Product toegevoegd aan winkelmand
 

Veiligheidsbeleving


Een plek of buurt heeft een onveilig imago, terwijl de situatie allang verbeterd is

Een plaats, buurt of wijk krijgt een onveilig imago wanneer mensen daar zelf onveilige situaties hebben meegemaakt en/of wanneer zij daarover – terecht of onterecht - van anderen horen. Dat kan ook vanuit de media zijn. Wanneer de situatie vervolgens verbetert, merken de mensen die daar vaak komen dat natuurlijk wel, maar anderen niet. Zo kan een negatief imago (het zogenoemde externe imago) nog lang blijven hangen.

Extern en intern imago

Een negatief extern imago heeft gevolgen. Het beeld dat mensen van een bepaalde plaats, buurt of wijk hebben, werkt vaak door in hun handelen. Het beïnvloedt de mate waarin zij geneigd zijn die locatie nog eens te bezoeken. Om er te gaan winkelen bijvoorbeeld. Of daar een huis te kopen of te huren; een bedrijf te vestigen, of goederen af te leveren.

Uit onderzoek blijkt bovendien dat een slecht extern imago ook doorwerkt op de beleving van bewoners of gebruikers van de locatie (het zogenoemde interne imago). Als mensen denken dat anderen negatief naar hun buurt kijken, drukt dat hun eigen woongenoegen of tevredenheid. En nog meer dan dat: het drukt ook hun éigen veiligheidsbeleving.

Reputatiemanagement

Alleen een verbetering van de feitelijke situatie op een locatie, in een buurt of wijk is dus niet afdoende. Er moet ook aan het imago worden gewerkt: de manier waarop mensen denken en spreken over de wijk, buurt, locatie. ( 'het gesprek' dus als element van de Tafel van 12). Maar hoe doe je dat?

Toen president Obama in het najaar van 2014 duidelijk wilde maken dat het eerste Ebola-geval op Amerikaanse bodem, een verpleegster, écht genezen was zei hij dat niet alleen. Hij omhelsde haar ook voor het oog van de camera’s. Dit gebaar was veel veelzeggender dan zijn woorden: dat zou hij toch nooit gedaan hebben als het niet veilig was?

De kracht van gebaren boven woorden werd een paar jaar eerder op omgekeerde wijze zichtbaar. Minister Opstelten vertelde toen bij de Moerdijkbrand dat alles veilig was, maar bleef daarbij in een busje zitten. Meteen was de heersende gedachte dat het dús niet veilig was.

Alleen maar – bijvoorbeeld met een communicatiecampagne - vertéllen dat het beter is geworden, brengt je dus meestal niet bij je doel. Zorg vooral dat de boodschap in gedrag ook zichtbaar en voelbaar is. In het gedrag van bestuurders of opinieleiders, die zich nu zelf op de betrokken plek weer laten zien. Of zorg dat het aantrekkelijk is voor de mensen zelf om de nieuwe situatie uit te proberen.

Het zijn vooral mensen die nooit van het openbaar vervoer (OV) gebruik maken die het beeld hebben dat het OV onveilig is. Maak het hen aantrekkelijk het vervoer eens uit te proberen, dan merken zij vanzelf wat de meeste reizigers allang weten: dat het in 95% van het openbaar vervoer veilig is.

Lange adem

Er is wel een lange adem nodig om een buurt of wijk een blijvend ander imago te geven. Als de uitvoering gedegen is, is het wel degelijk mogelijk. Ook hier is het geen kwestie van alleen maar ‘overgieten van de wijk met een fris communicatiesausje’ (“Wijk X bruist!”).

Een juiste ‘wijkbranding’ begint bij het zorgvuldig bepalen van de kernidentiteit van de wijk of buurt: wat zijn de échte kenmerken van de wijk? Wat zijn dan vervolgens de sterke en aantrekkelijke punten die zich lenen om verder uit te bouwen? Hoe maak je dat tastbaar en zichtbaar? Zijn er (universele) kenmerken die voor iedereen herkenbaar zijn, en die in een aansprekend symbool omgezet kunnen worden als illustratie van de beoogde identiteit voor die wijk?

Hoe meer partijen in de wijk daarbij betrokken zijn (bewoners, ondernemers, vastgoedeigenaren, gemeente), hoe beter het is en hoe beter de gewenste identiteit kan worden opgebouwd en uitgedragen. Hoe meer dat uitdragen ook door ánderen wordt gedaan, hoe beter het is.

© Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid