Ga naar de inhoud

Bedelende vrouw krijgt gebiedsverbod

De burgemeester Amsterdam legde een bedelende vrouw een gebiedsverbod op voor drie maanden. Wil de onschuldpresumptie uit art. 6 lid 2 EVRM van toepassing zijn, dan moet er sprake zijn een 'criminal charge'. Een gebiedsverbod is geen 'criminal charge'. Daarop is de onschuldpresumptie dus niet van toepassing.

Optocht met fakkels Ter illustratie van het CCV-dossier Wet mbveo.

Kenmerken

  • Bedelen
  • Gebiedsverbod

Welke ordeverstoring vond plaats?

Een vrouw verstoorde in Amsterdam regelmatig de openbare orde. Zij bedelde in de omgeving van de Albert Cuijpmarkt, was verbaal agressief naar politieagenten en gedroeg zich hinderlijk. 

Welke maatregel legde de burgemeester op?

De burgemeester legde de vrouw een gebiedsverbod op voor drie maanden.

Wat besloot de rechter?

De rechter besloot dat het gebiedsverbod in stand mocht blijven. De burgemeester had dit terecht opgelegd. Het feit dat de vrouw voor de overtredingen niet gestraft was door de politie, deed daar niets aan af. De vrouw stelde dat op deze zaak de onschuldpresumptie uit art. 6 lid 2 EVRM van toepassing is. Naast deze procedure over het gebiedsverbod zou er namelijk nog een strafrechtelijke procedure tegen de vrouw lopen. Dat laatste was echter niet het geval, waardoor de onschuldpresumptie hier geen rol speelde.

Wat kunnen we van deze uitspraak leren?

Wil de onschuldpresumptie uit art. 6 lid 2 EVRM van toepassing zijn, dan moet er sprake zijn een ‘criminal charge’. Een gebiedsverbod is geen ‘criminal charge’.  Daarop is de onschuldpresumptie dus niet van toepassing. Dat is wel het geval als naast de procedure over het gebiedsverbod een strafrechtelijke procedure zou lopen.

Meer informatie over deze zaak: ECLI:NL:RVS:2018:1043