangsombeschikking opnieuw wordt aangehouden met inbrekerswerktuig, wordt de dwangsom van rechtswege verbeurd. ‘Verbeuren’ houdt in dat het dwangsombedrag verschuldigd wordt aan het bevoegde gezag (gemeentebestuur). 

Het bevoegde gezag laat eerst (wederom per brief) aan de betrokkene weten dat de in de dwangsombeschikking vermelde overtreding is geconstateerd. Daarbij wordt het tot die datum verbeurde bedrag vermeld. Verder wordt aangegeven dat het bedrag binnen zes weken na het moment van de geconstateerde overtreding moet worden voldaan (art. 5.33 Awb). 

9. Aanmaning

Indien het bedrag niet binnen deze betalingstermijn wordt betaald, treedt de gebruikelijke procedure van een bestuurlijke aanmaning in werking. (art. 5.37 lid 1 Awb). Wanneer het bedrag vervolgens niet of niet tijdig wordt voldaan, stuurt het bevoegd gezag een tweede aanmaning. Als na de aanmaning nog niet wordt betaald, kan het verschuldigde bedrag bij dwangbevel worden ingevorderd. De uitvoering hiervan ligt in handen van een deurwaarder. 

10. Voortdurende overtredingen 

Wanneer het maximumbedrag van de dwangsombeschikking is verbeurd en de overtredingen voortduren (of gegronde vrees bestaat voor herhaling van de overtreding), kan er een hogere / passender dwangsom worden opgelegd of een ander handhavingsmiddel worden toegepast. 

Voordat inzet van een ander handhavingsmiddel of oplegging van een hogere dwangsom mogelijk is, moet de oude dwangsombeschikking worden ingetrokken. Eenmaal verbeurde dwangsombedragen blijven verschuldigd.

FAQ

Is het opleggen van last onder dwangsom voor het voorhanden hebben van inbrekerswerktuigen in alle gevallen effectief?

Creëren gemeenten met deze aanpak geen waterbedeffect?

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen strafrechtelijke- en bestuursrechtelijke handhaving?

Is er bij deze aanpak geen sprake van dubbele bestraffing (schending van het ‘Ne Bis in idem-principe’)?

Wat wordt precies verstaan onder inbraakwerktuigen?

Is het mogelijk om een dwangsom ook ná het vermogensdelict op te leggen?

Hoe kan de hoogte van de last onder dwangsom worden vastgesteld?