Ga naar de inhoud

Recente uitspraken over de toepassing van artikel 13b Opiumwet

Laatst gewijzigd op: 11-08-2026

Op deze pagina vind je een overzicht van de nieuwste juridische uitspraken over de toepassing van artikel 13b Opiumwet. Dit overzicht is in samenwerking met het Centrum van Openbare Orde en Veiligheid van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) gemaakt en wordt maandelijks bijgewerkt.

beeld van vrouwe justitia tegen een blauwe achtergrond

Last onder dwangsom mag wel softdrugsovertredingen omvatten, maar geen harddrugs

Raad van State 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3677

De politie treft in de aanbouw van een koopwoning 2200 gram henneptoppen en een koolstoffilter met luchtslang aan. De burgemeester van Waadhoeke legt de eigenaar daarop een last onder dwangsom van 25.000 euro op met een looptijd van drie jaar. De last verplicht hem niet alleen nieuwe overtredingen met softdrugs te voorkomen, maar ziet ook op harddrugs en voorbereidingshandelingen voor zowel hard- als softdrugs.

De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was een last onder dwangsom op te leggen, maar dat de last te ruim is geformuleerd. In de woning waren immers alleen softdrugs en voorwerpen voor hennepteelt aangetroffen. De burgemeester betoogt in hoger beroep dat de last juist breed moet kunnen worden geformuleerd om nieuwe Opiumwetovertredingen effectief te voorkomen.

De Afdeling stelt voorop dat een last onder dwangsom een herstelsanctie is. De last mag daarom niet verder strekken dan nodig is om de geconstateerde overtreding te beëindigen of herhaling daarvan te voorkomen. De burgemeester mocht de last niet uitstrekken tot harddrugs, omdat daarvoor in deze woning geen aanknopingspunten bestonden. Dat zou verder gaan dan de overtreding waartegen werd opgetreden.

De rechtbank ging volgens de Afdeling echter te ver door ook voorbereidingshandelingen uit de last te schrappen. De 2.200 gram henneptoppen en het koolstoffilter met luchtslang hielden juist verband met grootschalige hennepteelt. De last mag daarom ook zien op voorbereidingshandelingen voor softdrugs.

De Afdeling formuleert de last opnieuw: deze mag toekomstige handelshoeveelheden softdrugs en voorbereidingshandelingen voor grootschalige softdrugsteelt bestrijken, maar niet harddrugs. Het hoger beroep van de burgemeester is in zoverre gegrond.

Tweede drugsvondst rechtvaardigt sluiting ondanks vrijspraak van hoofdbewoner

Raad van State 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3679

In 2021 treft de politie in een huurwoning bijna 1 kilo cocaïne en 11.000 euro aan contant geld aan. De burgemeester sluit de woning niet, maar geeft een officiële waarschuwing voor drie jaar. Ook spreekt de woningcorporatie met de hoofdbewoner af dat haar broer, die met de drugs in verband werd gebracht, de woning niet meer mag betreden. Een jaar later vindt de politie in de slaapkamer van haar zoon opnieuw 3,35 gram cocaïne. De burgemeester van Veendam sluit de woning daarop voor drie maanden.

De bewoners betogen onder meer dat de doorzoeking onrechtmatig was, dat de hoofdbewoner strafrechtelijk is vrijgesproken en dat de burgemeester daarom niet van haar betrokkenheid mocht uitgaan. Verder stellen zij dat de cocaïne voor eigen gebruik was of mogelijk een restant was van de eerdere drugsvondst. Volgens hen was sluiting daarnaast niet noodzakelijk, omdat geen handel of aanloop door de politie was waargenomen. Ook wijzen zij op het verlies van hun huurwoning en hun psychische en persoonlijke omstandigheden.

De Afdeling oordeelt dat de burgemeester bevoegd was om op te treden. De 3,35 gram cocaïne overschrijdt de gebruikershoeveelheid van 0,5 gram bijna zevenmaal. De verklaringen over eigen gebruik en over een restant van de eerdere vondst zijn bovendien niet consistent. Dat de hoofdbewoner strafrechtelijk is vrijgesproken, staat sluiting niet in de weg.

De sluiting was ook noodzakelijk. Over een langere periode waren meerdere meldingen gedaan over drugshandel vanuit en rond de woning, aan- en afrijdend verkeer, personen met sporttassen en kopers die bij omwonenden naar drugs vroegen. De burgemeester mocht daaruit afleiden dat de woning als drugspand bekendstond.

Bovendien was na de eerdere drugsvondst, waarschuwing en gedragsaanwijzing opnieuw cocaïne aangetroffen. De burgemeester hoefde daarom niet nogmaals met een waarschuwing te volstaan.

De gevolgen voor de bewoners maken de sluiting niet onevenwichtig. Ondanks haar strafrechtelijke vrijspraak kon van de hoofdbewoner, juist vanwege de eerdere waarschuwing, extra toezicht op de woning worden verwacht. De aangevoerde psychische klachten, werk en studie maken bovendien niet aannemelijk dat de bewoners specifiek aan deze woning gebonden waren. Dat zij de huurwoning door de sluiting zijn kwijtgeraakt, leidt daarom niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep is ongegrond.

Burgemeester moet bij herzieningsverzoek beoordelen of oorspronkelijke sluiting onmiskenbaar onjuist was

Raad van State 17 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3492

De burgemeester van Roermond heeft in 2019 een huurwoning voor een maand gesloten nadat daarin voorwerpen waren aangetroffen die duidden op de voorbereiding van een hennepkwekerij. De bewoner maakte geen bezwaar, waardoor het besluit onherroepelijk werd. Na de sluiting mocht hij van zijn verhuurder niet terugkeren naar de woning.

In 2021 vraagt hij de burgemeester het sluitingsbesluit te herzien. De bewoner wijst onder meer op het latere sepot door het OM en op de zeer ingrijpende gevolgen van de sluiting. Hij is dakloos geworden, zijn huurovereenkomst is ontbonden, zijn omgangsregeling met zijn zoon is geraakt en hij stelt PTSS te hebben ontwikkeld. De Afdeling had de burgemeester eerder al opgedragen deze gevolgen nader te onderzoeken.

De Afdeling oordeelt dat het sepot en de aangevoerde persoonlijke omstandigheden geen nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb opleveren. Daarmee is de zaak echter niet afgedaan. Ook zonder nieuwe feiten kan de weigering om een besluit te herzien in uitzonderlijke gevallen onredelijk zijn. Daarbij kan van belang zijn dat het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist was.

De burgemeester heeft niet beoordeeld of de oorspronkelijke woningsluiting onmiskenbaar onjuist was en of de weigering om daarop terug te komen daarom onredelijk is. Dat is een motiveringsgebrek. De Afdeling geeft de burgemeester zes weken om dit alsnog te beoordelen en te motiveren.

Onrechtmatige hervatting bedrijfssluiting leidt tot 5.811 euro schadevergoeding

Raad van State 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3336

In een verhuurd bedrijfspand waarin een kringloopwinkel wordt geëxploiteerd, treffen gemeentelijke toezichthouders een in werking zijnde hennepkwekerij met meer dan 1300 planten aan. De burgemeester van Velsen sluit het pand voor zes maanden. Na zeven weken wordt de sluiting geschorst. De burgemeester besluit later de resterende sluitingsduur alsnog ten uitvoer te leggen.

De rechtbank had al geoordeeld dat deze hervatting van de sluiting onrechtmatig was, omdat de burgemeester onvoldoende had onderbouwd dat de openbare orde op dat moment nog in het geding was. In hoger beroep staat alleen nog de schadevergoeding centraal.

De eigenaar stelt dat hij het pand door de hervatte sluiting niet tijdig aan een koper kon leveren en daardoor extra hypotheek-, energie-, verzekerings- en belastingkosten heeft gemaakt. De Afdeling oordeelt dat voldoende causaal verband bestaat tussen het onrechtmatige besluit en de schade. De koper wilde niet meewerken aan levering zolang het pand gesloten was. Als gevolg van de onrechtmatige hervatting kon de eigenaar de overdracht daardoor niet eerder in gang zetten. De burgemeester moet de schade vergoeden. De Afdeling stelt deze vast op 5.811,12 euro.

Sluiting schuur vanwege tijdsverloop niet meer geschikt ondanks professionele hennepkwekerij

Raad van State 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3368

De politie treft in een schuur een in werking zijnde hennepkwekerij met 500 planten en verschillende kweekmaterialen aan. Er zijn bovendien aanwijzingen voor één of meerdere eerdere oogsten. De burgemeester van Landgraaf besluit de schuur voor zes maanden te sluiten.

De eigenaar betoogt onder meer dat door het tijdsverloop geen noodzaak meer bestaat om de schuur te sluiten. De hennepkwekerij is al ontmanteld en de feitelijke sluiting vindt pas acht maanden na de ontdekking plaats. Volgens hem resteert feitelijk alleen nog de signaalfunctie van de sluiting.

De Afdeling maakt onderscheid tussen het besluit op bezwaar en het latere besluit waarbij de ingangsdatum van de sluiting is vastgesteld. Ten tijde van het besluit op bezwaar was sluiting nog noodzakelijk: de grote kwekerij, eerdere oogsten en professionele inrichting maakten aannemelijk dat de schuur een professionele teeltlocatie en daarmee een schakel in de drugsketen was. Dat ligt anders bij de feitelijke sluiting acht maanden na de ontdekking. De burgemeester had opnieuw moeten beoordelen of sluiting op dat moment nog geschikt en noodzakelijk was. Het enkel afgeven van een afschrikwekkend signaal is onvoldoende. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de schuur in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk ligt. De sluiting was na acht maanden daarom niet meer geschikt. Het latere besluit wordt vernietigd.

Afzien van sluiting wegens tijdsverloop betekent niet dat oorspronkelijk besluit onrechtmatig was

Raad van State 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3369

De politie treft in een huurwoning 1991 gram methamfetamine, vier jerrycans met amfetamine-olie, een wapen en munitie aan. In de woning zijn zeven personen aanwezig met antecedenten op het gebied van drugs en wapens. De burgemeester van Rotterdam besluit de woning voor drie maanden te sluiten. De burgemeester voert de sluiting uiteindelijk niet uit vanwege het inmiddels verstreken tijdsverloop. De bewoonster betoogt daarom dat de burgemeester bij de beslissing op bezwaar feitelijk heeft erkend dat sluiting niet meer geschikt was en het oorspronkelijke sluitingsbesluit dus had moeten herroepen.

De Afdeling volgt haar daarin niet. Bij iedere fase van de besluitvorming moet worden beoordeeld of sluiting op dat moment nog geschikt en noodzakelijk is. Uit het afzien van de feitelijke sluiting leidt de Afdeling af dat de burgemeester bij de beslissing op bezwaar terecht heeft geconcludeerd dat sluiting door het tijdsverloop inmiddels niet meer geschikt was. Dat betekent echter niet dat de sluiting ook al ten tijde van het oorspronkelijke besluit ongeschikt was. Het latere tijdsverloop maakt het eerdere besluit dus niet met terugwerkende kracht onrechtmatig en de burgemeester hoefde dit besluit niet te herroepen. Het hoger beroep is ongegrond.

Na ruim een jaar moet burgemeester noodzaak van resterende sluiting opnieuw beoordelen

Raad van State 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3160

De politie treft in een huurwoning 23,8 gram hennep, 27,75 gram amfetamine, negen XTC-pillen, lege gripzakjes, een weegschaal en vier BB-guns aan. De burgemeester van Bergen besluit de woning voor zes maanden te sluiten. Door voorlopige voorzieningen is de woning uiteindelijk slechts ongeveer twee weken feitelijk gesloten.

De bewoonster betoogt dat de drugs van haar voormalige partner waren, dat geen sprake was van handel of aanloop en dat met een waarschuwing had kunnen worden volstaan. Daarnaast wijst zij op de gevolgen voor haar en haar twee kinderen, waaronder ontbinding van de huurovereenkomst en plaatsing op een zwarte lijst waardoor zij vijf jaar niet bij de woningcorporatie als woningzoekende kan worden ingeschreven.

De Afdeling onderschrijft het oordeel dat het oorspronkelijke sluitingsbesluit noodzakelijk en evenwichtig was. De burgemeester kan de resterende sluitingsduur echter niet zonder meer alsnog uitvoeren. Als meer dan een jaar is verstreken sinds de voorgenomen sluiting, moet opnieuw worden beoordeeld of sluiting op dat moment nog geschikt en noodzakelijk is. Daarbij is niet relevant aan wie het tijdsverloop te wijten is, dus ook niet dat de sluiting door voorlopige voorzieningen is onderbroken. Ook de huurrechtelijke gevolgen moeten bij de evenwichtigheid worden betrokken. De plaatsing op een zwarte lijst maakt het voor de bewoonster moeilijker om opnieuw een sociale huurwoning in de regio te vinden.

