Gebiedsverbod opgelegd door de officier van justitie
Een gebiedsverbod houdt in dat de officier van justitie de verdachte kan verbieden in een bepaald gebied te komen. Het gebiedsverbod kan betrekking hebben op een bepaald pand, straat, wijk of buurt. Overtreding van een gebiedsverbod is strafbaar.
Het opleggen van een gebiedsverbod door een officier van justitie kan alleen bij verdenking van een strafbaar feit. Het opleggen van een gebiedsverbod heet een gedragsaanwijzing. Een gedragsaanwijzing is mogelijk op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering.
Doel
Het doel van een gebiedsverbod is om de openbare orde te beschermen en nieuwe strafbare feiten te voorkomen zolang een strafzaak nog loopt. Het is een voorlopige maatregel die vooral wordt ingezet wanneer er onmiddellijk ingrijpen vereist is.
Werkwijze
De voorwaarden voor een gebiedsverbod dat door de officier van justitie wordt opgelegd, zijn:
- Een ernstige verstoring van de openbare orde met grote vrees voor herhaling,
- Belastend gedrag van de verdachte tegen personen, of
- Gedrag van de verdachte dat herhaaldelijk gevaar voor goederen oplevert.
Een gebiedsverbod kan alleen worden ingezet bij zwaarwegende gevallen. Daar is sprake van als de verdachte zich ernstig belastend gedraagt tegenover een bepaalde persoon of personen (artikel 509hh lid 1 sub Sv). Denk hierbij aan strafbare feiten zoals bedreiging of mishandeling.
Procedure
Als de officier van justitie een gebiedsverbod oplegt, wordt de verdachte hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. De brief vermeldt de datum van ingang en de periode waarin het gebiedsverbod geldt. Ook de reden(en) en het doel van de aanwijzing worden vermeld.
De maximum duur van een gebiedsverbod is 90 dagen. Verlenging kan maximaal drie keer plaatsvinden met telkens maximaal 90 dagen. Verlenging is niet mogelijk als tegen de verdachte geen vervolging is ingesteld. De rechter kan het gebiedsverbod ook wijzigen of opheffen.
Het gebiedsverbod geldt totdat de rechter tegen de verdachte een onherroepelijk vonnis heeft uitgesproken. Hierna vervalt de gedragsaanwijzing.
Artikel 509hh Sv versus artikel 172a Gemeentewet
De bevoegdheid van de officier van justitie om een gebiedsverbod op te leggen, lijkt op de bevoegdheid van de burgemeester. De burgemeester kan op grond van art. 172a Gemeentewet een gebiedsverbod opleggen bij een verstoring van de openbare orde.
Het is niet mogelijk dat zij tegelijkertijd een gebiedsverbod opleggen voor hetzelfde gebied. Daarom bepaalt artikel 172a lid 5 Gemeentewet dat de burgemeester geen gebiedsverbod voor hetzelfde gebied mag opleggen, als de officier van justitie dat al heeft gedaan. Om die reden moet er overleg zijn tussen gemeente en het OM.
Juridische factsheet
Een gebiedsverbod van een officier van justitie is een strafrechtelijke maatregel, vóór de uiteindelijke zitting en vóór de uitspraak van een rechter. Overtreding van een gebiedsverbod is een strafbaar feit. Op het schenden van een gebiedsverbod staat maximaal één jaar gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie.
Grondslag
Artikel 509hh in het Wetboek van Strafvordering
Wettekst
De wettelijke basis voor een gebiedsverbod staat in artikel 509hh in het Wetboek van Strafvordering. In het tweede lid staat:
- De gedragsaanwijzing kan inhouden dat de verdachte wordt bevolen:
- zich niet op te houden in een bepaald gebied.
Referentie wetten.nl
Bekijk de wettekst op wetten.overheid.nl
Recht
Strafrecht
Route
Officier van Justitie
Doel
- Stoppen
Gericht op
- Dader
- Repressief middel