Product toegevoegd aan winkelmand
 
Terug naar blogoverzicht

Bewust*Wording: ‘Het kind op de 1ste plaats’

André Zwezerijnen is thematisch wijkagent in Lelystad. Hij houdt zich al jaren bezig met de aanpak van complexe multiprobleemgezinnen met een Roma-achtergrond. ‘Als Nederlandse politie hebben we de afgelopen jaren grote stappen gezet in de aanpak van deze gezinnen. Samen met ketenpartners hebben we het pluralistisch denkkader omarmt. Het belangrijkste resultaat daarvan is dat we de keten hebben ‘gesloten’, zoals we dat noemen. Omdat we allemaal dezelfde vertrekpunten hebben, kunnen gezinnen niet meer ‘shoppen’. Ze weten nu dat alle betrokken instanties op eenzelfde manier werken, onderling met elkaar communiceren en eensluidende antwoorden geven. Dat heeft heel veel duidelijkheid opgeleverd, naar elkaar en vooral naar de betrokken gezinnen.’

Herkennen

Natuurlijk lost dat niet meteen alle problemen op. De signalen van uitbuiting worden gelukkig steeds beter bekend en herkend. Binnenkort start bij de politie een training voor de ‘first responders’, de collega’s die meldingen en aangiften opnemen en collega’s in de incidentafhandeling. Adviezen die ze krijgen zijn bijvoorbeeld:

  • kijk naar de buit (past deze bij de leeftijd?)
  • is er een volwassene in de buurt in geval van kinderuitbuiting
  • wat is het tijdstip van het gepleegde feit (denk aan de leerplicht van het kind, moet het niet op school zitten ten tijde van het voorval?)
  • wie haalt het kind op (een ‘tante’ of ouder en kan die dat bewijzen?)

André licht toe: ‘Het lijkt allemaal zo voor de hand te liggen, maar werkdruk, capaciteitsproblemen, prioriteiten of onwetendheid leiden vaak niet tot de gewenste handeling. Het is belangrijk om te zien dat zo’n kind niet alleen dader is. Het is in de eerste plaats slachtoffer.’

Verantwoording naar het kind

Het belang van het kind is wat André betreft zwaarwegend. Hij is er duidelijk over: ‘Ik vind dat we de rechten van het kind moeten dienen. Juist bij kinderen hebben we als ketenpartners meer mogelijkheden om informatie te delen. Laten we daar vooral gebruik van maken. Collega’s adviseer ik om vooral verder te kijken dan alleen het kale feit, zoals een diefstal, en het kind ook te zien als slachtoffer. Ketenpartners raad ik aan om waar mogelijk een zorgmelding aan te maken. Geregeld zijn we te bang dat we daarmee de relatie met de ouders verstoren. Maar als professional hebben we de plicht om een kind in een slachtoffersituatie te helpen. Ik krijg er zo’n energie van als het ons lukt om een kind te helpen. Zoals laatst bij een 13-jarig meisje dat illegaal in Nederland bleek te verblijven. We troffen haar onder erbarmelijke omstandigheden aan bij een Romagezin. Ze bleek zwanger van een meerderjarige medebewoner. De rechter plaatste haar in een opvanglocatie voor moeder en kind. Ze mocht na bijna 2 jaar voor een periode verblijven bij het gezin waar ze was aangetroffen en bij de vader van haar kind. Gelukkig kwam ze er geheel zelfstandig achter dat het geen goede plek was voor haar en haar kindje. Ze verblijft nu in de opvanglocatie, krijgt Nederlandse les en wordt ondersteund in haar ontwikkeling. Als ze bij dat gezin was gebleven was haar lot assepoester, moeder en crimineel geweest. Nu heeft ze kans op een beter leven. Daar doe ik het voor.’

© Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid