Product toegevoegd aan winkelmand
 

Woninginbraak

Dat moet een Oost-Europeaan geweest zijn

Een kwantitatieve analyse naar verbanden tussen inbraak- en daderkenmerken

In dit onderzoek stond de volgende vraag centraal: Welke typologieën van woninginbraken in de politieregio Hollands Midden in de periode 2003 tot 2008, kunnen we onderscheiden en hoe en in welke mate hangen diverse kenmerken van de hiervoor aangehouden verdachten met deze typologieën samen?

Beschrijving

De onderzoeker koppelt in zijn studie de daderprofielen aan bepaalde wijze van inbreken. Het blijkt dat van alle woninginbraken slecht 2 procent behoort tot de klip-en-klaar-zaken. Zaken waarbij meer opsporing noodzakelijk is, worden vaak niet opgelost omdat de sporen ontbreken of de aanwezige sporen tot niets leiden.

Een overzicht van enkele kenmerken geeft het volgende beeld voor het gebied Duin- en Bollenstreek in de periode 2003-2008:

  • Verhoudingsgewijs worden hoekwoningen meer getroffen dan tussenwoningen.
  • De kans om door buren gehoord te worden, ligt bij een hoekwoning 50 procent lager.
  • De achterzijde van de woning heeft de voorkeur: 53 procent, voorzijde 36 procent (de rest valt in de categorie ‘overig’).
  • Opvallend is dat 44 procent van de bewoners tijdens de inbraak thuis was.
  • Als MO is het wrikken van de sluitnaad favoriet met 30 procent. Hierbij wordt in 30 procent van de gevallen een breekvoorwerp gebruikt.
  • In het databestand bevinden zich 490 unieke gevallen van verdachten waarvan 85 procent man is.
  • Deze 490 verdachten waren verantwoordelijk voor 334 inbraken. Waarschijnlijk hebben deze verdachten meer inbraken op hun geweten; deze liggen nog op de plank omdat wettig en overtuigend bewijs nog ontbreekt.
  • De meeste verdachten (73 procent) hebben de Nederlandse nationaliteit, wat niet wil zeggen dat deze mensen ook in Nederland geboren zijn.
  • De gemiddelde leeftijd is 24 jaar.
  • Meer dan eenderde van de verdachten woont in de plaats waar hij of zij heeft ingebroken.

Cluster 1: Hengelen cluster
Vrouw, geboren in West-Europa, ouder dan 20 jaar, pleegt delict in eigen woonplaats

Cluster 2: Breken of insluipen cluster
16 tot 20 jaar oud, dader woont vooral in Noord- of Midden Nederland

Cluster 3: Dure woningen, deur en raam, bewoners thuis, inslaan, terugduwen nachtschoot of wrikken sluitnaad cluster
Man, jonger dan 21 jaar, zonder vaste woonplaats

Cluster 4: Middag, goedkope woning, bewoners thuis, afleiden, cilinder, insluipen of terugduwen nachtschoot cilinder cluster
Geboren in West Europa, jonger dan 16 jaar, woont in Zuid-Holland

Cluster 5: Vrije woningen, bewoners afwezig, boren cluster
Geboren in Oost-Europa, ouder dan 20 jaar, pleegt delict niet in eigen woonplaats, dader woont in Noord- of Midden Nederland of heeft geen vaste verblijfsplaats.

Conclusies

Enkele aanbevelingen naar aanleiding van dit onderzoek

  • Politiemedewerkers in blauw wordt aangeraden de inbraak nauwkeuriger te registreren
  • Verdachten niet alleen bij opgeloste zaken in voeren (dader heeft bekend of bewijsvoering is rond en dossier is verzonden aan OM), maar ook bij opgehelderde zaken (politie en justitie heeft een groot vermoeden met betrekking tot de verdachte, maar om technische redenen wordt de zaak verder niet opgepakt).
  • Meer informatie over bijvoorbeeld etniciteit van de verdachte registreren om meer kennis van daderprofielen te ontwikkelen.
  • Statistische (analyse) programma's als SPSS beter inzetten binnen de politie.

Auteur

David van der Plicht (verrichte dit onderzoek voor zijn Masterstudie Criminologie)

Bestanden

Dat móet een Oost-Europeaan geweest zijn, een kwantitatieve analyse naar verbanden tussen inbraak- en daderkenmerken