Product toegevoegd aan winkelmand
 
Terug naar blogoverzicht

Samen doordringen tot de kern van het probleem bij woningvervuiling

Een enorm vervuilde keuken met aangekoekte borden, verrot voedsel en metershoog afval, een woonkamer waar geen plek meer is om te zitten, een vloer bedekt met urine en uitwerpselen van huisdieren, een voordeur die bijna niet meer open gaat omdat de gang volgebouwd staat, of een huis gevaarlijk vol met spullen die iemand heeft verzameld. In Rotterdam benaderen ze dit soort situaties als een zorgprobleem. En niet als een overlastprobleem. 

Dat vertellen Ragna Keller, Gert ’t Hart, en Hanne Verdouw, 3 van de 4 specialisten woningvervuiling en advies van de GGD Rotterdam Rijnmond. Ze noemen zich ook wel de ‘aaibare pitbulls’ met passie voor het vak. Want bijten zij zich eenmaal vast in een casus, dan laten ze niet meer los tot er een oplossing is voor het probleem. 
Collega Katja Steverink sprak met ze voor de Wall of Connection. Hoe werken zij samen met zorg- en veiligheidspartners en wat kunnen anderen van hun aanpak leren?



Foto: Gert ’t Hart, Justin Dan Ignacio (stagiair), Hanne Verdouw en Ragna Keller

De specialisten van het team vertellen hun verhaal. “Wat heel goed geregeld is in Rotterdam is dat woningvervuiling niet als overlastprobleem wordt gezien. Er kan natuurlijk wel overlast ontstaan door vervuiling, maar het is in de kern een zorgprobleem. Er zijn bijna geen mensen die het fijn vinden om in de troep en chaos te leven. Als we bij iemand binnen komen, praten we dan ook eerst over andere dingen. En niet over hoe vies het is en hoe dat zo is gekomen. De eerste vragen die we stellen gaan vaak niet eens over het vuil. Je gaat gewoon met iemand praten en dat is soms heel bizar. Dan praat je alsof je bij iemand op de koffie bent, terwijl je tussen of op het vuil staat. Dat is dan de gewoonste zaak van de wereld. Of je praat door het gat van de brievenbus met een bewoner.” 

Dit bijzondere team is ontstaan vanuit het bemoeizorgteam van Rotterdam. 2 voormalige collega’s zagen woningvervuiling als een specialisme. Samen ontwikkelden zij de methodiek die het team nu nog steeds gebruikt en zijn als vervuilingsteam aan de slag gegaan. Jarenlang deden zij dit samen. “Ik kwam er als eerste bij en daarna volgden de anderen,” vertelt Ragna Keller. “We werden toen ondergebracht bij het team Bijzondere Taken van de GGD. Intussen is het team en onze werkwijze goed ingebed in de organisatie. We zijn dankbaar dat we er zijn als team en dat we de voorwaarden hebben om dit werk te doen. We zijn een centraal meldpunt in de stad en hebben een eigen pot met geld om de schoonmaak van woningen te betalen. We vragen aan iedere vervuiler een tegemoetkoming in de kosten van de schoonmaak. Dit gaat op basis van draagkracht. Heeft iemand geen middelen of schulden, dan betalen wij de rekening. Gaat het om een gedwongen ruiming dan verhalen we de kosten niet. We vinden het belangrijk om maatschappelijk herstel te bevorderen.” 

Samenwerken aan maatwerk

Dit speciale team werkt breed samen met verschillende partners uit zowel het zorg- als het veiligheidsdomein. Gert ‘t Hart licht toe: “Met de brandweer en de afdeling Bouw en Woningtoezicht (BWT) hebben we een convenant. We overleggen 4 keer per jaar en we nemen hen, als dat nodig is in een casus, ook mee op huisbezoek. Daarnaast werken we samen met woningbouwcorporaties, de gemeente (waaronder de veiligheidsregisseurs woonoverlast hier in Rotterdam), de politie en andere hulpverlening.” 

“We zijn niet bang om dwang en drang in te zetten”

De 4 specialisten hebben een duidelijke visie over de aanpak van woningvervuiling en zijn standvastig. Tegelijkertijd zijn ze ook flexibel, werken ze met partners samen en denken mee om in casuïstiek tot een goede oplossing te komen. “Als team durven we ons nek uit te steken”, zegt Ragna Keller. “Wat is een complexe casus? Vaak is het complex, omdat niemand de regie durft te pakken, een besluit durft te nemen en een koers durft te varen. Dat zijn dingen die wij durven en doen. We hebben intussen vertrouwen opgebouwd bij de ketenpartners. We zijn betrouwbaar, houden ons aan ons woord en dat werpt zijn vruchten af in de samenwerking. We zijn ook niet bang om dwang en drang in te zetten als dat nodig is.”

Hulpverlening en gedragsaanwijzing

De samenwerking met corporaties is de afgelopen jaren steeds beter geworden. Zo combineren ze nu in casussen hulpverlening met een gedragsaanwijzing die de corporatie inzet. Samen met de gemeente kijkt het team in uitzonderlijke casuïstiek in koopwoningen of particuliere verhuur naar de toepassing van een gedragsaanwijzing door de burgemeester. “Tot nu toe pakken we de meeste problematiek met bouw en regelgeving op, maar een gedragsaanwijzing kan extra waarborgen geven. Want dan kan bijvoorbeeld ook worden opgelegd dat mensen hulpverlening accepteren. Naast het opruimen van een woning werken we daarmee ook direct aan de problemen zelf en helpen we hopelijk herhaling voorkomen”, vertelt Ragna Keller. Met de GGZ zette het team een speciale samenwerking op voor de behandeling van verzamelwoede. “Daarmee maken we de kans op herhaling zo klein mogelijk.” 

“Door een andere bril naar een woning kijken”

Elke casus is maatwerk, wat begint bij onderzoek doen naar aanleiding van een melding, bepalen hoe iemand benaderd wordt en of dit team alleen of met een partner op huisbezoek gaat. Vervolgens wordt op basis van het huisbezoek een plan gemaakt en de aanpak bepaald. Het kan zijn dat eerst de GGZ problematiek aangepakt moet worden en de schoonmaak van de woning niet de eerste prioriteit is. Maar soms wordt er ook voor gekozen om direct de woning schoon te maken als de situatie daar om vraagt. Bijvoorbeeld als het gevaarlijk is voor de buren door groot brandgevaar, omdat de woning zo vol is. Of dreigende gezondheidsproblemen, doordat de woning zo vervuild is. Dit gebeurt altijd in overleg met de partners.

Het team kan een beroep doen op de convenantpartners om drang en dwang toe te passen. Dan kan betekenen dat een schoonmaakbedrijf wordt ingezet om de woning leeg te halen en schoon te maken, zodat het weer bewoonbaar wordt. “De convenantpartners bestaan uit een vaste club mensen die de problematiek goed kennen. Zij schrikken niet meer van vervuiling of een volle woning, ze zijn ervaren in hun vakgebied én kijken door een andere bril naar een woning,” legt Hanne Verdouw uit. “Wij kijken vanuit zorg, de brandweer kijkt naar de brandveiligheid en BWT kijkt naar de bouwkundige aspecten. Wij pakken wel altijd de melding als eerste op. Ons doel is om een gedwongen woningruiming te voorkomen. Lukt dat niet, dan maken we met partners een afweging welke maatregelen we kunnen inzetten.” 

Wie heeft last van de woningvervuiling?

Woningvervuiling is bijna nooit een acute situatie. De situatie bestaat vaak al heel lang. “Je moet altijd met elkaar bedenken wie waar last van heeft en wat van doorslaggevend belang is”, vertelt Ragna Keller. “Natuurlijk grijp je direct in als er een gigantische stankoverlast is en de maden door het plafond naar beneden komen. Dan is het heel duidelijk wie waar last van heeft. Maar in principe gebruiken we onze tijd om een goede aanpak op te stellen waar we achter staan. Dat doen we in overleg met de betrokken partners. Daarin staat duidelijk wie wat doet vanuit zorg en vanuit handhaving. Zo lossen we daadwerkelijk samen iets op in plaats van dat we pleisters plakken.” 

“Want met handhaven los je wel een acuut probleem op, maar niet de oorzaak ervan. Grote kans dat je over een tijdje dan weer een woning moet schoonmaken. Dat is juist niet de bedoeling. Het gaat erom dat je kijkt naar hoe de vervuiling is ontstaan en wat de onderliggende problematiek is. Onze ervaring leert dat als je aan de kern van een probleem voorbij gaat, je teleurgestelde mensen krijgt die geen vertrouwen meer hebben in de zorg of boos zijn op de overheid. Dat wil je niet. Je wilt met elkaar mensen juist een positieve hulpverleningservaring geven en vertrouwen laten krijgen in de overheid,” besluit Gert ‘t Hart. 

Het team pakt zo’n 200 woningvervuilingen per jaar aan. In 2018 hadden ze 201 zaken, in 2019 205 en nu zitten ze in november al op 260 zaken. “In dit tempo halen we de 280 zaken wel eind dit jaar. Dat is een megarecord,” zegt Hanne Verdouw. Jarenlang was het aantal vervuilingen stabiel. Maar corona veranderde de situatie. Ragna Keller legt uit: “De vroegsignalering is weg; heel veel huisbezoeken worden niet meer gedaan. Door het vele thuiswerken komt contact tot stand via beeldbellen. Zo komen professionals niet meer achter de voordeur. De keukentafelgesprekken worden ook bijna niet meer gedaan of bewoners komen vaak naar kantoor. Tijdens de coronaperiode waren wij soms nog de enigen die op huisbezoek gingen.”

© Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid