Product toegevoegd aan winkelmand

Woninginbraak

Hoe doen ze het toch? Modus Operandi Woninginbraak

23 november 2009

Zo’n tachtig procent van de woninginbraken wordt gepleegd door de zogenoemde gelegenheidsinbreker. Deze inbreker is anno 2009 uit op gemak en snel succes. Dit blijkt uit het rapport 'Hoe doen ze het toch? Modus operandi (MO) van woninginbraken' van onderzoeksbureau DSP-groep, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Probleemstelling

De centrale onderzoeksvraag betreft het verwerven van actueel inzicht in de Modus Operandi (MO) van woninginbrekers.

Beschrijving

Voor het onderzoek werden verschillende bronnen geraadpleegd, zoals gegevens uit vijf politieregio’s, interviews met zestien gedetineerde inbrekers en met zes forensisch onderzoekers. Het onderzoek werd uitgevoerd in de periode van voorjaar 2008 tot en met najaar 2009.

Conclusies

Zo’n tachtig procent van de woninginbraken wordt gepleegd door de zogenoemde gelegenheidsinbreker. Deze inbreker is anno 2009 uit op gemak en snel succes. Hij breekt daarom in een bekende omgeving in en staakt zijn poging als hij niet binnen enkele minuten zijn doel bereikt. In buurten met weinig sociale cohesie is hij minder bang om gehoord te worden aangezien er door omwonenden nauwelijks actie wordt ondernomen. Oudere buurten met achterpaden en slechte verlichting hebben zijn voorkeur. Hij heeft geen voorkeur voor een bepaald type woning zolang de buit maar goed is en gemakkelijk bereikbaar.

Een soortgelijk onderzoek is twintig jaar geleden door hetzelfde bureau uitgevoerd. Daardoor is het mogelijk de uitkomsten van 2009 te vergelijken met die van 1989. Zo bleken veel meer woninginbrekers indertijd een voorkeur te hebben voor een bepaald type woning, met name een hoekwoning of vrijstaande woning. Ook leken de inbrekers toen wat meer op de duurdere wijken gericht te zijn. Nu is niet het soort woning maar de zichtbaarheid van de buit de reden om in te breken. Er blijken ook overeenkomsten in de modus operandi van woninginbrekers in 1989 en 2009. Zo was de hulp van een schroevendraaier bij het openen van deur of raam ook bij het vorige onderzoek de meest voorkomende werkwijze van de inbreker en is de inschatting of de woning makkelijk te kraken is nog steeds een belangrijk criterium.

Auteur

C. van den Handel, O. Nauta, P. van Soomeren, P. van Amersfoort

Organisatie

DSP groep, in opdracht van het ministerie van BZK

Bestanden