Product toegevoegd aan winkelmand

Uitgaansgeweld en uitgaansoverlast

Rechtbank ’s-Hertogenbosch: OM ontvankelijk voor vervolging bij lokaalvredebreuk

17 februari 2017

De meervoudige kamer voor strafzaken concludeert op 17 februari 2017 dat het OM ontvankelijk is voor vervolging bij overtreding van de CHO in Sittard-Geleen. In een eerdere zitting werd het OM niet-ontvankelijk verklaard vanwege substantiële gebreken in de CHO in Sittard-Geleen. Het hof concludeert in dit hoger beroep dat de CHO een civiele maatregel is, omdat de horecaondernemer bepaalt aan wie een CHO wordt opgelegd. Eventuele gebreken in de CHO zijn verder niet aan het OM verwijtbaar en moeten in een klachtenprocedure, dan wel bij de civiele rechter aan de orde worden gesteld.

Instantie

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch

Rolnummer

20-003338-15

Beschrijving

In een eerdere rechtszitting werd het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk verklaard om strafvervolging in te stellen voor lokaalvredebreuk. Als reden werd gegeven dat de collectieve horeca-ontzegging (CHO) in Sittard-Geleen substantiële gebreken bevat: er is gekozen voor oplegging van de meest ingrijpende en langdurige CHO, het concrete gedrag waarvoor de CHO is opgelegd is niet vermeld en een duidelijke verwijzing naar en informatie over de klachtenprocedure ontbreekt, aldus de rechtbank.

In het huidige hoger beroep wordt het OM wel ontvankelijk verklaard, omdat de CHO een civiele maatregel is. Het is niet aan het OM of de strafrechter om de redelijkheid daarvan te toetsen. Het OM behoefde slechts te toetsen of in dit concrete geval een vervolging ter zake van lokaalvredebreuk aan de orde kon zijn. De verdachte was betrokken bij een vechtpartij. Naar aanleiding daarvan is een CHO opgelegd. De verdachte was bekend met de reden van de ontzegging. Indien een ontzegging wordt overtreden, dan is de beslissing tot vervolging niet een beslissing van willekeur. Het strafrechtelijk belang is evident, nu met een vervolging kenbaar wordt gemaakt dat het negeren van de CHO niet ongestraft blijft. Elk redelijk handelend officier van justitie had in redelijkheid en billijkheid tot vervolging moeten overgaan. Van een flagrante schending van de beginselen van een goede procesorde is geen sprake.

De verdediging is van mening dat de CHO niet een (puur) civielrechtelijke maatregel is. Uit het Protocol CHO Sittard-Geleen blijkt immers dat gemeente, politie en het OM bij de totstandkoming, alsook bij de uitvoering en handhaving, een grote rol hebben gespeeld. Zo reikt de politie in een enkel geval het besluit uit en wordt met de politie afgestemd om welk feit het gaat en voor welke duur een ontzegging wordt opgelegd. Daarom kan het niet anders zijn dat de CHO een maatregel van overheidswege dan wel een strafrechtelijke maatregel is. Gelet op de bestuurs- en strafrechtelijke aspecten van de CHO zou de ontzegging juist door het OM zorgvuldig en ten gronde moeten worden getoetst, aldus de verdediging.

Het hof concludeert echter anders. De CHO is opgelegd door de horecaondernemers van Sittard-Geleen. De ontzegging is een waarschuwing van de horecaondernemers aan de verdachte dat, als hij een deelnemende horecagelegenheid betreedt, er aangifte wordt gedaan van huisvredebreuk. Er is daarbij sprake van een wilsuiting van een private partij jegens een andere private partij. Daarom is de CHO civielrechtelijk van aard. De rol die de politie kan spelen bij de oplegging van de CHO, doet daar niet aan af. De politie bepaalt immers niet aan wie een ontzegging wordt opgelegd. Die beslissing is aan de horecaondernemers. De politie speelt slechts een ondersteunende rol. Zodra een horecaondernemer heeft beslist dat hij een CHO gaat opleggen, bespreekt deze enkel nog met de politie welke genoemde gedragingen in het protocol aan de orde zijn. Uit de regeling volgt dat het de horecaondernemer is die bepaalt aan wie een ontzegging wordt opgelegd en niet de politie, het OM of bestuur.

Resumerend is het hof van oordeel dat een CHO een puur civielrechtelijk karakter heeft. Eventuele gebreken in de aan de verdachte opgelegde CHO zijn dan ook niet aan het OM verwijtbaar. De rechtmatigheid van de civielrechtelijke ontzegging kan in de genoemde klacht/bezwaarprocedure en/of bij de civiele rechter aan de orde worden gesteld. In deze strafrechtelijke procedure is daarvoor geen plaats.

Vervolgens acht het hof bewezen dat de verdachte de CHO heeft overtreden door een café, waarvoor hij een ontzegging heeft, binnen te treden en dat er dus sprake is van huisvredebreuk. Hiervoor wordt een voorwaardelijke geldboete van €250 opgelegd.

Vindplaats