Brandgevaar en herhaalde hennepvondsten maken woningsluiting noodzakelijk

Raad van State 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3187

De politie treft in de aanbouw van een koopwoning een hennepkwekerij met 58 hennepplanten en/of -stekken aan. De burgemeester van Waadhoeke sluit de gehele woning voor drie maanden. Een eerder besluit hield bij de Afdeling geen stand, omdat de burgemeester de noodzaak van sluiting en met name het gestelde brandgevaar onvoldoende had onderbouwd. In een nieuw besluit legt de burgemeester onder meer een aanvullende rapportage van de netbeheerder aan de sluiting ten grondslag.

De appellant betoogt dat het brandgevaar nog steeds onvoldoende is onderbouwd, dat een oude veroordeling voor hennepteelt niet mag worden meegewogen en dat alleen de aanbouw had mogen worden gesloten.

De Afdeling oordeelt dat de gehele woning mocht worden gesloten. De aanbouw en woning zijn met elkaar verbonden en de hennepkwekerij werd van elektriciteit voorzien vanuit de meterkast in de woning. Verder heeft de burgemeester de noodzaak van de sluiting nu wel voldoende onderbouwd. Er waren aanwijzingen voor eerdere oogsten, na de eerdere sluiting zijn opnieuw hennep en aanwijzingen voor een kwekerij aangetroffen en uit de aanvullende rapportage blijkt concreet van oververhitting, losse bedrading en brandgevaar. Gelet op deze omstandigheden en de antecedenten van de bewoner mocht de burgemeester aannemen dat de woning een rol vervulde in de drugsketen en dat niet met een minder ingrijpend middel kon worden volstaan.

Professionele stekkenkwekerij rechtvaardigt directe sluiting zonder waarschuwing

Raad van State 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3017

De politie treft in een huurwoning een professioneel ingerichte hennepkwekerij aan met 326 moederplanten en 4788 hennepstekken, verdeeld over meerdere kweekruimtes. Ook wordt illegaal elektriciteit afgetapt. De burgemeester van Alblasserdam sluit de woning voor drie maanden.

De appellant betoogt dat er geen sprake is van een ernstig geval en dat de burgemeester volgens zijn beleid daarom eerst een waarschuwing had moeten geven. Ook stelt hij dat zijn persoonlijke belangen onvoldoende zijn meegewogen.

De Afdeling oordeelt dat de burgemeester direct mocht sluiten. Gelet op het grote aantal moederplanten en stekken en de professionele opzet mocht worden aangenomen dat de woning een productielocatie was voor hennepkwekerijen elders en daarmee onderdeel vormde van de georganiseerde handel in softdrugs. Daarmee is sprake van een ernstig geval en mocht de burgemeester overeenkomstig zijn beleid afzien van een waarschuwing. De sluiting is ook evenwichtig. De appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet van de omvangrijke kwekerij wist. Zijn verklaringen daarover waren bovendien niet consistent. Het hoger beroep is ongegrond.

Gehele perceel mag worden gesloten vanwege functionele samenhang met drugslab

Raad van State 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3026

In een loods op een woonperceel treft de politie een volledig ingerichte cocaïnewasserij/drugsproductielocatie aan. In de loods zijn grote hoeveelheden vaten, tonnen, jerrycans en emmers met vloeistoffen en materialen aangetroffen waaruit door het NFI een hoeveelheid harddrugs is uitgewassen. Het is aannemelijk dat de grens van 0,5 gram is overschreden. In de woning worden eveneens goederen aangetroffen die met de drugsproductie in verband kunnen worden gebracht. De burgemeester van Tholen sluit het volledige perceel, inclusief woning, loods en schapenweide, voor zes maanden.

De bewoners betogen dat de burgemeester alleen de loods had mogen sluiten. Volgens hen bestaat onvoldoende functionele samenhang tussen de loods, de woning en de schapenweide. Ook bestrijden zij de aanwezigheid van een voldoende hoeveelheid harddrugs en stellen zij dat sluiting van het gehele perceel niet noodzakelijk en onevenredig is.

De Afdeling oordeelt dat de burgemeester bevoegd was om het gehele perceel te sluiten. De loods werd via de woning van elektriciteit voorzien en vanuit de woning kon toezicht worden gehouden op de loods. De loods en woning vormden daarmee een functioneel geheel. Ook de schapenweide was functioneel verbonden met de loods vanwege een ongebruikelijke afvoer vanuit de loods naar die weide. Daarnaast mocht de burgemeester aannemen dat meer dan 0,5 gram harddrugs aanwezig was en dat de situatie op het gehele perceel ernstig genoeg was om een sluiting van zes maanden noodzakelijk en evenwichtig te achten. Het hoger beroep is ongegrond.

Sluiting tuincentrum gerechtvaardigd bij voorbereidingshandelingen voor grootschalige hennepteelt

Raad van State 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2920

Bij een controle van een tuincentrum treft de politie een grote hoeveelheid goederen aan die in combinatie geschikt zijn voor het op professionele en grootschalige wijze telen van hennep. Het gaat onder andere om materialen voor licht- en luchtdichte ruimtes, kweekbodems en meet- en regelapparatuur. De burgemeester van Den Haag sluit het bedrijfspand voor zes maanden.

De appellant betoogt dat de burgemeester niet bevoegd was, omdat de goederen ook voor gewone tuinbouw, hobbykweek of doe-het-zelfdoeleinden kunnen worden gebruikt. Daarnaast voert hij aan dat de sluiting onevenredige financiële gevolgen heeft gehad: zijn huur is opgezegd en zijn bedrijf is permanent gesloten.

De Afdeling oordeelt dat de burgemeester bevoegd was. Voorbereidingshandelingen vallen ook onder artikel 13b Opiumwet wanneer ernstige reden bestaat om te vermoeden dat de voorwerpen voor grootschalige hennepteelt zijn bestemd. De aard, hoeveelheid en combinatie van de aangetroffen goederen wijzen daarop. Daarbij mocht ook worden betrokken dat sommige bezoekers via de achterdeur kwamen en hun aankopen in vuilniszakken vervoerden. Dat een deel van de goederen op zichzelf ook legaal kan worden gebruikt, maakt dit niet anders.

Sluiting blijft gerechtvaardigd na explosie bij woning ondanks tijdsverloop en belangen kinderen

Raad van State 13 mei 2026 (Vz.), ECLI:NL:RVS:2026:2697

De politie treft in een woning 149,7 gram cocaïne, een beperkte hoeveelheid hennep, 3.660 euro aan contant geld, een mixer met wit residu, een revolver en een wapenstok aan. In de woning wonen ook de 17-jarige zoon en 18-jarige dochter van de bewoner. De burgemeester van Nissewaard besluit de woning aanvankelijk voor drie maanden te sluiten, maar matigt de duur vanwege tijdsverloop tot zes weken, waarvan nog drie weken resteren.

De bewoner vraagt om schorsing van de resterende sluiting. Hij wijst op de belangen van zijn kinderen, de psychische problemen van zijn dochter, zijn slechte financiële situatie en het risico dat de woningcorporatie de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbindt.

De voorzieningenrechter laat de sluiting toch doorgaan. De grote hoeveelheid harddrugs, het vuurwapen, de wapenstok en het contante geld wijzen erop dat de woning een schakel vormt in de keten van drugshandel. Van doorslaggevend belang is bovendien dat kort voor de uitspraak een explosie bij de woning heeft plaatsgevonden. Daardoor bestaan ook na het tijdsverloop nog concrete aanwijzingen dat de woning met het drugscircuit verbonden is en kan sluiting voor de resterende drie weken nog bijdragen aan het onttrekken van de woning aan die keten. De belangen van de bewoner en zijn kinderen zijn zwaarwegend, maar wegen niet op tegen het belang van herstel van de openbare orde en bescherming van het woon- en leefklimaat.

Voorbereidingshandelingen voldoende voor sluiting bedrijfspand zonder aangetroffen drugs

Raad van State 6 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2599

In een bedrijfspand treft de politie geen drugs of actieve hennepkwekerij aan, maar wel grote hoeveelheden hennepgerelateerde materialen. Volgens de burgemeester kan daarmee een kwekerij van ongeveer 220 planten worden ingericht. Een onderhuurder verklaart dat hij de spullen heeft aangeschaft met het idee een hennepkwekerij te beginnen. De burgemeester van Laarbeek sluit het pand voor zes maanden.

De appellanten betogen dat de burgemeester niet bevoegd was, omdat geen drugs of in werking zijnde hennepkwekerij zijn aangetroffen en de materialen legaal verkrijgbaar zijn. Daarnaast bestrijden zij dat er sprake is van recidive en stellen zij dat een sluiting van zes maanden disproportioneel is.

De Afdeling oordeelt dat ook voorbereidingshandelingen onder artikel 13b Opiumwet kunnen vallen wanneer ernstige redenen bestaat om te vermoeden dat de voorwerpen zijn bestemd voor grootschalige hennepteelt. De combinatie van aangetroffen goederen waren geschikt voor een grootschalige kwekerij. Dat de huurder stelt niet van de spullen te hebben geweten, doet aan de bevoegdheid niet af. Ook de duur van de sluiting is noodzakelijk en evenwichtig. Daarbij mocht de burgemeester de eerdere drugsovertreding in het bedrijfsverzamelgebouw, de ligging aan een doodlopende weg en de drugsproblematiek in het gebied betrekken.

Sluiting na elf maanden niet meer geschikt ondanks zeer grote drugsvondst

Raad van State 29 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2414

De politie treft verspreid door een huurwoning onder meer zeven kilo cocaïne, 14 kilo MDMA, 125 XTC-pillen, vijf blokken hasj, een sealapparaat en 3.855 euro aan contant geld aan. De burgemeester van Breda sluit de woning voor drie maanden. De sluiting wordt pas ongeveer elf maanden na de vondst daadwerkelijk uitgevoerd.

De rechtbank oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom sluiting na dit aanzienlijke tijdsverloop nog noodzakelijk en evenwichtig was. Daarbij speelde ook mee dat de bewoner verminderd verwijtbaar was. De burgemeester gaat daartegen in hoger beroep en wijst met name op de zeer grote hoeveelheid drugs en de handelsattributen.

De Afdeling oordeelt dat de sluiting na elf maanden niet meer geschikt en noodzakelijk is. In de tussenliggende periode is niets relevants gebeurd. Daarom mocht worden aangenomen dat de situatie inmiddels was hersteld en de negatieve effecten van de overtreding en de rol van de woning in het drugscircuit waren verdwenen. Ook was geen sprake van recidive. De zeer grote hoeveelheid drugs maakt dit niet anders.

Sluiting gerechtvaardigd ondanks kwetsbaarheid bewoner

Raad van State 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2256

De politie treft in een woning 1596 gram hennep en hasj en een vuurwapen aan. Daarnaast zijn meldingen gedaan over drugshandel en heeft een persoon verklaard drugs in de woning te hebben gekocht. De burgemeester van Maastricht sluit de woning voor drie maanden. De politie heeft de aangetroffen hennep en hash niet getest, maar heeft vastgesteld dat deze qua uiterlijke kenmerken en geur volledig overeenkomen met de kenmerken van hennep en hash. Daarbij mag worden uitgegaan van de beroepsmatige ervaring van politie met hennep en hash.

De appellant betoogt dat de burgemeester niet bevoegd was, omdat de aangetroffen middelen niet zijn getest. Daarnaast betwist hij de noodzaak van de sluiting en voert hij aan dat deze onevenredig is vanwege zijn leeftijd van 73 jaar en zijn lichamelijke en psychische gezondheidsproblemen. Zijn woning is vanwege lichamelijke beperkingen aangepast en hij stelt psychisch kwetsbaar te zijn.

De Afdeling volgt de appellant niet en sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat de burgemeester bevoegd is en dat de sluiting noodzakelijk en evenwichtig is. De burgemeester heeft de psychische gevolgen van de sluiting voldoende onderzocht. Daarbij is overleg gevoerd met verschillende betrokken professionals. De appellant heeft niet onderbouwd dat hij vanwege zijn situatie niet in staat was hulp te zoeken of vervangende woonruimte te vinden. Ook heeft de burgemeester hem hulp aangeboden bij het vinden van vervangende woonruimte, maar deze heeft appellant aanvankelijk geweigerd. Op de zitting blijkt dat appellant na de sluiting van de woning hulp heeft geaccepteerd en dat dit ertoe heeft geleid dat hij momenteel onderdak heeft.

