Product toegevoegd aan winkelmand
 
Terug naar nieuwsoverzicht

Robby Roks op Secondant: ‘Deze generatie laat een spoor na op het internet’

Het aantal steekincidenten met messen onder jongeren is sterk gestegen de laatste jaren. De gewelddadige drillrap zou daar mee te maken hebben. Onderzoeker Robby Roks waarschuwt in Secondant voor overhaaste conclusies. Ondertussen dwepen jongeren online met grote messen. “Die content verdwijnt niet en zal hen blijven achtervolgen.”

Drillrap ontstond in 2010 als jongste telg van de gangsterrap en werd op de kaart gezet door Chief Keef uit Chicago. Overal waar deze muziekstijl landde, kreeg het zijn eigen lokale sausje. Rond 2018 bereikte drillrap het Nederlandse publiek. Het genre drill wordt gezien als enorm gewelddadig, in de teksten komt veel grof geweld voor.

Verdubbeling steekincidenten

Tussen 2017 en 2019 werd Nederland geconfronteerd met een ruime verdubbeling van het aantal steekincidenten onder jongeren tussen de 18 en 22 jaar. Vaak wordt deze explosieve stijging van messengeweld gekoppeld aan drillrap, dat in dezelfde jaren simultaan opkwam in Nederland. “Drill is een nieuw subgenre binnen hiphop”, legt criminoloog Robby Roks uit die onderzoek doet naar jeugdbendes, messengeweld en liquidaties.

Verband messengeweld in drill

De opkomst van drill en de toename van steekincidenten onder jongeren lijken zich logisch tot elkaar te verhouden, maar Roks waarschuwt voor al te vlugge conclusies. Om te beginnen is het lastig dat steekincidenten in de politieregistraties voor de periode 2017-2019 niet als zodanig werden benoemd. En verder is messengeweld op zich ook niets nieuws. “Het vormt een golfbeweging.”

Drillrap-subcultuur

Er is nog veel meer onbekend rondom de drillrap-subcultuur. Welke jongeren dragen er nu precies een mes bij zich? Wat is daar de aantrekkingskracht van? Veel professionals nemen aan dat als een jongere eenmaal een zwaar delict heeft gepleegd, dat daarmee de drempel tot nog heftiger vervolgdelicten is verlaagd.

Lees het hele artikel op Secondant

© Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid