Product toegevoegd aan winkelmand
 

Veiligheidsbeleving

Veiligheidshuizen

Veiligheidshuizen zijn netwerksamenwerkingsverbanden, die partners uit de strafrechtketen, de zorgketen, gemeentelijke partners en bestuur verbinden in de aanpak van complexe problematiek. Nederland heeft op dit moment 38 veiligheidshuizen.

In de toekomst zal het aantal Veiligheidshuizen verminderen, omdat sommige Veiligheidshuizen gaan fuseren. Uiteindelijk heeft elk van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland tenminste één Veiligheidshuis, waar elke gemeente uit de veiligheidsregio bij kan aansluiten.

Doel

De doelstelling van de samenwerking in Veiligheidshuizen is het bijdragen aan veiligheid(sbeleving) als onderdeel van het integrale veiligheidsbeleid. De Veiligheidshuizen richten zich op het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, huiselijk geweld, criminaliteit en maatschappelijke uitval bij complexe problemen. Zij doen dit door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie en zorg.

Doelgroep

De samenwerking in de Veiligheidshuizen richt op cliënten met complexe, meervoudige problematiek. Vaak is er sprake van combinaties van psychische problemen, ernstige criminaliteit, maatschappelijke ontreddering of verloedering, dakloosheid en/of verslaving.

Aanpak

De aanpak van complexe problematiek vraagt soms om innovatieve en creatieve oplossingen. Binnen de Veiligheidshuizen worden, zowel voor analyse als voor aanpak de expertise en interventies van de strafrecht- en zorgketen en eventueel bestuurlijke interventies gecombineerd. Dat is wat wordt verstaan onder een integrale, ketenoverstijgende werkwijze in de Veiligheidshuizen.

De ketenpartners signaleren problemen, bedenken oplossingen en voeren die samen uit. Werkprocessen worden op elkaar afgestemd, zodat strafrecht en zorg elkaar aanvullen. Ingezet wordt op gedragsverandering, recidivevermindering en verbetering van kwaliteit van leven van de delinquent.

De aanpak van de Veiligheidshuizen is persoonsgericht, gebiedsgebonden, slachtoffergericht en er is sprake van systeembenadering. Dit wil zeggen dat een casus wordt bezien binnen de context van de gehele (sociale) omgeving, aangezien het gedrag van een individu vaak (mede) veroorzaakt of in stand wordt gehouden door factoren in de (sociale) omgeving. Het gezin, maar ook vrienden, buren of school, worden meegenomen in de probleemanalyse en krijgen - indien nodig - een plek in de aanpak.

Er is vaak sprake van meervoudige en complexe sociale problemen binnen het gezin, waardoor ook andere gezinsleden risico lopen om af te glijden richting criminaliteit of om slachtoffer te worden. Dit betekent ook dat de gezinsleden in casuïstiek worden meegenomen in de analyse. Indien er reden is tot zorg, komt er ook voor hen een aanpak. Het streven is te komen tot één gezin, één plan en één regisseur.

Uitvoerende organisatie(s)

De regie op de (regionale) samenwerking in de Veiligheidshuizen ligt bij gemeenten. Naast de gemeente participeren de volgende organisaties in alle Veiligheidshuizen: politie, Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinderbescherming , reclasseringsorganisaties en welzijnsorganisaties. Een aantal organisaties is (nog) niet in alle Veiligheidshuizen vertegenwoordigd: Halt, Dienst Justitiële Inrichtingen, Bureau Jeugdzorg, GGD, GGZ, algemeen maatschappelijk werk, verslavingszorg en Slachtofferhulp Nederland.

Werkzame elementen

  • De ketenoverstijgende aanpak, die de afzonderlijke aanpakken versterkt. Daarbij behouden alle partners hun eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden.
  • Het bezien van een casus binnen de context van de gehele (sociale) omgeving

Evaluatie

Veiligheidshuizen leveren een bijdrage aan het terugdringen van criminaliteit, blijkt uit ‘Resultaten van veiligheidshuizen- Een inventarisatie en evaluatie van beschikbaar onderzoek’ van het WODC.

Veiligheidshuizen scoren positief op zes van de acht resultaatvelden. Ze slagen erin de leefomstandigheden van met name veelplegers te verbeteren en daardoor de recidive van deze groep zeer actieve criminelen terug te dringen. De samenwerking leidt er ook toe dat interventies, onder andere gericht op veelplegers, beter op elkaar worden afgestemd. Steeds vaker is sprake van een integrale aanpak.

Het onderzoek toont echter ook aan dat de samenwerking in de praktijk veel knelpunten kent. De belangrijkste drie zijn: gebrekkige informatie-uitwisseling tussen organisaties, moederorganisaties die onvoldoende meewerken en een gebrekkige aansturing van het Veiligheidshuis. Verder wordt benoemd dat een causale relatie lastig te leggen is tussen het veiligheidshuis en de veiligheidsbeleving.

Beschikbaar materiaal / links

Animatie Veiligheidshuizen