Sluiting na zes maanden niet meer geschikt ondanks grote hoeveelheid harddrugs

Raad van State 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2281

De politie treft in een bij een woning behorende schuur 36 kilo amfetamine, 1531 XTC-pillen, twee kilo cocaïne en ruim 2,3 kilo ketamine aan, samen met een vacuümapparaat en vacuümzakken. De burgemeester van Breda besluit de woning voor een maand te sluiten. De bewoners betogen onder meer dat de burgemeester niet bevoegd is, omdat zij niet verantwoordelijk waren voor de aangetroffen drugs, maar de zoon. Daarnaast voeren zij aan dat de sluiting vanwege het tijdsverloop niet meer geschikt is.

De Afdeling oordeelt dat de burgemeester bevoegd is. De enorme hoeveelheid harddrugs in de bij de woning behorende schuur was evident bestemd voor de handel. Voor de bevoegdheid is niet relevant wie de overtreding heeft gepleegd of daarvoor verantwoordelijk is. De Afdeling verklaart het hoger beroep desondanks gegrond, omdat de sluiting niet meer geschikt is. Tussen het aantreffen van de drugs en de feitelijke sluiting zit bijna zes maanden. De overtreding is beëindigd door de inbeslagname van de drugs, de zoon die bij de drugs betrokken was woonde niet meer in de woning en er waren geen concrete aanwijzingen dat de woning structureel als handels- of opslaglocatie werd gebruikt. De ernst van de overtreding op zichzelf is niet doorslaggevend en alleen het afgeven van een signaal is onvoldoende; een herstelsanctie is niet bedoeld om als afschrikking te dienen.

Sluiting woning met minderjarige kinderen gerechtvaardigd

Raad van State 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2284

Na observaties en verklaringen van kopers treft de politie in een woning onder meer 10,9 gram cocaïne, 4,8 gram amfetamine, 6 gram hennep/hasj, versnijdingsmiddel, contant geld, gripzakjes, ponypacks, een weegschaal en wapens aan. Meerdere personen verklaren drugs van de bewoners te hebben gekocht, sommigen al gedurende meerdere jaren. De burgemeester van Nissewaard sluit de woning voor drie maanden. In de woning wonen ook twee minderjarige kinderen.

Appellanten betogen dat de drugs voor eigen gebruik en voor doorverkoop aan vrienden waren en dat de strafrechtelijke maatregelen de noodzaak van sluiting hebben weggenomen. Daarnaast stellen zij dat een van hen geen verwijt treft en dat onvoldoende rekening is gehouden met de minderjarige kinderen en de huurrechtelijke gevolgen.

De Afdeling oordeelt dat de sluiting noodzakelijk en evenwichtig is. Vaststaat dat vanuit de woning in cocaïne werd gehandeld en sprake is van een ernstig geval. De burgemeester heeft voldoende rekening gehouden met de gevolgen voor de bewoners en hun minderjarige kinderen. Er is actief hulp en opvang aangeboden en contact gezocht met verschillende zorginstanties. De nadelige gevolgen voor het gezin, waaronder de huurrechtelijke gevolgen, maken de sluiting niet onevenredig.

2,7 kilo henneptoppen voor CBD-olie tegen pijnklachten geldt niet als eigen gebruik

Raad van State 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2286

In een bedrijfspand treft de politie een hennepdrogerij en 2,7 kilo henneptoppen aan (nettogewicht). De huurder stelt dat hij een THC-arme hennepsoort gebruikt om CBD-olie te maken voor eigen gebruik vanwege pijnklachten. De burgemeester van Best sluit het bedrijfspand voor zes maanden.

De appellant betoogt dat de burgemeester niet bevoegd was. De hennep is volgens hem afkomstig van maximaal vijf planten en uitsluitend bedoeld voor de productie van CBD-olie voor eigen gebruik. Volgens hem is de gebruikte hennepsoort bovendien THC-arm en goedgekeurd door Europese Commissie vanwege het lage THC-percentage van 0,2%.

De Afdeling oordeelt dat de burgemeester bevoegd was. Vaststaat dat 2,7 kilo henneptoppen is aangetroffen en dat daarvan na droging ten minste 350 gram resteert. Dat is geen geringe overschrijding van de gebruikershoeveelheid. Het aantal planten maakt dit niet anders. Ook uit het ontbreken van handelsattributen kan bij een dergelijke hoeveelheid niet worden afgeleid dat sprake is van eigen gebruik. De Opiumwet maakt bovendien geen onderscheid naar de verhouding tussen THC en CBD. Het hoger beroep is ongegrond.

Professionele hennepkwekerij rechtvaardigt directe sluiting zonder waarschuwing

Raad van State 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2306

In een pand met een woon- en bedrijfsbestemming treft de politie een professioneel ingerichte hennepkwekerij aan. De hennepkwekerij is verdeeld over negen kweekruimtes, met 80 moederplanten en 47 stekken. Ook zijn aanwijzingen voor een eerdere oogst gevonden en is illegaal stroom afgetapt. De burgemeester van Hengelo sluit het gehele pand voor drie maanden.

De appellant betoogt dat bij een eerste overtreding had moeten worden volstaan met een waarschuwing. Volgens hem maken alleen de 80 planten en 47 stekken de situatie nog niet zodanig ernstig dat directe sluiting gerechtvaardigd is.

De Afdeling volgt dit niet. Het gaat niet alleen om het aantal planten en stekken, maar ook om een professioneel ingerichte kwekerij, illegale stroomafname, aanwijzingen voor een eerdere oogst en overlastmeldingen. De burgemeester mocht daarom aannemen dat er sprake was van een ernstig geval en hoefde niet met een waarschuwing te volstaan. Een sluiting van drie maanden is noodzakelijk en evenwichtig.

Sluiting voor twaalf maanden te lang bij eerste overtreding

Raad van State 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2067

De politie treft in een woning 17,3 gram cocaïne, 233 gram hennep en 2,46 gram MDMA aan. Ook worden een weegschaal, gripzakjes en lege coke-sealtjes aangetroffen. De burgemeester van Heerlen sluit de woning overeenkomstig het Damoclesbeleid voor twaalf maanden.

De appellant betoogt dat een sluiting van twaalf maanden te lang is. Volgens hem is er geen sprake van handel vanuit de woning, overlast of aanloop. Volgens hem rechtvaardigen de aangetroffen omstandigheden geen sluiting van deze duur.

De Afdeling oordeelt dat de burgemeester met het enkele toepassen van het Damoclesbeleid onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een sluiting van twaalf maanden noodzakelijk is. Het Damoclesbeleid schrijft bij iedere eerste constatering van harddrugs een sluiting van twaalf maanden voor, zonder onderscheid te maken naar de hoeveelheid drugs, de aanwezigheid van andere verzwarende omstandigheden, zoals wapens, of de wijk waarin de woning is gelegen. Aan de omstandigheden van dit geval kan niet een dermate groot gewicht worden toegekend, dat dit een sluiting van twaalf maanden bij een eerste overtreding rechtvaardigt. Er is geen aanloop waargenomen en er zijn geen wapens of grote hoeveelheden contant geld aangetroffen. De woning vervulde wel een rol binnen de keten van drugshandel, maar was geen professionele productielocatie.

De Afdeling oordeelt dat sluiting van de woning voor twaalf maanden onevenredig is in verhouding tot de met het sluitingsbesluit te dienen doelen. De burgemeester had de woning maximaal zes maanden mogen sluiten. Het hoger beroep is gegrond.

Voorlopige voorziening afgewezen vanwege recidive hennepkwekerij

Raad van State 31 maart 2026 (Vz.), ECLI:NL:RVS:2026:1789

De politie treft in een woning een hennepkwekerij met 228 planten en professionele kweekapparatuur aan. Er zijn aanwijzingen voor eerdere oogsten en de stroomvoorziening is gemanipuleerd. In dezelfde woning is eerder een hennepkwekerij aangetroffen en de bewoner heeft ook voor een hennepkwekerij op zijn vorige woonadres een waarschuwing gekregen. De burgemeester van Heerlen besluit de woning voor zes maanden te sluiten.

De bewoner verzoekt om schorsing van de sluiting. Hij kampt met psychische problemen en staat sinds een psychose onder behandeling. Ook verkeert hij in een moeilijke financiële situatie, omdat zijn bijstandsuitkering is ingetrokken. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hoewel de persoonlijke omstandigheden zwaar wegen, wegen deze niet op tegen het belang van de burgemeester bij het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling. Daarbij is van belang dat de woning in een omgeving ligt met drugsproblematiek, er sprake is van een kans op herhaling en er eerder een hennepkwekerij in de woning is aangetroffen. Daarnaast weegt mee dat de bewoner geen bijzondere binding heeft met de woning en dat de burgemeester hulp heeft aangeboden bij het vinden van vervangende woonruimte.